TIPS VOOR 2015: Lucrecia Dalt :: “Je weet nooit wat de perfecte situatie is, tot ze achter je ligt”

De hele maand januari blikt enola.be vooruit op het jaar dat komt. In Tips voor 2015 laten we enkele van de meest belovende artiesten aan het woord. Hou ze in de gaten en onthoud waar u voor het eerst over hen las.

Lucrecia Dalt verliet haar geboorteplek, Medellin, om haar Europese verovering vanuit Berlijn te beginnen. Ondertussen heeft ze ook al een tweede uitvalsbasis in Barcelona. Na een Boiler Room debuut en een release via Other People volgt er binnenkort een nieuwe plaat die haar vanuit de underground naar de oppervlakte kan stuwen. Hoog tijd voor wat meer uitleg over haar plannen, maar allereerst over hoe het allemaal begon.

Lucrecia Dalt: “Er was altijd muziek in mijn huis. Toen ik opgroeide, verstopte mijn moeder luidsprekers onder tafels met daarover tafellakens, zodat de geluidsbron nooit geïdentificeerd kon worden. Ze zegt nog steeds dat ze mij naast de speakers, gebukt, terugvond om de ritmes te begrijpen en te volgen met mijn voeten. Zij speelde zelfs allerlei soorten Spaanstalige muziek. Op hetzelfde moment verborg mijn oom zich in de kelder: hij speelde met de elektronica van bandopnemers om (Spaanse popzanger [red.]) Nino Bravo’s stem van zijn nummers te krijgen, zodat hij zelf mee kon zingen. Mijn grootvader was een drummer en een uitzonderlijk maracaspeler en mijn grootmoeder leerde stiekem gitaar te spelen onder haar bed. Deze omgeving gaf mij de achtergrond die ik dankzij het leven in Medellin heb kunnen gebruiken om te worden wat ik nu ben.”

enola: Wat was het grote keerpunt dan in Medellin?
Dalt: “Ik hing rond de Series Media crew in Medellin, een extreem getalenteerde en slimme groep muzikanten. Samen met hen raakte ik bekend met het universum van elektronische muziekproductie. Daardoor kwam mijn eerste release.”

enola: Had je daarvoor geen andere ervaring, of begon je echt als jezelf, Lucrecia Dalt?
Dalt: “Ik zong in een metalgroep toen ik veertien was. De andere leden waren geobsedeerd door een (Nederlandse [red.]) groep die The Gathering heet. Ze wilden dat ik zoiets zou doen. Later, pas toen ik 21 was, zong ik in een elektronische groep met niet-lyrische zanglijnen.”

enola: Nu breng je zelf ook elektronische muziek, maar je laat je niet beperken. Hoe zie jij je eigen beweging tussen genres?
Dalt: “Ik geloof dat het denken over hedendaagse muziek in termen van genre de mogelijkheden van de constant hervormende grenzen van muziek gewelddadig insluit. Als er niets anders opzit dan deze soort categorieën te gebruiken, dan zou ik eerder gaan voor een veranderlijke mengeling van linkse, abstracte bibliotheekmuziek en pop. “

enola: En wat als je niet wordt begrensd door genrebenamingen?
Dalt: “Dan lijkt het mij doelgerichter om een beeld mee te geven: ik sta op het podium met een basgitaar, ik beweeg van microfoon één naar microfoon twee. Microfoon twee staat naast een kleine synthesizer en een sequencerpedaal, de belangrijkste kerel in mijn set. Ik stuur het geluid van mijn basgitaar naar een basversterker en tegelijkertijd naar een gitaarversterker. Ik bouw alle melodieën op en dat op het moment zelf. Ik zing af en toe. Het gaat eerder over een mentale toestand, beweging, mogelijkheden tot vermengen, elasticiteit, willekeur en bevroren melodieën dan om genre. “

enola: Welke locaties denk je dat deze toestand het beste ondersteunen? Geef je dus als Berlijnse artiest de voorkeur aan een kleinere club met een dansend publiek, of sta je liever op een podium waar je wordt aanschouwd als een artieste?
Dalt: “Ik schrijf geen muziek voor bepaalde plaatsen, maar ik pas me eerder aan naargelang de plek en de situatie. De versterkers die ik heb, de bui van de geluidsman en mijn eigen bui, maar ook de hoeveelheid wijn die ik in mijn systeem breng, vormen het beginpunt. Dan laat gewoon ik al mijn vertrouwen over aan mijn oren en de onnauwkeurigheid van mijn handbewegingen. Ik orden op voorhand een set om vaste vertrekideeën te hebben. Van dat punt improviseer ik binnen mijn herinnering van de nummers. Mijn spanning stijgt naar de intermezzo’s die ik probeer uit te werken met zorg en geduld. Idealiter zijn er geen momenten van stilte. Maar soms ben ik een onhandige performer. “

enola: Beïnvloedt het publiek je set dan niet?
Dalt: “Niet echt. Ik speel wel liever voor een staand publiek, ook al is mijn muziek niet echt dansbaar, maar ik hou ervan om te kijken naar hoe het publiek in gebaren en bewegingen reageert op wat ik doe. Daarom heb ik ook graag lichten achter mij: zodat ik het publiek een beetje kan bekijken. Ik raak altijd geobsedeerd met iemand. Zo was er in Antwerpen een dame de hele set lang aan het dansen met haar ogen gesloten. “

enola: Heb je geen beeld van een perfecte situatie, of een perfecte locatie? Waar en hoe zie je het ideale publiek voor jouw muziek?
Dalt: “Je weet nooit wat de perfecte situatie is, tot ze achter je ligt. Ik zoek altijd naar een persoon die een vreemde hoek vormt met zijn lichaam. Ik hoop elke keer opnieuw om een gesprek met hem aan te knopen aan het einde van de show. “

enola: Je hebt het vaakst opgetreden als voorprogramma van Julia Holter, maar ook als opwarmer van veel andere groepen. Heb je een muzikale connectie met deze artiesten, of is het een mentale band die de samenwerking inspireert?
Dalt: “Ik kan me erg vinden in Felix Kubins muziek en zijn muzikale ethiek: hij is de top! Hij stond erop dat ik ledlampjes in mijn kledij zou verwerken. Ik kan me ook vinden in Julia’s muziek, vooral haar album Tragedy. We kregen de kans om een busje te delen op tour in 2006. We gingen daarmee naar Polen en Duitsland. In november vorig jaar reisde ik ook mee met haar tour. “

enola: Je laatste werk is toch wel anders dan je vorige albums. Je was slaapkamerproducer, met een hoorbare claustrofobie en intens isolement. En nu? Wat is er veranderd tijdens je laatste opnames?
Dalt: “Het is elke keer weer anders. Bij het maken van Syzygy zat ik in een zwakke gemoedstoestand: ik was iemand verloren die me dierbaar was. De isolatie was opzettelijk en min of meer noodzakelijk. Ik had wel ramen nodig om me verbonden te voelen met de realiteit in de buitenwereld. Tegenwoordig denk ik dat de ideale werkplek een kleine kamer zonder raam, internet of keuken is. Anders betrap ik mezelf er telkens weer op bezig te zijn met brood te bakken en niet met mijn muziek. Ik zoek nu naar zo een plek in Berlin, in het beste geval zonder parallelle muren. “

enola: Betekent dat dat je nu in een andere omgeving werkt, of dat je sommige duistere kanten van bij Syzygy nu uitbalanceert met hun heldere tegengewicht?
Dalt: “Esotro en Veta besloten om een andere richting uit te gaan dan het project waar ik werkte rond Duitse cinema. Ik vocht er niet tegen, maar ik liet het nummers worden en omhelsde een bepaalde schoonheid en structuur. “

enola: Voel je zelf aan waarom we je interviewen? Je stijgt steeds sneller vanuit de underground naar de oppervlakte: misschien een goed voorteken voor 2015?
Dalt: “Eigenlijk werk ik meestal niet zo snel. Ik heb tijd nodig om te verwerken en om relaties te ontwikkelen. Maar uiteraard doe ik wel mee aan beweging: ik kan niet statisch zijn. Ik ben een beurs aan het beëindigen en de uitkomst daarvan is een plaat. Ze werd uitgesteld, maar ik verwacht dat ze er zal zijn ergens in het begin van 2015. Ik heb enkel de komende drie maanden min of meer gepland: Ik zie veel tijd in de keuken, veel experimenten met opnames op casette, niet veel licht, maar wel veel films en veel boeken. “

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 7 =