Phantom Limb :: The Pines

Mooi, Mavis Staples wordt nog eens bovengehaald, dachten wij eventjes toen we op de autoradio voor het eerst Phantom Limb te horen kregen. Nu mag u die overhaaste conclusie gerust een jeugdzonde noemen — enola moet tenslotte nog een jaar worden — het zegt wel iets over de geloofwaardigheid van deze piepjonge gospel-countryband.

Het nummer dat ons tot die associatie dreef, heet “Thumbling Down”; een ingehouden gospelklaagzang die zich tergend traag naar het einde lijkt te slepen, maar dankzij de imposante stem van zangeres Yolanda Quartey uitmondt in een welgemeende middenvinger richting de klootzak die ze al veel langer had moeten buitengooien. Eens thuisgekomen werd het pas echt straf, toen de groep niet uit de broeierige cotton fields van het diepe zuiden bleek te komen, maar uit het grijze Bristol, UK.

De belangrijkste troef van Phantom Limb is duidelijk die soulstem van Quartey, daar moeten we niet onnozel over doen. Ze beschikt over een stem die zoals gezegd vergelijkingen oproept met souldiva’s uit lang vervlogen tijden. Haar stembanden en misschien ook wel kledingmaat zitten ergens tussen die van Aretha Franklin en Brittany Howard van Alabama Shakes in.

Dat levert in het beste geval soulmuziek op die even dicht bij Nashville staat als bij New Orleans, met klassieke gospelinvloeden en genoeg popgehalte om er bij het grote publiek makkelijk in te gaan. Wat Quartey jammer genoeg mist, is het vuur waarmee eerder genoemde dames hun gebroken hart door je strot duwen. Zelfs al schreeuwt ze haar frustratie uit zoals in “I’ll Have Mercy” of huilt ze uit op je schouder in “Badge Of Descension”, ze blijft te schuchter om je bij je nekvel te kunnen grijpen. The Pines is al het tweede album van de Britse groep en Quartey stond als backing vocal op het podium bij haar stadsgenoten van Massive Attack en bij Adele, maar met de rol van krachtige frontvrouw lijkt ze zich nog niet helemaal te hebben verzoend.

Daarvoor mist haar stem nog wat charisma, maar daarvoor zijn ook de songs te braaf. De productie door voormalig Black Crowes-gitarist Marc Ford is zodanig glad dat je nergens aan een scherp kantje blijft haken. En wie vandaag de dag wil opvallen in een genre dat al decennia lang gerecycleerd wordt, moet van die traditionele leest durven af te wijken. Dat ongepolijste randje hebben bands als Alabama Shakes en Cold Specks bijvoorbeeld wél toegevoegd.

Opener “The Pines” swingt nog wel lekker weg, maar snel is duidelijk dat dit album het toch vooral moet hebben van emotionele uitbarstingen van amoureuze wanhoop en andere ellende. Huizenhoge clichés in het genre dus, waarbij niet wordt gekeken op een extra schepje drama. Om daarmee weg te komen, kun je maar beter alle vocale registers opengooien, en dat gebeurt op The Pines te weinig. Enkel in “High And Dry” gaat Quartey voluit, al is het jammer dat het nummer eerst drie minuten lang emotieloos verder kabbelt. Wie even volhoudt, krijgt echter een zangeres te horen waarvan je eigenhandig het hart weer aan elkaar wilt lijmen.

Het zijn dat soort uithalen die verraden dat er in Phantom Limb een sterke livegroep schuilgaat. Dat bewezen ze bovendien al met een indrukwekkend optreden op Lowlands, voorbije zomer. De toen gewonnen fans renden massaal naar de verkoopstanden en maakte van Phantom Limb zelfs de best verkopende band van het hele festival.

Op zijn zwakst is Phantom Limb een groep zoals er twaalf in een dozijn het countrycircuit afschuimen, maar op zijn sterkst is het een veelbelovende band die aan wat meer lef genoeg heeft om veel verder te komen. Wie van een Hollandse festivaltent op het middaguur een knusse gospelkerk kan maken, weet wellicht ook wel raad met een intieme concertzaal bij ons en krijgt daarom het voordeel van de twijfel.

Phantom Limb speelt op 7 januari in de Antwerpse Arenberg en op 8 januari in de Brusselse Rotonde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 3 =