Laster :: Ons Vrije Fatum

Ze komen uit Utrecht, spelen Nederlandstalige black metal, noemen dat ‘Obscure Dance Music’ en treden op in strakke zwarte pakken met witte maskers. Maar de muziek overstijgt gelukkig de gimmick: op Ons Vrije Fatum schuwt Laster het experiment niet, en wordt de luisteraar meer dan eens op het verkeerde been gezet. Al een geluk, anders had ons hypealarm dit niet overleefd.

Laster kwam de eerste keer bovendrijven in 2014, toen het Utrechtse drietal hun debuut De Verste Verte Is Hier uitbrachten op het piepkleine, maar razend interessante Duitse label Dunkelheid Produktionen. Een aantal shows samen met stadsgenoten Terzij De Horde, onder meer in de rand het gerenommeerde Le Guess Wo? eind 2015 en in Het Bos begin 2016, gaf het drietal wat meer “scope” en de mogelijkheid om het publiek wat meer te laten wennen aan hun onconventionele geluid.

Want doordeweekse black metal kan je dit bezwaarlijk noemen. Hoewel de zwarte hand zich duidelijk nog roert in het geluid van Laster met zwierige arpeggio’s en stomende blastbeats, wordt het plaatje verder ingekleurd met tinten die je normaal gezien nooit terugvindt op zulke platen. Laster is overduidelijk beïnvloed door de postpunk, new wave en no wave van de jaren tachtig, en houdt zich dan ook nauwelijks in om hiermee uit te pakken. Het resultaat is een op het eerste gehoor bevreemdende mix van botsende stijlen die niet meteen vlot in de oren blijft plakken. En toegegeven, je moet er even door bijten

Maar eens het kwartje — ja, het blijven Nederlanders — gevallen is, is Ons Vrije Fatum een intrigerende, elegante en bij momenten zelfs speelse plaat die, net als je aandacht wat wegzweeft in die dromerigheid, ook weer keihard kan uithalen. Opener en titeltrack “Ons Vrije Fatum” opent furieus met scheurend gitaarwerk, woeste blastbeats en hels, kelig geschreeuw, al was het maar om de luisteraar er met een dik uitroepteken op te wijzen dat we hier nog steeds met een black metalband te maken hebben. In een tweede beweging duikt het nummer in een diepe poel shoegaze, om er weer verschroeiend hard uit te komen, zij het met een verzachtende ondertoon van keyboards en heldere gitaren. Het is een voorbode van nog meer doorgedreven experiment in “Binnestebuiten”, dat het meer in het mid-tempo zoekt. Er wordt naar hartelust gespeeld met alternatieve geluiden, vocalen (declameren, fluisteren) en instrumentarium zoals bongo’s (jawel! Bongo’s!), maar naar het einde toe wordt dit alles weer naar gezwind door de kettingzaag gehaald.

Op “Bitterzoet” horen we voor de eerste keer duidelijk retro-spacey keyboards het voorplan opeisen, gevolgd door een gitaarsolo die daarmee perfect dertig jaar terug zou kunnen gecomponeerd zijn geweest, moesten ze niet door de stuwende dubbele basdrums worden voortgedreven. Het is ook hier dat de baslijnen voor de eerste keer opvallen. Waar bij veel (black en andere) metalbands de bas een bijkomende punch voor de ritmesectie is, kiest Laster ervoor om het instrument meer vrijheid te geven, en soms duidelijk op het voorplan te plaatsen. Zeker naar het einde van het nummer toe vormt de bas het zwaartepunt, omgeven door postrock-gitaren en razendsnelle drums. Een van de uitschieters van de plaat.

De langste compositie van Ons Vrije Fatum is het elf minuten lange “Helemaal Naar Huis”, dat zich laat beluisteren als een zwartgeblakerde postpunktrip (denk aan The Cure ten tijde van Pornography) die halverwege een zekere speelse springerigheid meekrijgt die je met wat goede wil zelfs een tikje ‘funky’ kan noemen, zeker wanneer op de koop toe een heuse saxofoon zijn intrede doet. En het wérkt verdomme nog ook. Hoe ze het doen, is ons een raadsel, maar feilloos omschakelen van viscerale trip naar smooth time, sexy time en terug: daar moet je lef voor hebben. Ook de elektronische drum in het intermezzo “De Tijd Voor” is een verrassing die tot alle verbazing werkt. En “De Roes Na”, de tweede langste compositie van de plaat leest als een compendium van al het vorige: het dynamische spel, het geëxperimenteer met elektronica, het virtuoze bas- en gitaarspel, het komt allemaal terug. Het sluitstuk “Er Wordt Op Mij Gewacht”, laat een wat meer open geluid horen, dat zo het nummer wat grandeur meegeeft, maar het toch niet kan laten om in een manische rotvaart te schieten vooraleer de rust weer te vinden in het slotakkoord.

In de driehonderdduizend verschillende subcategorieën die metal intussen telt, is het tegenwoordig moeilijk om nog origineel te zijn. Zelfs in de vele experimenten die black metal de laatste jaren ondergaat, begint stilaan wat warme rek te komen. Het is dus een kleine verademing om een plaat als Ons Vrije Fatum aan je oren te laten kietelen. Er wordt vrij geëxperimenteerd met invloeden, geluidstexturen en instrumentarium zonder zich daarbij te laten begrenzen door één enkel nevengenre. Dat is niet altijd even perfect: af en toe werkt er een gitaarjengel tegendraads, of wringt het Nederlands wat tegen (het is iets waar je je moet overzetten, maar het blijft raar klinken). Maar eigenlijk zijn dat details. Ons Vrije Fatum is een plaat die de grenzen van zijn genre aftast, in vraag stelt en overschrijdt. En dat dwingt op zijn minst respect af.

Laster speelt op vrijdag 27 januari in Antwerp Music City

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vijf =