Dÿse :: Das Nation

Ah, noiserock. Een speelzone voor kwaaie mannen met haatdragende songs over huiselijk geweld, depressies en nog meer huiselijk geweld. Nu ja, dat het ook anders kan — wat speelser en gevarieerder — bewijst het Duitse duo Dÿse al een decennium lang. Hoewel het tweetal vooral een ijzersterke live reputatie heeft (u kan dat op 4/9 verifiëren in de Magasin 4), zijn de albums ook een belevenis, desnoods in kleine dosissen. Dat geldt ook voor derde langspeler Das Nation.

Andrej Dietrich (gitaar, zang) en Jarri von Gohl (drums, zang) slagen erin om zelden als een duo te klinken. Niet alleen door de brutale sound, waarin de moddervette riffs weer centraal staan, maar door de studio haast uit te roepen tot een gastmuzikant. Er wordt immers gerommeld met stemmenlaagjes, koperblazers en allerhande ingrepen die je doen vergeten dat de band eigenlijk uit een compacte kern bestaat. De stijl ligt een beetje in het verlengde van de Amphetamine Reptile-bands als Unsane, Helmet en The Jesus Lizard, maar het is ook duidelijk dat de band rondhing op het Exile On Mainstream-label, waar het vergelijkbare Volt ook thuis was.

Vanaf “Waldbart” wordt de lat meteen hoog gelegd: een ultrastrakke intro, dan een catchy riedel die je eraan herinnert dat er hen niets aan gelegen is om ook gesuikerde pop te integreren en vervolgens uitpakken met die loeiende, vlezige riffs. Wat ook opvalt: bijzonder krachtige zangpartijen, waarin volop ingezet wordt op laagjes. Er is er daar eentje die een carrière binnen de vikingmetal misgelopen is. In het veelzeggend getitelde “Die Ai Wai” leidt het tot een lofzang vol start/stop-momenten, gescandeerde raps en plots opduikende blazers.

Het duo neemt zichzelf niet te serieus en doorheen de platen duiken er dan allerhande ingrepen en absurde grappen op. In “Strt” is het een jankende kat die begeleid wordt door contrabas en rim shots, terwijl “Out Of Tune” al helemaal ontspoort met willekeurig toeterende trombone, struikelende drums en bezopen gewauwel. Goed voor één keer, daarna overbodig. Net iets minder flauw: “Hans”, een track die van start gaat als een melancholische power ballad, maar dan openbarst met pompeuze riffs en ondraaglijk theatrale zangpartijen. Geinig, maar de knipogen liggen er wel heel dik op. En dan nog eens kelen in het Duits.

Dat kan echter niet voorkomen dat de meerderheid van de songs uithaalt met een kracht van heb-ik-je-daar. “Näckenoffner” sleept iets te lang aan met die zacht/hard-dynamiek, maar leidt live ongetwijfeld tot een ware explosie, zeker als het pedaal volledig ingetrapt wordt. De a capella start van “Spinne” herinnert dan weer aan het unieke Nomeansno (hoe zit het daar trouwens mee?). Dit is wild kronkelend, inventief stuff met complexe timing, vreemde wendingen en – op de gepaste momenten – beenhard gebeuk. Idem voor de bulldozerriffs van “Dysenation” (dat tuba-accentjes toebedeeld krijgt!). Dat is het soort spul dat voor stijve nekken en blauwe plekken gaat zorgen.

Dÿse pakt nog altijd uit met uit z’n voegen barstende noiserock. Nu en dan gebeurt dat met grapjes en ideetjes die iets te belegen zijn, maar zodra die achterwege blijven (of als je er in slaagt om ze te negeren) heb je te maken met een duo dat er inbeukt met een onweerstaanbare geestdrift.

Dÿse speelt op 4 september in Magasin 4, een concert in de reeks verjaardagsconcerten. Ook op het programma: Belgische noisehelden Vandal X en Missiles Of October. Meer info hier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − acht =