Steak Number Eight :: “We houden nooit rekening met verwachtingen”

Het verhaal achter Kosmokoma, de vierde mokerslag van Steak Number Eight, is al even zwaarmoedig als de albumtitel. “Het gaat over de collectieve depressie waarin iedereen zit”, aldus zanger-gitarist en frontman Brent Vanneste. Als we hem goed begrepen hebben, is de wereld gewoon naar de kloten. “Ik heb het met mijn eigen ogen in Palestina gezien.”

Vanneste is moe. “Slecht geslapen, nachtmerries gehad en nog eens stress over de druk van de nieuwe plaat”, klinkt het. Hij ligt tijdens het interview soms ietwat nonchalant in de zetel van Huis 23 boven het AB Café. Vanneste moet vaak zijn woorden zoeken en komt er regelmatig op terug. Toch probeert hij antwoord te geven, zelfs wanneer hij daartoe niet in staat is of de vraag van ondergetekende wat vergezocht is. Maar hij is bovenal de vriendelijkheid zelve. “Spontaan gesprek!”, gooit hij ons nog eens op het einde een compliment toe.

Ter zake: Steak Number Eight staat voor een Europese headlinetournee (die op dit moment al bijna volledig achter de rug is, n.v.d.r.) en heeft er ongelooflijk veel zin in. “Eigenlijk ben ik fysiek niet in staat om elke dag sets van meer dan een uur te spelen, maar bij elke show geven we onszelf meer dan honderd procent. Het maakt niet uit of er vijf of honderd man in de zaal staat. We laten de opkomst zo weinig mogelijk aan ons hart komen, zelfs wanneer we acht uur in een busje hebben gezeten.”

enola: In Engeland lijken jullie wel al een zeker fanbase te hebben. Hoe bouw je zoiets van nul op?

Vanneste: “Dat is het resultaat van veel terugkeren. Spelen, spelen en nog eens spelen, met andere woorden. We kunnen bijvoorbeeld op Facebook zien dat we veel fans in Londen hebben. Maar ook daar is het moeilijk om een fanbasis op te bouwen, want de markt is verzadigd. Niet per se alleen in het metalcircuit. Kijk bijvoorbeeld naar een stad als Gent. Je kan er wel elke avond een goeie show meepikken. Dat fenomeen heb je in elke stad. Mensen haken ook sneller af als ze moeten betalen.”
“Maar we hebben ook al onverwacht veel volk getrokken. In 2013 hebben we bijvoorbeeld in Polen in zo’n openluchtarena de support van Alice Cooper gedaan(op het Rock Legends Festival in Slupsk, n.v.d.r.). Na die show wilde ik naar de merchandise-stand gaan, maar ik kon haast niet door. Er stond immens veel volk, maar dat was dus voor ons! Iedereen wilde een foto of een handtekening. Heel absurd.”

enola: Over naar Kosmokoma. Ik dacht dat The Hutch, jullie vorige plaat, op het eerste gehoor een zware plaat was, maar Kosmokoma lijkt een nog grotere mokerslag.

Vanneste: “Grappig: tijdens een vorig interview hoorde dat ik de plaat veel melodischer en toegankelijker is. Die tegenstrijdige meningen vind ik echt interessant. Maar ik vind dergelijke vragen moeilijk om te beantwoorden, omdat ik niet bewust zo’n plaat wilde maken. Het is sowieso wel het beste dat we al gemaakt hebben. Het is opnieuw iets anders dan de vorige plaat en tegelijk klinkt hij honderd procent Steak Number Eight. Van nature ben ik een songwriter en ik daag mezelf altijd uit om een goeie song te maken op een zo eerlijk mogelijke manier en door me van zo weinig mogelijk regels aan te trekken. Dat is mijn definitie van cleane muziek… (even later komt hij op het onderwerp terug). Ik denk wel dat de nieuwe plaat meer open klinkt. De melodieën stralen iets kosmisch uit. Ik weet niet hoe ik het anders kan uitleggen.”

enola: Mijn favoriet nummer is “Gravity Giants”. Het vat de nieuwe Steak Number Eight perfect samen. Het is loeihard, heeft een catchy refrein en vertoont tegelijk psychedelische trekjes.

Vanneste: “Mijn favoriete nummers veranderen constant. Nu is het ook dat nummer, maar vreemd genoeg haalde “Gravity Giants” bijna de plaat niet. We hebben het nummer uiteindelijk toch nog gemaakt door verschillende demo’s samen te gooien. Het is misschien wel het… (zoekt zijn woorden). Ik weet zelfs niet wat ik er nog over moet zeggen! Het wordt misschien onze volgende single.”

enola: Jullie zijn nooit een eenzijdige band geweest. Steak Number Eight is zoals een kameleon. Jullie zijn in staat om constant te vervellen en kunnen de verwachtingen die de voorgaande albums hebben opgebouwd aan flarden schieten.

Vanneste: “Misschien wel, maar dat gebeurt alleszins niet bewust. Nogmaals: ik wil gewoon eerlijke muziek maken. Dat is het belangrijkste bij elke vorm van kunst. De helft van de muziek die je vandaag hoort op de radio, is overdreven beredeneerde muziek. Het komt niet uit het hart van de muzikanten zelf. Ik wil op elke plaat weergeven hoe ik mij in een bepaalde periode voelde. Misschien maak ik ooit een plaat die nog meer onverwacht klinkt.”

enola: Het lijkt wel of tijdens het schrijfproces van Kosmokoma alle miserie van de wereld op jullie schouders hing.

Vanneste: “Je hebt dat goed geïnterpreteerd, want het grootste verschil is dat The Hutch meer op mijn eigen innerlijke, duistere kant gericht was. Ik denk dat de vorige plaat daardoor introverter klonk. Nu gaat het meer over de collectieve depressie waarin iedereen zit. Ik ben zelf ook een redelijk gelukkige kerel, maar de wereld is eigenlijk naar de kloten en jammer genoeg kan ik die zelf niet verbeteren. Iedereen raast maar door z’n leventje, terwijl slechts een handjevol enkelingen iets probeert te veranderen aan de wereld. Dat gevoel overheerst op de plaat. Daarom vind ik het een goeie albumtitel, die tegelijkertijd ook goed klinkt.”

enola: Welk wereldthema ligt er je dan het meest op de lever?

Vanneste: “Niet echt iets specifiek, maar de trigger is er wel gekomen na een verblijf in Israël en Palestina. Kort daarna zijn we beginnen werken aan de nieuwe plaat. Ik ben naar daar getrokken om muziek te schrijven voor een documentaire (Thank God It’s Friday van Jan Beddegenoodts, n.v.d.r.). Ik trad er zelf ook op met m’n psych/trance-project Psygasus. Maar ik ben er ook mee gaan protesteren en tijdens die betogingen ontploften er sound bombs van het leger op een paar meter van ons. Plots stond ik in het midden van het strijdgewoel. Ongelooflijk. Sindsdien denk ik veel meer na over het conflict. Ik zit hier te leuteren over hoe ik Kosmokoma in m’n kamertje schreef, maar een op twee Palestijnen heeft wel een familielid die omgekomen is door het geweld daar.”

enola: Je was zelf ook de producer van Kosmokoma. Maakte dat het opnameproces er niet extra zwaar op?

Vanneste: “Ja, het was best wel heavy. Maar ik ben het al een beetje vergeten, omdat ik twee jaar met chronische hoofdpijn zat. De enige manier om dat te vergeten, was door muziek te maken. Dat was echt wel een zotte periode. Ik ben nu gelukkig verlost van de hoofdpijn. Opnemen is sowieso belastend, omdat we als band gemiddeld tien nummers maken om er maar één van over te houden. Desondanks dat ik geïnteresseerd ben in de technische omkadering, was het toch zwaar om dat met het muzikale en het creatieve te combineren. Ik heb het allemaal wat onderschat en iets te romantisch voorgesteld. De volgende keer ga ik toch wel een stagiair inhuren. Voor het geld hebben we het ook niet gedaan, want nu hebben we veel meer besteed aan de mix (die in handen lag van David Bottrill, n.v.d.r.)” (lacht)

enola: In 2008 wonnen jullie Humo’s Rock Rally. Hoe kijken jullie terug op de voorbije zeven jaar?

Vanneste: “Het voordeel van de Rock Rally was dat iedereen meteen in ons geloofde. Normaal moeten beginnende bands in cafés gaan spelen en zo een fanbase opbouwen, maar wij hebben eigenlijk die stap kunnen overslaan. Dankzij de prijs die we wonnen en de media-aandacht, kregen we in een klap veel fans. Which is nice. Maar anderzijds: dat was het. Voor de rest hebben we nooit rekening gehouden met verwachtingen van het publiek. Je weet dat ze er zijn, maar als muzikant wil je vooral een betere plaat voor jezelf maken. Het enige nadeel is misschien wel geloofwaardigheid. Er zijn altijd mensen die denken dat je door die wedstrijd te winnen overal kan spelen.”

enola: Ben je “The Sea Is Dying” nog altijd niet beu gespeeld na al die jaren?

Vanneste: “Recentelijk hebben we wat shows zonder het nummer gespeeld. In het begin ging er bij die shows van alles mis en we dachten dat het een vloek was (lacht). Maar ondertussen zijn we er wel in geslaagd om coole shows te doen zonder “The Sea Is Dying”. Het is wel een nummer dat je maar een keer in je leven maakt. Zoiets moet je ook koesteren en respect voor hebben. We zijn dus nog aan het twijfelen of we het in de AB moeten spelen. Het zou wel symbolisch zijn. In 2008 hebben we hier gewonnen met dat nummer en nu hebben we een show uitverkocht, de max hé? Het wordt sowieso een zotte show.”

enola: Laatste vraagje: kan je leven van muziek maken met Steak Number Eight?

Vanneste: “Ik ben er in geslaagd om rond te komen, ja. Maar alleen met Steak is dat peanuts, hoor. Ik doe nog veel andere dingen, zoals muziek voor documentaires, films en reclamespotjes maken. Dat is sowieso ook de max. Ik vind het zelfs uitdagend om iets te doen dat volledig buiten mezelf staat. Bijvoorbeeld liedjes maken voor een bedrijf: het is belangrijk dat je voor een juiste uitstraling naar de buitenwereld zorgt. Ik moet een abstract idee proberen om te zetten in muziek of een jingle. De meeste opdrachtgevers zijn onmuzikale mensen, hé. Je moet er een goed inlevingsvermogen voor hebben. Ik zie dat niet als kleinerend voor een artiest. Ik moet ook m’n boterhammen betalen. Ik zou het trouwens nog meer willen doen en ik wil ook eens andere bands producen met een deftig studiobudget. Ik zou dat nog beter doen dan voor m’n eigen band, omdat ik er dan mij volledig kan op concentreren. Nu was de combinatie van opnemen en producen teveel voor mijn kopke.” (lacht)

Steak Number Eight speelt op 16 december in een uitverkochte AB. Op 18 december speelt de band op Fête D’Hiver in Oostende. Volgend jaar staan er optredens in 4AD (5 februari), Depot (15 maart), Vooruit (16 maart), Muziekodroom (17 maart) en De Kreun (18 maart) op de planning.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vijf =