BOOMTOWN: lohaus :: ”Je mag wel een beetje moeite doen voor je publiek”

“De Belgische muziek boomt”; iemand zei het ons recent nog, en onze kop eraf als het niet waar is. Terwijl Team William voorlopig de spurt leidt naar de kop in ons eindejaarslijstje, staat daar in het peloton ook al lohaus te dringen voor de bolletjestrui. Die van beste klimmer, want met triphoptrack “Overwhelm” hebben ze een visitekaartje om u tegen te zeggen. Geen wonder dan ook dat JEKA hen volgende maand met plezier richting het Hongaarse Sziget stuurt om de Belgische kleuren te verdedigen.

Veel discussie kwam er niet aan te pas, eind april, toen de jury – waaronder uw dienaar – zich over de vijf finalisten van de JEKA Rock Rally boog; lohaus zegevierde met de vingers in de neus. De zinderende triphop van het drietal had dan ook iedereen overtuigd: hier zag je een band die af was, klaar voor het grotere werk. Of dat zou je denken, maar dat is buiten deze nuchtere Kempenzonen gerekend. Voor hen kan het niet langzaam genoeg gaan.

“Overwhelm”, het eerste wapenfeit dat het trio nog geen jaar geleden online loste, mocht dan wel heel wat enthousiaste reacties teweeg brengen, daarom moet er nog niet gelopen worden, zo beweert gitarist Emiel Raeymaekers. “Eigenlijk is alles toen in een stroomversnelling gekomen. We bestonden amper, hadden gewoon een demo online gezet, maar plots kregen we reacties uit New York, Chicago,… Niet altijd even interessant, hoor. Sommige mensen wilden al promo voor ons doen bij de radio, of iets uitbrengen. Maar daar zijn we echt nog niet klaar voor.” Frontman Thomas Lauwers nuanceert nog meer: “Laten we wel wezen, het niet alsof “Overwhelm” al een hit is; het is opgepikt, en dat is goed; dat houdt ons scherp en zorgt dat we productief blijven. Het geeft een drive om nog beter te doen. Maar voor meer is het te vroeg.”

Met lohaus zijn Lauwers, Raymaekers en pianist Dries Meeus dan ook niet aan hun proefstuk toe. Er is een verleden, maar dat wordt liefst van al diep en ver onder de mat geschoven. “lohaus is grown out of earlier experiments”, heet het op hun Soundcloudpagina, maar zelfs de oude groepsnaam wordt liever onvermeld gelaten. Schokschoudert de gitarist: “Ach, het is niet bepaald iets waar we nog op willen terugkijken; we hadden een vrij klassiek rockbandje waarmee we in de buurt speelden. Niets bijzonders dus. (aarzelend) Het waren kinderlijke experimenten. Punt is: op een bepaald moment zijn we gaan experimenteren met andere instrumenten, en daar is dan lohaus uit gegroeid.”

Een bewuste volte-face? “Onze oren keerden vooral meer en meer naar elektronische artiesten”, zegt Raeymaekers; “FKA Twigs, The Acid, Alt-J . Onder hun invloed zijn we andere instrumenten gaan kopen; synths, een Korg,… die zorgden dat een andere wereld openging. En daarna kwam er ook nog Ableton bij, software om beats te maken, en waren we helemaal vertrokken. We zijn onderweg wel onze drummer, die geen tijd genoeg voor ons had, kwijtgespeeld, maar dat sluit niet uit dat we niet ooit met een nieuwe gaan spelen als we de juiste man ontmoeten.” Vult Meeus aan: “We waren ook wat uit die rock gegroeid. Iedereen maakt zo’n muziek, dus het is moeilijk om daar nog iets nieuws of bijzonders in te doen.”

Want daar draait het voor het drietal duidelijk om. Op de vraag wat lohausmuziek dan precies moet zijn blijft het antwoord vaag, maar het idee is wel duidelijk in hun hoofd. “music don’t stop, we do electropop”, las het motto op de vi.be-pagina van de band tot voor kort. “Dat was het idee aanvankelijk”, zegt Raeymaekers. “Nu gebruiken we dat niet echt meer.”

Langzamerhand is er toch iets ontstaan als een lohaussound. “Dat “Overwhelm” meteen zo aansloeg zorgde er voor dat we veel kritischer werden voor wat we deden: we wilden absoluut dat andere nummers ook dat niveau haalden. Het volstaat niet dat een song af is, ze moet ook even goed zijn als de rest”, zegt Meeus. “We hebben al veel nummers geschrapt uit onze setlist, en er zijn er ook genoeg die we live niet brengen omdat ze nog niet klaar zijn”, gaat Raeymakers verder. “Wanneer een song af is? Als ze bij lohaus past, en dat is een kwestie van aanvoelen. Dat is zoeken. In ons hoofd horen we dat, en als we spelen voelen we of het juist is of niet.”

Belangrijk daarin is in elk geval de markante stem van Thomas Lauwers. Nauwelijks een kwartier voor het interview vertelde moeder Raeymaekers ons echter nog dat dat ook een abrupt keerpunt is geweest. Lauwers geeft het toe. “Vroeger zong ik normaler, dat is waar. Maar toen suggereerde Dries op een repetitie eens dat ik hoger zou zingen, en dat lukte wonderwel. Het gaf een gekke maar leuke klank, en sindsdien ben ik dat blijven doen.” Raeymaekers lacht het weg. “Moesten wij daar aan wennen? Bwah, wij zien hem elke dag, we hebben die evolutie meegemaakt. Het is zo geleidelijk gegaan dat het net zo goed altijd zo had kunnen geweest zijn; we merkten het niet op. Zelfs al is dat niet zo. En ja, ik begrijp wel waarom zo de vergelijking met Oscar & The Wolf wordt gemaakt. We zitten duidelijk in het zelfde genre, en Thomas’ stem heeft een gelijkaardige bijzondere klank.”

Stugge Kempenaars moet je niet lastigvallen met standaardvragen, overigens. De ideale producer? Raeymaekers: “Geen idee. We werken momenteel met Jasper Segers van Soldier’s Heart, en ik heb nog altijd het gevoel dat we bij hem goed zitten. Hij staat dicht bij ons. Hij doet live ook ons geluid, en helpt ons veel.” Lauwers: “David Bowie. Die zou ik nog wel zien zitten.” Waar een onbeperkt budget dan wél naar toe mag gaan? De gitarist: “Allereerst naar instrumenten, efficiëntere, die minder kapot gaan. We hebben nogal een reputatie op dat vlak, zelfs al dragen we echt wel zorg voor onze spullen, toch: kapotte laptop, synthesizer die niet meer werkt,.. Versterkers die ontploffen.” Meeus (lacht): “Sta je daar te spelen, komt er plots rook uit dat ding.”

En wat met de enthousiaste podiumact van frontman Lauwers, die zijn hand niet omdraait voor een dansje, laat staan een pirouette? Het blijkt een kwestie van principe. “Zelf wat ambiance maken op het podium helpt om beter te spelen. En zo moet het ook. Ik vind het ook belangrijk als ik naar een optreden ga kijken dat er iets gebeurt, dat een band er enthousiast staat te spelen. Maar natuurlijk moest ik de eerste keren wat schroom overwinnen. We hadden nog niet vaak opgetreden, dan ben je iets te zelfbewust. Nu komt dat echter vanzelf als ik in de flow zit.”

En ondertussen gaat het toch nog altijd hard voor lohaus. Straks speelt het trio een volwaardige set op het gerenommeerde Szigetfestival, maar een echte release laat nog even op zich wachten. Nog een laatste keer proberen: zijn ze dan helemaal niet bang om hun moment te missen? Lauwers protesteert. “Helemaal niet. Uiteindelijk zijn we nog maar een jaar bezig, en er is een huizenhoog verschil tussen nummers die we in het begin schreven en nu. We zijn nog volop in de groei, en willen echt iets doen dat nog niet vaak gedaan is vooraleer we ons op plaat presenteren.” Raeymakers besluit: “We kunnen nu beter traag aan iets werken, zodat het eerste wat we uitbrengen ook af is. Dat is belangrijker dan nu de hype van één nummer te volgen en verder met lege handen te staan. We zijn nog jong; het komt nog wel.”

lohaus speelt op dinsdag 21 juli op Boomtown.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − zeven =