Gibrat :: Mattéo: Derde periode (augustus 1936)

Hoe zou het Julien, de onderduiker uit Het uitstel waarmee Gibrat eind jaren negentig hoge ogen gooide, als volwassen man vergaan? Het antwoord wacht in het nieuwste deel van Mattéo, het vierluik waarmee Gibrat de lezers al vijf jaar aan zich weet te binden.

Het is enigszins onkies, twee hoofdpersonages van verschillende werken gelijkschakelen, maar Gibrat vraagt er een beetje om. De fysieke en karakteristieke gelijkenissen tussen zijn twee hersenspinsels zijn enorm opvallend. Wanneer we Mattéo leren kennen, in de beginjaren van de Eerste Wereldoorlog, lijkt hij zelfs weggelopen uit Het uitstel.

Maar waar Julien noodgedwongen zijn tijd op een zolderkamertje doorbrengt, trekt Mattéo de wijde wereld in. De anarchistenzoon neemt vrijwillig dienst in het Franse leger, belandt in het revolutionaire Rusland en heeft een liefdesleven dat bij momenten net zo’n slagveld is als de woelige buitenwereld waarin hij zich beweegt, zo bleek uit de eerste twee delen.

Na het ietwat noodlottige einde van de tweede periode, pikt Gibrat de draad van het leven van dez vrijbuiter opnieuw op in 1936, bijna 20 jaar nadat de jongeman afgeserveerd werd naar een overzeese strafkolonie. Wanneer de lezer opnieuw met Mattéo herenigd wordt, ziet die er opvallend fris en monter uit voor iemand die zowat de helft van zijn leven dwangarbeid heeft verricht. Dan was Papillon in het gelijknamige boek duidelijk slechter af. Hetzelfde geldt voor de andere personages: Paulin en zeker Amélie en Juliette hebben in het interbellum zichtbaar evenmin te klagen gehad: hoewel de dames minstens tegen de 40 moeten lopen, en dat met een wereldoorlog achter de kiezen, hebben ze nog niets van hun stralende jeugdigheid verloren. Het zal de gezonde Franse zeelucht zijn die het ‘m doet.

Maar genoeg kritiek, want met zijn schetsmatige pentrekken en zacht betoverende kleuren, weet Gibrat ook in dit album de lezer zonder al te veel moeite in het verhaal te trekken. Dat speelt zich deze keer niet in door geweld ontwrichte oorden af, maar beslaat enkele cruciale momenten aan het thuisfront. Deze derde episode laat zich aftekenen als een eerder rustig tussendoortje, een noodzakelijk scharniermoment voor, in het vierde deel, de finale zich aandient, zo kan aangenomen worden.

Lijken de gebeurtenissen van augustus ’36 op het eerste zicht eerder banaal, ze vormen een mooie sociale schets van het Frankrijk van die dagen. De eerste congé payé voltrekt zich (sommige tekeningen lijken een kleurenversie van de foto’s die Cartier-Bresson in dezelfde periode schoot), daarmee de sociale orde op zijn kop zetten. Even verder, over de Spaanse grens, botst het nog harder en komen deelnemers uit het Europees continent warmdraaien voor de Tweede Wereldoorlog. En jawel, het liefdesleven van Mattéo krijgt eveneens enkele veldslagen te verwerken.

Niet zo heel erg veel nieuws onder de zon in het universum van Gibrat. Maar ook al vertoont de Franse auteur in zijn verhalen niet bijster veel variatie, wat hij vertelt, doet hij beter dan de anderen. Een nieuwe streling voor het oog, is deze derde periode. Een kleine collectie drama tegen de achtergrond van een grote geschiedenis, waarbij Gibrat hopelijk in de slotepisode de oplopende verwachtingen zal weten in te lossen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vijf =