Megadeth :: 27 mei 2013, AB

Metalgrootheid Dave Mustaine en zijn achtergrondband — want dat blijft Megadeth tot vandaag — stonden maandagavond nog eens in een zaal. Het werd een middelmatige show, al lag dat onder meer aan de setlist.

Eerlijk gezegd, wat ons betreft hoeft Mustaine geen nieuwe platen meer te maken. Thirteen en Super Collider, de twee laatste Megadeth-platen, zijn ongeïnspireerde, goedkope metalproducten. Producten, inderdaad, want elk nummer lijkt gefabriceerd uit dezelfde onderdelen: een melodisch refrein, centrale riff en een reeks duizelingwekkend snelle shred-solo’s; op het lijf geschreven van noeste, niettemin vakkundige muzikanten als drummer Shawn Drover en tweede gitarist Chris Broderick, beiden afkomstig uit de power metalscene. De gouden jaren met gitarist Marty Friedman, die het bandleven beu was en zich terugtrok in Japan, en drummer Nick Menza, die door Mustaine aan de deur werd gezet, zijn al lang voorbij; dan maar onze hoop stellen op de klassiekers?

Megadeth begint redelijk aan zijn set in een uitverkochte AB met “Trust”. De donderende drums vallen in, de gitaartandem Mustaine-Broderick vuurt de herkenbare gitaarmelodie af en de nasale schreeuwen klinken meteen vertrouwd. Het publiek trekt zich niets aan van het lamentabele geluid en gaat uit z’n dak. Omdat de galmende basdrums als kanonschoten klinken en de voorste regionen omgetoverd zijn tot een klein slagveld, wanen we ons in de Slag om Aleppo. Maar bij tweede in de rij “Kingmaker”, meteen het eerste tegenvallende nummer, is de aandacht meteen verdwenen. Zelfs de flitsende projecties op de gigantische videowall kunnen een geeuw niet onderdrukken.

Dit gloednieuwe nummer is net als “Whose Life (Is It Anyways?)” van Thirteen, dat de euforie na het sentimentele hoogtepunt “A Tout Le Monde” een beetje verpest en “Super Collider” — nog zo’n nieuw archislecht nummer — een spelbreker tussen andere, véél betere, nummers. Een logisch voorbeeld is “Hanger 18”. Hoewel het geluid na tien minuten nog altijd niet volledig snor zit, blijven de gitaarsolo’s en drumbombardementen na al die jaren nog zó lekker in de oren klinken. En zelfs de samenzang in “She-Wolf”, evenmin Mustaines beste creatie, is best te pruimen.

Ook met de uitgebreide aandacht voor miljoenenplaat Countdown To Extinction — het titelnummer, “Architecture Of Agression”, “Sweating Bullets”, “Ashes In Your Mouth” en, uiteraard een van de afsluiters, “Symphony Of Destruction”, passeren de revue — konden we nog eens juichen. Maar om echt moeilijk te doen, hadden we nog liever wat meer nummers van het briljante Rust in Peace — da’s nog eens echte thrash! — gehoord dan alleen de publiekslievelingen “Hanger 18” en, vooral, de verplichte encore “Holy Wars… The Punishment Due”. Net als “Peace Sells” wordt het nummer luid mee gescandeerd en bezorgt elke riff de echte thrashers een oorgasme.

Maar nooit worden we compleet omver geblazen door Megadeth. Tijdens de hele show hebben we mede door de entertainende projecties een zeer hoog actiefilm-met-Sylvester Stallone-gevoel. Kijken doen we nog eens sporadisch op een breindode dag, maar nooit worden we meegesleept in het verhaal. Maar goed dat we met niet al te hoge verwachtingen naar Megadeth komen kijken, want met — hoe vreemd het ook klinkt — cleaner metalgeluid wil Mustaine tegenwoordig een jonger metalpubliek aanspreken. Het is niet dat pakweg Slayer nog kan verrassen live; we zullen die band tenminste nooit achter een muur van geprojecteerde Marshall-versterkers zien spelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 15 =