Pitchfork Music Festival Paris, 28 en 29 oktober 2011, Grande Halle de la Villette

Sinds 2006 organiseert het webzine Pitchfork in zijn thuishaven Chicago het Pitchfork Music Festival, met op het podium een dwarsdoorsnede van wat op de site aan bod komt — en daar een score op de beruchte schaal van 0,0 tot 10,0 kreeg. Het festival is een mix van het coolste dat u kan zien op pakweg Pukkelpops Chateau en Marquee, Les Nuits Botanique en Ten Days Off. Afgelopen weekend streek dit hipster fest voor het eerst neer in Europa.

Als locatie was de keuze gevallen op city of light Parijs, en meer bepaald op de Grande Halle van het Parc de la Villette, een in de jaren tachtig opgericht wetenschaps- en ontspanningspark in de banlieue van Parijs, op de site van de vroegere slachthuizen. Voor de affiche werd vooral geput uit een reeks artiesten wiens recente platen op de P4K-site het predikaat ‘Best New Music’ (een score van 8,0 en meer) in de wacht sleepten. Aphex Twin was headliner op vrijdag; op zaterdag kwam die eer toe aan Bon Iver, die trouwens ook fungeerde als curator van die festivaldag. Beiden maakten de Himalayahoge verwachtingen waar. Bijzondere bijkomstigheid van dit ruim vooraf uitverkochte evenement was dat P4K Paris slechts één podium omvatte. Je hoefde als diehard muziekfan (waren er andere?) dus niks te missen, voor zover je de vermoeidheid kon trotseren: de eerste festivaldag (of juister: festivalnacht) zou om 6u ‘s ochtends eindigen. Eén podium dus: voor ons mag het opnieuw de norm worden. Je hoeft je geen zorgen te maken over wat je op elfendertig andere plaatsen misschien wel aan het missen bent en savoureert samen met de (in dit geval 4.999) andere bezoekers de weloverwogen selectie van de organisator. Wat je inboet aan volledigheid, win je aan beleving.

Affichegewijs hebben de Pitchfork-selectieheren dus weinig lessen te nemen van de Belgen (toch een ras van wereldkampioenen in de discipline “muziekfestival organiseren”), maar op praktisch, logistiek vlak is er — understatement alert — nog enige progressie mogelijk: wij waren not amused te moeten vaststellen dat de catering-opties beperkt bleven tot één kraam met hotdogs, bagels én een rij van 30 meter/minuten — een soortgelijke rij vormde zich trouwens voor de drie (3!) dames-toiletten. Buiten het festivalterrein waren er eetstandjes te over, maar dat was gezien de no re-entry policy geen optie: eens je de zaal verliet, was geen terugkeer meer mogelijk. Een mens zou haast van miserie in de drank vluchten, ware het niet dat die –- weliswaar zoals overal in Parijs — peperduur was. Maar het behoorlijk internationale publiek van connaisseurs, hippe vogels, anderhalve poseur en een enkele goddeau-reviewer besloot deze milde ergernissen in het licht van het muzikale driesterrenmenu verder voor lief te nemen en zich te laven aan dat waarvoor we gekomen waren: Muziek, maestro.

De aftrap werd –- met een half uur vertraging — gegeven door Team Ghost, Franse local heroes in de shoegaze-business, met voormalig M83-lid Nicolas Fromageau –- veel Franser komen familienamen niet — op de loonlijst. Très M83 trouwens: de appel valt niet ver van de boom. Een aardig begin, weliswaar met de nodige hoogten en laagten. Hardcore punk-helden Fucked Up (foto) tapten daarna uit een ander vaatje: waar ze op plaat gaan voor high concept (David Comes To Life van eerder dit jaar is een rock-opera), wordt op het podium de voorrang gegeven aan impact en interactie. Schreeuwlelijk en ongevaarlijke gek Damian Abraham trekt al bij het opkomen zijn veel te wijde t-shirt uit en gunt ons een blik op zijn bierbuik, tattoo’s én mannenborsten. Hij zal 80% van het optreden te midden van het publiek of in de frontstage doorbrengen, kopstoten als “The Other Shoe” (met de mantra “Dying on the inside; dying on the inside”) en ‘Queen Of Hearts’ uitdelend. Ook na afloop blijft hij uitgebreid met het publiek verbroederen, kwistig hugs en high fives uitdelend. Een eerste hoogtepunt is op dat moment een feit. Real Estate lijkt na zo’n wervelstorm enigszins vlak voor het voetlicht te komen met zijn kamerbrede maar wat schuchtere pop. Minder een Gebeurtenis dan het Fucked Up-optreden, maar evengoed onmiskenbare klasse.

Washed Out zwengelt daarna een chillwave-feestje aan dat steviger is dan hun laatste plaat Within And Without zou doen vermoeden. Het was niet wat we vooraf dachten te willen horen, maar wel precies wat de vrijdagavond op dat moment nodig had. Wild Beasts’ theatrale pop biedt vervolgens nog een laatste rustpunt alvorens de beats en bits volkomen loos mogen gaan. Wild Beasts was zo’n band die tot nog toe steeds onder onze radar bleef, iets dat we nu nog maar moeilijk begrijpen en zo snel mogelijk willen rechtzetten.

Daarna volgde iets dat we zo snel mogelijk willen proberen te vergeten, al luste de rest van het publiek er blijkbaar wel pap van: ons kon het heilloze gebeuk van Mondkopf echter allerminst overtuigen. Dit alles was echter slechts de opmaat naar het moment suprème van de avond: het optreden van electronica-gigant Aphex Twin, bij zijn moeder beter gekend als Richard David James. Het wordt een indrukwekkende trip in geluid en beeld. De set evolueert van haast ambient naar steeds heftigere beats, om in het laatste kwartier het dak van de Grande Halle finaal weg te blazen. Hap-slik-weg-muziek is dit allerminst, maar de bijzonder briljante visuals houden iedereen bij deze les in elektronische avant-garde. Op schermen vóór en achter de heer Twin worden aan hoog tempo duizelingwekkende beeldmanipulaties getoond: de iconische Aphex-tronies uit de Windowlicker-clip en van het Richard D James Album, maar vooral ook live gemonteerde en in loop gezette collages met de gezichten van het dansende publiek, een rits badpakmodellen én een stel Franse iconen (Sarko en Carla met de kleine Giulia, Edith Piaf, …). Hilarisch, creepy en hypnothiserend. Murw geslagen pikken we nog een stuk van Pantha Du Prince mee, maar rond half drie besluiten we dat het welletjes geweest is en dat Cut Copy en de dj-sets van Four Tet en Erol Alkan voor een volgende keer zullen zijn.

Na een te korte nacht dient zaterdag dient zich aan: de rock-dag, curated by Justin Vernon, hij van Bon Iver. De spits wordt afgebeten door The Rosebuds, wiens zanger Ivan Howard samen met Vernon deel uitmaakt van Gayngs. Verder dan een paar aardige aanzetten tot liedjes geraakten Howard en de bimbo-blonde Kelly Crisp niet. Ook de tweede act van de dag kwam uit de entourage van Bon Iver: alt country chick Kathleen Edwards zou de love interest van Vernon zijn. Edwards heeft echter niemands ondersteuning nodig en wint tijdens haar concert song per song extra zieltjes.

Wat we van het Oxfordse Stornoway moeten denken, weten we na hun concert nog steeds niet. Eenzelfde gevoel bekroop ons eerder na herhaalde beluisteringen van het Stornoway-debuut Beachcomber’s Windowsill: we moeten beurtelings denken aan Belle & Sebastian en The Proclaimers, wat maar 50% goed nieuws is. Ook na hun P4K-optreden blijven de twijfels wat ze zijn. Even vaak niet onaardig als stuitend melig, luidt het finale verdict.

In afwachting van top of the bill Bon Iver nemen vervolgens de Zweden het festival even over: achtereenvolgens treden Jens Lekman en Lykke Li aan, met wisselend succes. De doortocht van Lekman is een ware triomf: een feest van herkenning en ontroering voor de fans; een openbaring voor alle anderen. Droogkomiek Lekman slaagt er met minimale middelen in zijn universum te schetsen — denk Sufjan Stevens of Jonathan Richman, denk desgevallend Luc De Vos in zijn allerbeste dagen — en doet iedereen aan zijn lippen hangen met zijn kleine verhaaltjes en liedjes over Lisa, zwarte taxi’s, Julie en Kirsten Dunst. Absoluut hoogtepunt is de downtempo versie van “Black Cab”. Schoonheid gepuurd uit het bijna-niets.

Minder goed vergaat het daarna Jens’ landgenote Lykke Li, die het idee had opgevat om unplugged (of zoiets) te gaan en op die manier haar recente krakers als “I Follow Rivers” en “Get Some” –- heavy on electronics –- vakkundig de nek omwringt, om dan machteloos te moeten vaststellen dat het publiek niet meewil. Gemiste kans.

Daarna is het wachten op Bon Iver (foto). Lang wachten. Dat is echter al snel vergeten wanneer de lichten een laatste maal doven en het voltallige P4K-publiek Bon Iver het podium op juicht. Bon Iver is op deze tournee Justin Vernon en een achtkoppig commando van absolute topmuzikanten (waaronder new jazz kid on the block Colin Stetson). Opener “Perth” klinkt griezelig perfect en helder en voor zover mogelijk nog sterker dan op plaat (die dubbele drumsalvo’s!). “Minnesota, WI” en “Holocene” volgen, net als op Bon Iver (de plaat). Verderop wordt die volgorde even losgelaten om het oudere werk aan bod te laten komen, waaronder een spookachtig mooi “Skinny Love” met de hele band (minus Justin en beide drummers) verzameld rond 2 microfoons.

Vervolgens wordt de draad van de laatste plaat weer opgepikt, waarvan uiteindelijk alleen “Michicant” niet gespeeld wordt. Tot twee maal wordt de band in ware homecoming-stijl teruggeroepen alvorens het doek valt over deze tweede dag en de eerste Europese editie van dit festival. See you next time, Ben, fat boy et les autres!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − 2 =