Glimps festival :: 14 en 15 december 2012, Gent

Het mooie aan een festival als Glimps is dat je keuze hebt uit een overdaad aan bands die allemaal willen tonen hoe fantastisch ze zijn. Het verschrikkelijke aan een festival als Glimps is dat je keuze hebt uit een overdaad aan bands die allemaal willen tonen hoe fantastisch ze zijn.

Dag 1

Keuzes dienen met andere woorden gemaakt te worden. Enola werkte zich, met behulp van een aftandse fiets, notitieboekje en het kop-of-munt-beslissingssysteem doorheen een programma bestaande uit tientallen bands afkomstig uit alle uithoeken van Europa. We kwamen enkele aangename verrassingen tegen én zagen gevestigde waarden in wording zichzelf bevestigen.

UMA is de ideale band om beloftenfestival Glimps mee op gang te trappen. Het duo komt uit Oostenrijk en is nog volslagen onbekend. De muziekfreak kent Ella en Florian Zwietnig misschien al van de video van “Wild At Heart”. Voor de nieuwsgierigen in het Charlatan Café is de electropop alvast een aangename verrassing. Beiden missen duidelijk nog wat podiumervaring, maar de diepe bassen, koorachtige stem van Ella en lekkere synths gaan erin als zoete koek. Hoewel de samenhang live beter kon, is UMA een nieuwe naam om in het oog te houden. Wedden dat ze binnen een paar maanden door Pitchfork aangeraden worden?

BRNS is tegenwoordig erg hot, getuige de nokvolle zaal van café Trefpunt Bij Sint-Jacobs. En terecht. De vier jonge Brusselaars hebben een ijzersterke livereputatie en spelen dan ook een waanzinnig goed optreden. De samenzang is knap, de percussie opwindend. Ook de snedige gitaren en pompende bassen missen hun effect niet. Een nummer als “Our Lights” is catchy, virtuoos en onvoorspelbaar. BRNS klinkt op het ene moment enorm dansbaar, dan weer dromerig om vervolgens poppy uit de hoek te komen. Hitje “Mexico” is niet eens het allerbeste nummer van de band. Dat wil al veel zeggen. Graag op Rock Werchter volgend jaar.

Wie had ooit van het Oostenrijkse Francis Int. Airport gehoord? Weinigen, vermoedelijk, maar toch weet dit gezelschap behoorlijk wat volk richting Handelsbeurs te lokken. Mogelijk in afwachting van Raketkanon, maar dan nog: met hun mix van jaren tachtig synthesizers en een catchy beat weet het gezelschap duidelijk hier en daar een snaar te raken. Vooral de meer rustige nummers lijken het sterktepunt van de groep, die, om een stap vooruit te zetten, echter werk zal moeten maken van meer overtuigende vocalen.

Bij French Wives is er even sprake van een wow-gevoel. De Britten zijn, zo mag aangenomen worden, opgegroeid op een dieet van de eerste plaat van Franz Ferdinand. Het resultaat? Dansbare, toegankelijke rock die voortgejakkerd wordt door catchy gitaren en snedige drums. Dit is goed, niet meer, maar evenmin minder. Alleen: dit is het geluid van tien jaar geleden. Zelfs Franz Ferdinand bracht op zijn laatste albums songs ten gehore die een flinke weg hadden afgelegd van het begingeluid.

Nog meer recyclage: The Ringo Jets geven, wanneer ze up tempo spelen, de indruk een White Stripes-coverband te zijn. Dezelfde stem, dezelfde drummokerslagen, dezelfde riffs, maar dan gespeeld door twee gitaristen. En toch: als het trio het tempo laat zakken, staan ze er. Het duurt dan ook niet lang voor het broeierig wordt in Café Video. Telt daar nog een lichtelijk fantastische cover van “Helter Skelter” bij, en je kan spreken van een fijne ontdekking.

Een kwartet dat staalharde metalriffs combineert met flarden elektronica en gekke stemmetjes: dat kan alleen maar Raketkanon zijn. Het nieuwste project van Pieter-Paul Devos (Kapitan Korsakov), Jef Verbeeck, Lode Vlaeminck (Tomàn) en Pieter De Wilde (Sioen) is intussen wereldberoemd in Vlaanderen en live een plezier om te aanschouwen. Devos hangt de podiumclown uit en keyboardist Vlaeminck springt als een gelukkig kind op en neer. De band verkeert dus in bloedvorm. Maar het volume in de Handelsbeurs staat iets te stil om door de nummers van Rktkn #1 volledig omver geblazen te worden. Niettemin was de stek in de fijne Gentse zaal, een trapje hoger dan Video of Charlatan, meer dan terecht.

Hoewel Glimps een festival is dat een parcours aanbiedt en niet noodzakelijk openers en headliners heeft, kan Marble Sounds toch als een prominente naam beschouwd worden. De band debuteerde bijna drie jaar geleden met Nice Is Good en komt op Glimps een voorsmaakje geven van het later te verschijnen tweede album. Vertrouwde songs als “Sky High” en “The Time To Sleep” zorgen voor ankerpunten, maar het zijn de nieuwe songs die de aandacht opeisen. Zo is er “Never Lost, Never Won”: pure pop, maar dan op z’n Marble Sounds: wonderlijke, meeslepende klanken die zachtjes richting crescendo gaan, in dit geval inclusief megafoon en heftig zinderende gitaren. Drie jaar is lang, maar uit wat hier te horen viel, zal het tweede album de moeite van het wachten waard zijn.

Het moet van de kerkshow van de Church of Ra in mei 2011 geleden zijn dat de The Black Heart Rebellion nog eens in ons landje speelde. De undergroundband nam voldoende tijd om te focussen op zijn langverwachte tweede plaat Har Nevo, die in januari verschijnt. Dat hoor je ook. De vijf heren brengen je nog steeds in apocalyptische sferen, maar klinken mysterieuzer en meeslepender dan ooit. In “Avraham” en de overdonderende afsluiter “Into The Land Of Another” worden we meegezogen door onheilspellende, tribaal aandoende drumritmes en de rauwe stem van Pieter Uyttenhove. Zelfs voor wie de band al een gevestigde waarde was, is zijn thuiskomst in Gent na een Japanse tournee een kleine openbaring. Daarmee kent deze eerste dag van de tweede editie van het Glimps festival een meer dan bevredigend einde. Morgen: meer van dat!

Dag 2

Dingen die je al doende leert op een festival als Glimps: zorgen dat je fiets tiptop in orde is, of je mist gegarandeerd een ferme band. Op tijd komen, eveneens zeer belangrijk, om exact dezelfde reden. En, bovenal: durf eens muzikale risico’s nemen.

Douglas Firs in Zaal Miry is geen gedurfde keuze, maar wel een goeie. De melancholische muziek van de band rond Gertjan Van Hellemont, gitarist bij The Bony King Of Nowhere, zweeft constant tussen blues en folk, tussen tristesse en vrolijkheid. Van Hellemont is duidelijk de frontman en laat zijn liefde voor Bob Dylan en Leslie Feist (met de mooie cover “Comfort Me”) doorschemeren. Ook de geest van Ryan Adams waart rond. Dat zijn sterke stem het geheime wapen van de band is, kan je ook als een zwakte interpreteren, maar gelukkig klinkt Van Hellemont lang niet zo proper als Milow. We voelen het nu al: Douglas Firs wordt groot.

Mujeres, een Spaans viertal dat lak heeft aan crisis en ellende, én bovendien met Soft Gems zopas een wel heel aanstekelijke tweede plaat heeft uitgebracht, doet zijn best de Balzaal van de Vooruit in vuur en vlam te zetten en voorwaar: de mix van old school rockabilly met een YéYé-aanpak, is zowat onweerstaanbaar. “I’m Over With You” zal, zelfs wanneer het afsluitende feestje uren later aan het doodbloeden is, nog steeds door het hoofd spoken. Mujeres is immers een van die bands die, hoe nonchalant ze ook spelen, ultrastrak en aanstekelijk uit de hoek komen.

Rats On Rafts (uit Rotterdam begot) werd al opgepikt door Alex Kapranos van Franz Ferdinand, en eerlijk gezegd hebben we het wel voor ‘s mans muzieksmaak. Het energieke viertal brengt drie kwartier lang een portie swingende maar scheurende postpunk. Akkoord, sommige nummers zijn meer van hetzelfde en iets te lang uitgesponnen, maar dat laten we niet aan ons hart komen. Rats On Rafts is een band met het (punk)hart op de juiste plaats, en zo hebben we het graag.

Bij The Germans is het andere koek. Althans, dat verwachten we, maar logistieke problemen beslissen anders over het bijwonen van de passage van deze sympathieke Gentenaars. Zéér jammer, want enkele weken geleden blies het weerbarstige viertal Sukilove nog van het podium van de Charlatan, en het in januari te verschijnen nieuwe album Mother Sings In Front Of The House is een bom waar we nu al elke bezoeker die hier over de vloer komt willens nillens aan blootstellen. Ga dat zien, als de kans zich voordoet, want na jaren afwezigheid staan The Germans gevaarlijker dan ooit.

Net zoals The Germans is Soldout een Belgische band die al jaren aan de weg timmert, maar daarmee niet meer dan een cultstatus heeft opgebouwd. Wie naar de gitaaraanvallen van The Germans luistert, kan daar vermoedelijk enige logica inzien, maar minder evident is het onder de radar blijven hangen van Soldout, een Franstalig electroduo dat qua aanstekelijkheid en tot dansen aanzetten van niemand lessen te krijgen heeft.
De invulling is daarom niet altijd naar ieders wens — aanvankelijk klinkt Soldout meer design dan smerig –, maar geef dit duo de ruimte om op te bouwen, en voor je het weet sta je tot je eigen verbazing loeihard “I don’t want to have sex with you” mee te brullen.

The K. moet een van de meest compromisloze bands van het festival zijn. De trommelvliesverwoestende noise is de reden waarom ons apenlandje één zou moeten blijven. Een nummer als “Essential Chippendale” herbergt de nodige groove, een funky melodie en bovenal: heerlijke agressie. De furieuze schreeuwstem van Sebastien van Landau is niets voor mietjes en hitjesfans, maar zelfs dan blijft de vraag waarom deze knotsgekke band niet bekender is in Vlaanderen. Fans van The Jesus Lizard, Melvins en consorten die deze band gemist hebben: schaam u!

Na al dat gitaargeweld komt Tomàn als geroepen. Postrockhits Volume II bevat alleen sfeervolle, heerlijk gelaagde nummers om rustig bij te chillen. De vijf grapjassen spelen géén postrock, wel haast onbeschrijfbare muziek die zich niet in een hokje laat duwen. Onze favoriete postrockers (grapje!) konden niet optimaal soundchecken, maar toch geraken tijdens de set de elektronica, synths en drums in elkaar verstrengeld. Dit is sterk, zeer sterk. Of nu gaat om het speelse “Akido”, de lekkere beats in “Mexiconcarne” of de wondermooie afsluiter “64 Bit”, de electro brengt ons in een soort zentoestand. Het was heel fijn om Tomàn nog eens te ondergaan.

De band waar je vandaag niet omheen kan is Flying Horseman. En terecht. Wat Bert Dockx en de zijnen op het podium neerzetten, is — zelfs voor een leek — een stomp in de maag en een klap in de nek. Opener “T.M.L.” zet, op broeierige wijze, de bakens uit, waarna de band deze zelf, in de loop van het concert, langzaam maar zeker verder zal verzetten. Hoewel de band met Twist en Navigate dit jaar al een uitstekende langspeler en EP uitbracht, blijft Flying Horseman niet stilzitten. Ten bewijze: het gloednieuwe “Landlord”, dat een sfeer van onbehagen schept alsof je als kind je fantasie met je op de loop voelt gaan en het onbestaande gevaar van een weerwolf plots bijzonder accuraat wordt.

Na zo’n concert kan je enkel knock out in het pluche van zaal Miry even bekomen van wat zonet gebeurd is. En toch: hoe geslaagd Glimps ook was, het gevoel dat je veel gemist hebt, zelfs als je de benen van onder je lijf gefietst hebt, blijft aanwezig. Hier is zoveel te horen en te zien, dat we zelfs achteraf nog even zoet gaan zijn met het uitchecken van alle aanwezige bands. Volgend jaar meer van dat?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 4 =