WERCHTER 2012 :: Freggles, bikini’s en Iets Enorm Idioot

Het was lang geleden, maar na jaren worstelen met een gebrek aan podia en verbeeldingsvolle programmatie, vond Rock Werchter dan toch zijn draai. Voor het eerst in tijden heeft de enola-redactie zich nog eens voluit geamuseerd op het festival. En dat allemaal alleen maar door een hoop mensen met gitaren, drums en bakken elektronica.‘t Is a wonderful world, zeggen wij u.

Dag Eén: De vergankelijkheid van een zweetdruppel

Vreemde dag, die openingsdag op Werchter. Het hipste dancegeweld van vandaag (Justice, Skrillex, Netsky) tegenover een nostalgietrip zonder weerga (Garbage, Cypress Hill, The Cure). De Schuer splijt met die line-up de mensenzee een avond lang in tweeën. Daar heeft zelfs Mozes niet van terug.

Winnaars op Werchter:
Wie meer Werchterverslag wil, klikt voor de langere verslagen van de tien beste concerten hieronder.

Meteen de heetste dag ook, 70.000 lijven als braadgraag en nauwelijks bedekt barbecuevlees. Geen wonder dat we oud-collega en huidig P-journalist (md) tegen het, gelukkig bedekte, lijf lopen. Waar er bikini’s zijn op weiden en wegen, komt men de P tegen. Een uitstekende gelegenheid dus om dat extra pintje te drinken, en blijkbaar zijn we niet de enigen met dat gedacht. Het ging er vooral voor de Main Stage opvallend gezapig aan toe, donderdag. De hitte, de slapeloze bloknachten amper verteerd, het gezelschap lange tijd niet gezien of gesproken; we begrijpen dat. En de openingsdag leent zich er ook toe. Er mag op de schizofrene affiche gedanst worden of gemijmerd over onschuldige tijden.

En dat het nog warmer is in die nieuwe Schuur. Ingewijd door de fanfare van ‘t Schoon Vertier, starten de echte bezigheden er een klein half uur later met een puik optreden van Metric. Met het nieuwe Synthetica nauwelijks in de winkel, put de groep toch stevig uit dat nieuwe materiaal, maar dat is OK; een glamrockstomper als “Youth Without Youth” of een zinderend “Speed The Collapse” hakken er ook zo wel in.

Emily Haines blijft dan ook het soort frontvrouw waar veel groepen alleen maar van kunnen dromen. Onvermoeibaar, en zelfs bij meer dan dertig graden übercool in een zwart leren jasje, zoekt ze de rand van het podium op. “I’m just as fucked up as they say”, begint ze het optreden, en het klinkt meer als een strijdleuze dan als een probleem. De prettig gruizige synthpop van “Breathing Under Water” en een opwindend “Gold Gun Girls” klinken dan ook onweerstaanbaar. Afsluiten doet de groep uitstekend met de woeste publieksfavoriet “Death Disco”, en pas vijf minuten na afloop realiseer je je dat ze “Help I’m Alive”, hun grootste radiohit hier, niet eens nodig hebben gehad. Overtuigend gewonnen, heet dat.

Boxen uit in De Schuur? Dan is het aan de Pyramid Marquee, waar vandaag alles in het teken van beats en — eventueel — hiphop staat. Een combinatie van beide brengt Kraantje Pappie, Nederlands grootste raphoop in bange dagen. En de man maakt die reputatie waar met een plezante set strakke beats, onnozele ongein als “Klootzak” roepen naar DJ Klootzak, en minstens één rete-aanstekelijke hit met “Waar Is Kraan?”. Na afloop laten we de bierkraan weer even lopen, monsteren samen met (md) wat bikini’s en bereiden ons mentaal voor op de komst van Within Temptation.

Want humor op een festival moet kunnen. Al is Within Temptation zo’n grap die al veel te lang duurt, verteld door een nonkel die je zeventien keer — “Heb je ‘m, heb je ‘m?” — met de elleboog aanstoot. Te gothpop voor Graspop (Evanescence, iemand?), frontvrouw Sharon Den Adel meer MILF dan metal. Het concert voelt op het heetste moment van dit Werchterweekend als een gekostumeerd Halloweenfeestje op 1 november bij de bomma, met cake en koffie. De pompeuze poses van de bandleden doen de clichés geen eer aan. Dat de band vooral uit de anonieme laatste plaat The Unforgiven puurt, gelardeerd met de hitjes “Ice Queen” en “Stand My Ground”, helpt niet bepaald veel. Tijdens de onvergeeflijke discogoth van “Sinead” valt er zelfs iemand flauw. Al kan dat ook van de hitte zijn.

Vroeger hadden bikinimeisjes in de frontstage K’s Choice en Matchbox 20, nu hebben ze dit. Maar een mens vraagt zich af wat hij daarmee wint. Within Temptation valt compleet weg tussen het stuur- en bakboord van de affiche vandaag. Bovendien is de female fronted metal ondertussen over z’n hoogtepunt heen, een band als Epica niet te na gesproken omdat die van meerdere genrewalletjes eet. En aan al die bikinimeisjes in de frontstage, en aan Sharon in het bijzonder, toch nog dit: een vrouw die luchtgitaar speelt, is als een vrouw met een voetbalsjaal. Niet doen.

Over naar het andere extreem. De Braziliaanse beatleverancier Amon Tobin brengt zijn Isam-show naar de Marquee. Dat staat garant voor een uur lang verknipte beats en diepe bassen uit dat album, gebracht door de knoppentovenaar die diep verscholen zit in een reusachtige kubusconstructie. Het jonge volkje staat erbij, kijkt ernaar, en verlaat de tent druppelsgewijs. De fans van experimentele elektronica laven zich voort aan de eigenzinnige set vol stotterende klanken, al de rest laaf zicht voort aan drank en droog vlees.

Tijd voor de rubriek “Enola snapt het niet”, met The Maccabees. Geen melodieën, geen charisma, en toch staat De Schuur bijwijlen in brand. De groep geen songs, maar amalgamen van al wat hip was in de noughties: postpunk, de (door een keelontsteking geplaagde) stem van een Win Butler, de pre-barokke periode van Muse, aan elkaar geplakt door ProTools in plaats van door een visie. En met manco van een eigen smoel. Bovendien is de band aanvankelijk ontstemd door technische problemen, maar het volk trekt hen erdoorheen.

Ach kijk, de A-attesten moeten gevierd worden, dus dat enthousiasme valt te verklaren, maar dit concert willen we wel eens terugzien op een zondagmiddag. Zelfs de beste songs, “No Kind Words”, “Feel To Follow” en vooral “Forever I’ve Known” hebben an sich de uitstraling van opgebrande barbecuekolen. Nee jongens, The Maccabees jagen zo opzichtig de Grote Doorbraak na, onder dwang van de platenfirma ongetwijfeld, maar zelfs op een hete dag als vandaag zien wij de ijsschots van de onverschilligheid al opdoemen. Over vijf jaar zijn concerten als dit zelfs geen herinnering meer voor wie er nu bij was. Dit was nu al even vergankelijk als een zweetdruppel.

Hiphoppers komen altijd ruim te laat. Op die regel vormt Cypress Hill alvast geen uitzondering. Gelukkig tovert de crew, eenmaal op het podium beland, een uur lang hits te voorschijn. “When The Shit Goes Down”, “How I Could Just Kill A Man”, “Tequila Sunrise”, “Insane In The Brain”… Ze herinneren er opnieuw aan waarom de groep midden jaren negentig je favoriete hiphopband was. Lome grooves worden feilloos gekoppeld aan latino hiphop. Die ene vieze dubstepdreun op het einde vergeven we hen dus, al was het maar omdat ze daarna — ruim over tijd — alsnog met een krachtig “Rock Superstar” afsluiten.

En dan is het tijd voor die andere nostalgietrip naar midden jaren negentig, maar bovenal de meest glorieuze terugkeer van Werchter 2012. Garbage mag dan ondertussen bestaan uit een bende vijftigers, zelfs bijna-zestigers en een 45-jarige frontvrouw, ze komen wel met een sterke nieuwe plaat onder de arm, en een karrevracht oude krakers in de rugzak. Als was ze een dieselmotor, komt de rosse Schotse song na song meer onder stoom. “I Think I’m Paranoid”, “Queer”, en een van pure drive bijna uit elkaar spattend “Why Do You Love Me?” waarin Butch Vig zijn drums bijna aan gort mept, volgen elkaar in sneltempo op. Op regen is het nog wachten, maar wij voelden alvast druppels zweet van het tentzeil vallen, wanneer de groep het publiek met “Cherry Lips (Go Baby, Go)” en “Push It” helemaal over de rooie brengt. Volgend jaar graag opnieuw op het hoofdpodium waar ze thuishoren.

Wie daar sowieso altijd terecht staat, is Elbow. Vorig jaar een van de onomstreden hoogtepunten, nadien meer dan zomaar bevestigd in Vorst en Antwerpen met concerten waarop euforie en weemoed lepeltje lagen. Ook nu weer, maar een triomftocht met de snik in de stem wordt het deze keer niet. Elbow is wederom innemend als geen ander op deze affiche, maar de charmante volksmennerij van Guy Garvey kennen we ondertussen wel. Hijzelf ook, want het komt allemaal wat stroever over.

Dat de band voor een groot stuk op automatische piloot speelt, mondt uit in nonchalance: Garvey vergeet al eens een stuk tekst en tot drie keer toe loopt het mis in de intieme aanzet tot “Weather To Fly”, voorafgegaan door het traditionele drinkmoment dat deze keer opgedragen wordt aan de pasgeboren dochter van toetsenist Craig Potter. Dat de setlist grosso modo dezelfde is als de vorige keer, helpt er ook niet aan; de vlam in de pan met “Grounds For Divorce”, een (welgemeend) emomoment met “Lippy Kids”… Elbow was niet zozeer routineus en mag dat nooit worden, maar de liefde moet spannend gehouden worden. Tijd voor vakantie dus. Daarna laait de passie wel weer op.

Bij Selah Sue, ons succesvolste muzikale exportproduct van de laatste jaren, blijven we veiligheidshalve buiten De Schuur staan. En kijken we niet naar de schermen. En proberen we met de handen op de oren “lalalalala” te zingen tijdens de bindteksten. Want die maniertjes van haar, nee, die hebben het effect van piepend krijt op een bord bij ons. Een gelaatsuitdrukking die ook zij met verve beheerst trouwens. U denkt daar blijkbaar anders over, want u maakt van haar concert een glorieuze thuismatch.

Vorig jaar bezwoeren we bij haar debuut nog dat ze het binnen het jaar ontgroeid zou zijn, en het klopt nog ook. Haar mix van stijlen verloopt steeds natuurlijker (“Raggamuffin” is aan een tweede leven bezig), en het nieuwe “Fade Away” doet het beste verhopen. Selah Sue is een eeuwigdurend grensconflict tussen irritant en indrukwekkend.

Kijk, het zal wel dat The Cure hier vanavond voornamelijk staat omdat de Schuer (niet te verwarren met De Schuur) geen actuelere headliner te pakken kon krijgen (Coldplay wou eens een jaartje overslaan, R.E.M. gesplit, Metallica al geweest… u ziet het plaatje wel), maar is dat erg? Neen, want zoals elke keer de afgelopen tien jaar, pakken Robert Smith en de zijnen opnieuw uit met een royale greep uit hun rijke oeuvre. De weide inpakken zit er echter minder in. Wij schuifelen opwarmend met de voeten op “Open”, zingen uitbundig de melodie mee van “Play For Today” en dansen uiteindelijk als euforische derwisjen (de totemnaam van (mvs) indertijd) op bisnummers “Friday I’m In Love” en “Boys Don’t Cry”.

Even naar het persterras dan weer, waar de plannen van (pn) en (mvs) om een heuse enola badpakkenspecial te maken, botweg gefnuikt worden door diezelfde oud-collega (md), nota bene: “Jongens, ik moét echt Skrillex zien voor mijn verslag.”
“Ok dan, maar de drank is voor uw rekening. En niet meer dan een half uur!” (mvs en pn, met veel tegenzin)

Richting die achterste wei dus. Ja, dat veld voor de Pyramid Marquee wist aardig wat volk te lokken voor het elektronisch geweld van de gedubstepte held. Handjes zo ver het oog reikt. En ergens op een scherm, een bewegend hoofdje dat aan knoppen draait. (pn), (mvs) en (md) kijken eerst het tafereel en vervolgens elkaar zwijgend aan. En terug.

“Die kerel beweegt als een Freggle.” (pn, doodernstig)
“Is dat nu echt een uur lang ‘bwrooooeeeegh’?” (mvs, heftig fronsend)
(stilte)
“Jaa, zo van ver heeft het natuurlijk niet echt impact.” (md)
“Misschien, ja. En veel verder in de massa zullen we ook niet geraken.” (mvs, hoopvol)
“Bon. Pintje op het persterras dan maar? Ik trakteer.” (md)
Zelden eindigt een Werchterdag met zulke wijze woorden. (pn) trekt huiswaarts, morgen neemt (jp) de honneurs en bikini’s waar. Zo is hij wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − zestien =