BEST OF: Björk

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om het eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Björk.

1. Hunter

Homogenic klopt niet aan de deur, het sluipt binnen met de langzaam aanzwellende beats van “Hunter” die maar één ding uitdrukken: onrust. “If travel is searching, and home has been found / I’m not stopping”, kirt ze als binnenkomer terwijl het Icelandic String Octet achter haar zijn beste staccatowerk bovenhaalt. Toch is het Mark Bell van LFO die de show steelt met geprogrammeerde beats die almaar militaristischer worden in tempo, en de vastberadenheid van de zangeres uitdrukken: hier is geen stoppen aan.
Hoogtepunt: 1’37”. “I thought I could organise freedom, how Scandinavian of me”. You don’t say.

2. Hyperballad

Midden jaren negentig waren er genoeg melancholische vrouwenstemmen die over een landerige beat over de schemerzones van liefde en hunkering zongen: de minder boeiende regionen der trip hop. Björk blies al dat zoete en zacht knisperende gesmacht weg met mogelijk haar allerbeste song. “Hyperballad” begint als ambient (Aphex Twin ambient: het soort dat je liever niet in de loft hoort), muteert in een opwindende house track en mondt uit in een prachtige neoklassiek finale. Intussen zingt Björk over dingen van een klif gooien en welk geluid haar eigen lichaam zou maken als het neerkomt. Weinig vrolijke mijmeringen die een reflectie op jezelf blijven in relatie zouden zijn. Euforische melancholie. Op muziek gezette tranen van geluk en wanhoop tegelijkertijd. Een opera van vijf minuten. Een meesterwerk

Hoogtepunt: 2’43”. Welkom, house beat en met tranen in de ogen loos gaan op de dansvloer, tien jaar voor Robyns “With Every Heartbeat”

3. Desired Constellation

Je gelooft het bijna, niet, maar de melodische zoem die een bedje legt onder “Desired Constellation” is wel degelijk, net als de rest van Medúlla, vocaal. Het is een sample van Björk die op “Hidden Place” (vanop Vespertine) “I’m not sure what to do with it” zingt, eindeloos bewerkt, geloopt, opgerekt, en wat nog tot het elektronisch suizen waarover de zangeres een nieuwe tekst kan zingen. Meer is het ook niet. “Desired Constellation” is niet meer dan dat atmosferisch bad waarover een emotionele Björk draait en keert, en een paar serieuze vragen probeert op te lossen.
Hoogtepunt: 1’16”. De eerste uithaal “How am I going to make it right?”.

4. Thunderbolt

Biophilia was meer een multimediaproject dan een geslaagd album, en zonder de ambitieuze, zelfgebouwde instrumenten te zien, leek het songmateriaal (zeker na het al licht teleurstellende Volta) wat gewoontjes. Björk verraste niet meer, toch staat er veel moois op dit album. Als we moeten kiezen, wordt het vooral “Thunderbolt” met zijn gecontroleerde chaos in de stemmen en de brommende baslijn van tussen Tesla Coils springende bliksemschichten. En het feit dat de track regelmatig lijkt te desintegreren in chaos maar dan toch weer op de rails komt.
Hoogtepunt: 1’01”. Na enkel seconden stilte valt de Tesla Coil in; een subtiele brom op CD, een alles omver denderende oerkracht live.

5. I’ve Seen It All

Dancer In The Dark was één van de laatste films die Lars Von Trier nog een beetje volgens zijn Dogma 95-principes maakte, en dus moest ook de muziek van deze musical, waarin Björk de hoofdrol speelde, uit de omgevingsgeluiden zelf ontstaan. Fabrieksgeluiden, het getik van potloden op tekenblokken, of zoals in dit duet met Thom Yorke: het gedokker van een trein over de sporen. Het is een sleutelmoment in de film, waarin het hoofdpersonage haar blindheid eindelijk heeft geaccepteerd, en hulp resoluut wegduwt. “What about China, have you seen the Great Wall”, vraagt de Radioheadfrontman. “All walls are great, if the roof doesn’t fall” is het gortdroge antwoord, en zo gaat dat een nummer lang door terwijl die trein maar aan een sukkeldrafje blijft gaan en prachtige violen hun sierlijke ding doen. Zelfs zonder de film staat dit nummer als een huis.
Hoogtepunt: 3’25”. Het emotionele hoogtepunt is achter de rug, en Björk maakt nog één keer haar punt met Yorke als voorzichtige steun in de rug. Hij is overtuigd, en het orkest begeleidt de twee gloedvol naar het gaatje. Toe-doek, toe-doek.

6. Jòga

Overrompelend; dat is Homogenic, en “Jòga”, een ode aan Björks beste vriendin, is daar het kwadraat van. Een waterval aan strijkers, Björks mooiste zanglijn ooit – spreek ons voor de fun gerust tegen in de comments hieronder – en dan plots – boemknotspieuw – een voorzicht beatsvuurwerk, met dank aan Mark Bell, dat het vulkanische landschap van IJsland echoot. Meer is er niet nodig, meer krijgt u niet; het is meer dan genoeg om één van de strafste tracks van de sterkste Björkplaat te zijn.
Hoogtepunt: 2’35”. Bell duwt even op alle knopjes los – een vuurpijl zoeft rakelings langs ons oor, een betonblok valt net niet op onze teen – vooraleer Björk de touwtjes weer duchtig in handen neemt. Ze overstemt het gedruis wel; geen zorg.

7. Play Dead

Het epische visitekaartje waarmee de toen 28-jarige Björk echt doorbrak bij het grote publiek. Ze schreef dit nummer samen met Jah Wobble (PiL) voor de soundtrack van het misdaaddrama The Young Americans, waarin ze het complexe, donkere hoofdpersonage probeerde te vatten. Het gaat over je emotioneel compleet afsluiten om geen pijn te voelen. De wereld leerde zo Björk kennen met haar smachtende en gefraseerde zang en stevige vocale uithalen. De triphoptrack werd op de nieuwe persing van haar solodebuut Debut geplaatst, wat de verkoop van die plaat en haar succes een stevige boost gaf. De rest is geschiedenis.
Hoogtepunt: 1’35”. Na een fantastische, met strijkers gelardeerde intro trekt Björk haar klep helemaal open om de emotionele puin- en wanhoop van het personage uit The Young Americans uit te schreeuwen. Het zou haar handelsmerk worden.

8. Hidden Place

Leadsingle van haar liefdesplaat Vespertine, zo niet haar beste, dan wel haar mooiste plaat tot dusver. Beïnvloed door de licht traumatiserende opnames van Dancer In The Dark — haar boel met Lars Von Trier is legendarischer dan de film zelf — maar bovenal door haar relatie met de artiest Matthew Barney. “Hidden Place” heeft alles wat van Vespertine zo’n gloedvolle prachtplaat maakt: smachtende zang van Björk, subtiele wispelturige beats van Matthew Herbert die de dartele lente in de buik voelen en een vrouwenkoor als een school sirenes.
Hoogtepunt: Björk zet voor een tweede keer dat prachtige, meeslepende refrein in, waardoor het nummer zich zachtjes ontvouwt als een lotusbloem.

9. Stonemilker

Na het nogal hermetische en overambitieuze Biophilia bood Vulnicura eerder dit jaar een welkome verademing. Geen overdreven conceptueel kader, bizarre instrumenten of etherische teksten, slechts Björk die haar breakup met Matthew Barney chronologisch verwerkt, ondersteund door strijkers en elektronica. “Stonemilker” mag de plaat op gang trekken en doet met een aanvankelijk nog vrij lichtvoetige koppeling van romantische strijkers aan de meesterlijke elektronica van Arca. De perfecte sfeerzettende prequel voor een emotionele rollercoaster van jewelste.
Hoogtepunt 0’48”. Björk heeft haar dagboek opengeslagen en begint met het relaas van een vervallen liefde, voorzichtig laat Arca zijn eerste ijle beats onder de strijkers schuifelen.

10. Where Is The Line?

Medúlla is wellicht Björks opmerkelijkste plaat: zo goed als volledig opgebouwd uit (elektronische vervormde) geluiden voortgebracht door stemmen. Het leverde enkele bevreemdende geluidscollages op, maar ook een handvol onbetwistbare wereldnummers. “Where Is The Line?”, waarin de diepe baslijn van human beatbox Rahzel in de clinch gaat met ijle koorlijnen, is daarvan wellicht het meest catchy voorbeeld.
Hoogtepunt 1’44”. Het hele geluid wordt onder de distortion bedolven, Björks vocalen onverstaanbaar gruizig terwijl het koor en de beats grofkorrelig verder denderen.

11. Bachelorette

Björks hang naar pathos en theatraliteit kent geen grenzen in “Bachlorette”, zeker niet als je er de geniale video van Michel Gondry bijneemt. Die toont een eindeloos verhaal van een meisje wiens levensverhaal een succesvol boek en musical worden. De song zelf is een gedicht van Björks landgenoot Sjòn met steeds extremer wordende romantische beelden. De muziek is een onnavolgbare mix van warme en metalige beats. Een mix die meer een levend organisme dan een set computertracks lijkt. Een song om op ‘endless repeat’ in te verdwalen en telkens nieuwe wonderlijke en monsterlijke krochten in te ontdekken.
Hoogtepunt: 3’40”. Björk haalt de hoogste toon van de song en het orkest valt in.

12. Black Lake

Het gitzwarte hart van Vulnicura, het oog van de storm van de te verwerken depressie. Een meer mag dan niet significant beïnvloed worden door de getijden, toch gedraagt “Black Lake” zich als een woest aan- en wegebbende zee van beats en strijkers die terugvallen op een aangehouden drone. Björk haalt het vitriool boven voor Barney (“Your heart is hollow”) maar legt haar kwetsbaarheid tegelijkertijd volledig bloot (“Did I love you too much?”). Arca pareert indrukwekkend met beats die het onrustige strijkerslandschap snedig perforeren.
Hoogtepunt 4’02”. Arca gooit er een diep onderhuids bonkende technobeat onder die naar een bescheiden climax evolueert, als een hartslag die zichzelf vergallopeert.

13. Pagan Poetry

Vespertine was niet alleen een liefdesplaat, maar ook Björks seksplaat. Zo zette ze het in “Cocoon” op een post-coïtaal hijgen, maar voor de slechte verstaander was er ook dit kristalliserend mooie “Pagan Poetry”, waarvan de videoclip niks aan de verbeelding overliet. Ze had van regisseur Nick Knight een handcamera meegekregen om haar liefdesleven met Matthew Barney te filmen. Footage van een vrijpartij werden daarin gemixt met beelden van een naakte Björk waarop een weinig aan de verbeelding overlatende huwelijksjurk gepiercet werd terwijl een vrouwenkoor ons “She loves him, she loves him” toefluistert. Dat was ten tijde van Vespertine overduidelijk. En zie nu…

Hoogtepunt: 2’25”. breekbaarder klonk ze zelden, dan in dit refrein waarin ze haar liefde uitschreeuwt als een willoos slachtoffer ervan. Een van de mooiste liefdesverklaringen in deze nog prille eeuw.

14. The Dull Flame Of Desire

Niet haar populairste plaat, dat wat richtingloze Volta uit 2007, maar als er één hoogtepunt uit geplukt moet worden, laat het dan dit epische duet met haar soulmate Antony Hegarty zijn. De tekst is een vertaling van een Russisch gedicht van Fyodor Tyutchev, dat Björk en Antony elkaar liefdevol toezingen terwijl marsdrums en koperblazers het nummer naar een climax stuwen die er eigenlijk niet echt een is.
Hoogtepunt: Laat net het ontbreken van een specifiek hoogtepunt het hoogtepunt zijn. Een bombastische climax waarin blazers en drums alles uit de kast trekken ware te voorspelbaar geweest. Het is net de onderhuidse onrust die nooit echt ontploft die dit nummer tot het meest verslavende (en in deze streamingtijden vaak enig gespeelde) nummer van Volta maakt.

15. Possibly Maybe

Het is soms vreemd om de eerste Björk-platen te horen met de latere experimentele uitwassen in het achterhoofd. De rechttoe rechtaan songschrijverij van die platen kan echter ook al eens een verademing zijn, en het talent is, zeker vanaf Post, toch al overduidelijk. “Possibly Maybe” uit die plaat illustreert dat mooi: lichte triphopbeats in een rijk gelaagde compositie, een melodie die een jaar later al door DJ Shadow gesampled zou worden op Endtroducing…, en Björk die de mogelijkheden van de liefde bezingt.
Hoogtepunt 0’35”. Het nummer heeft zijn tijd genomen om open te bloeien, Björk laat pas na meer dan een halve minuut voor een eerste keer van zich horen, maar dan klopt alles wel meteen.

U kunt deze Best Of — op de nummers van Vulnicura na — beluisteren op Spotify

spotify:user:enolamagazine:playlist:3xSNhdLE8FsOYOroHPyEKO

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + vier =