Jacco Gardner :: 13 februari 2013, Trix

Hadden we bij de zopas verschenen debuutplaat Cabinets of Curiosities nog twijfels bij Jacco Gardner, voornamelijk door zijn schaamteloos herkauwen van de jaren zestig, dan zijn we ondertussen overstag gegaan. De songs hebben tijd gehad om te rijpen en blijken live zowaar een bedwelmend effect te hebben.

‘Time is standing still’ zingt Jacco Gardner ergens halverwege zijn concert in Trix, tijdens “Watching The Moon”, en daarmee lijkt de nog jonge Nederlandse muzikant de avond, en zijn werk, samen te vatten. Wat de jonge man doet, komt recht uit een parallelle wereld waar de tijd lijkt stil te staan. Meer zelfs, zijn muziek heeft, met zijn hypnotiserend karakter, de neiging tijd te manipuleren en de toeschouwers mee te nemen naar een plaats en tijdperk waar het gras lang is, de meisjes lief en het zonlicht betoverend goudgeel.

Eeuwig zorgeloos zomer, met andere woorden. En dat geeft de jongeman bijna letterlijk toe wanneer hij “Summer’s Game” aankondigt, dat het verlangen naar de zomer en de bijhorende dromen in een drie minuten durende dosis de zaal in stuurt. Of eerder: er zachtjes over uitstrooit, want als een ding Jacco Gardner live kenmerkt, is het wel het aaibare karakter van zijn muziek.

Zoveel is al duidelijk bij de aanvang, nadat eerst de instrumentale titelsong van de plaat zijn opwachting maakt en vervolgens “A House On The Moon”, de intenties van dit vierkoppig gezelschap duidelijk maakt: zorgen voor een uurtje schoonheid waar je niet van terug hebt. De links zijn uiteraard snel gelegd: vroege Pink Floyd, de warmte van Al Stewart ten tijde van het helaas bijna vergeten Love Chronicles, maar evengoed moet je zowaar denken aan de dwingende ritmesectie die Boudewijn de Groot in “Het Geluid Van Stilte” achter zich had: “Chameleon” heeft immers een groove achter zich waar menig zwarte coltruidrager uit de swinging sixties voor getekend zou hebben.

Tel daar nog de ingenieuze tempowissels bij die Gardner en zijn band geregeld uit de vingers schudden en je vraagt je af hoe je ooit kon twijfelen aan dit gezelschap. Meer nog, wanneer “Clear The Air” voorbij komt, rijst de vraag tot welk goeroe je je moet richten om hier een voorjaarshit van te maken, om die caleidoscopische klanken in donkere tijden te laten baden in een zee van optimistisch licht.

Want laat daar geen twijfel over bestaan: hebben Bed Rugs en Broken Glass Heroes de afgelopen jaren verdienstelijke pogingen ondernomen om de klank en de geest van de sixties opnieuw tot leven te wekken, het is Jacco Gardner die op dat vlak als eerste een geslaagde missie op zijn palmares mag schrijven. En ja, het is doen herleven wat eens geweest is, maar wat zou dat? Is het uiteindelijk niet beter dat enkele jonkies een frisse wind door deze muziek blazen dan dat een stel ouwelingen, de bankrekening in het achterhoofd, een tenenkrullende poging ondernemen hun verleden in leven te houden. Bovendien: is deze wereld niet dringend toe aan een nieuwe summer of love?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 5 =