Soulfly + Dream Theater + Channel Zero + Thin Lizzy + The Datsuns :: 31 juli 2011, Lokerse Feesten

Door een op papier ijzersterke line-up had de metaldag van de Lokerse Feesten veel weg van een miniversie van Graspop Metal Meeting, maar lang niet elke band haalde de vijf sterren binnen.

Terwijl aanwezig metalminnend België rustig aanschuift voor drankjetons of nog vrolijk onder een heerlijk zonnetje staat te pintelieren, beklimmen The Datsuns het podium. “Tiens, leven die nog?”, noteren we uit de mond van enkele oudere rockers. Het is al van 2002 geleden dat de Nieuw-Zeelandse rock-‘n-rollmachine met zijn zelfgetitelde debuut, en de hit “MF From Hell” in het bijzonder, een kleine schokgolf veroorzaakte in mainstreamland. In 2003 konden de garagerockers het dak van de AB er nog afblazen en zowel een massa Werchterbezoekers als Pukkelpoppers aan het headbangen en pogoën brengen, maar in Lokeren kunnen ze ondanks hun energieke verschijning maar een kleine massa bezweren. Een vergane hype?

De lange haren en broeken zijn nog geen zier veranderd. Muzikaal kunnen ze ook al lang niet meer verrassen. The Datsuns konden dan ook nooit tippen aan pakweg The White Stripes en Black Rebel Motorcycle Club. Uiteraard staat de set bol van de glam- en hardrockanthems en mag “MF From Hell” niet ontbreken, overigens het enige wat we onthouden van drie kwartier The Datsuns. Lang blijven ze niet nazinderen in Lokeren. Het optreden wordt al gauw doorgespoeld met een frisse pint, al zit de hitte daar ook voor iets tussen.

Thin Lizzy is nog geen vergane glorie, dus willen de oorspronkelijke drummer Brian Downey en gitarist Scott Gorham, ruim vijfentwintig jaar na de dood van hun iconische leider Phil Lynott, het oude vuur voor even weer doen oplaaien. In de charismatische stand-infrontman Rick Warwick brandt een vonkje van Lynott, maar ondanks zijn charisma en de energieke gitaartandem Gorham-Fortus, krijgt de legendarische hardrockband het publiek geen volledig uur mee. Van opener “Are You Ready” tot de overtuigende finale (“Rosalie” en “Black Rose”) rockt de nieuwe Thin Lizzy aan een gezwind tempo, maar Lokeren is Belfast of Londen niet.

De toeschouwers op de Grote Kaai toveren enkel op de simpele oerriff van “Jailbreak” de foutste gitaarbewegingen te voorschijn, terwijl ze geplaagd worden door een insectenaanval, en lallen ook lustig mee met de bescheiden hoogtepuntjes “Whisky In The Jar” en “The Boys Are Back In Town” (dat nodeloos veel te lang wordt uitgerekt door Warwick). De Ieren stelden zeker niet teleur, maar in tegenstelling tot de erfenis van Lynott wordt de passage van Thin Lizzy vlug vergeten.

Op naar de echte krakers dan maar? Channel Zero is weer hip, zoveel is duidelijk. Voor onze herboren metaltrots is het vooraan al gauw drummen. Logisch, want het goed verkopende Feed ‘Em With A Brick is een ferme muilpeer — hondsbrutaal, retestrak en toegankelijk tegelijk — en op Graspop, Rock Zottegem en Dour bleek Channel Zero een overtuigende en uitermate populaire festivalact te zijn. Niet alleen het jonge MTV- volkje is overtuigd, ook de metal-anciens zijn in de ban van onze eigenste metalhype, getuige daarvan de massa bandshirts. Lokeren is de volgende in het rijtje zomerfestivals. Worden de Belgische metalheads Franky en co het dan nooit beu?

Als het van ons afhangt, nog niet. In tegenstelling tot hun optreden op Dour is het er vanaf de traditionele opener “Suck My Energy” meteen boenk op en gaan de ritme- en gitaarsectie meteen in de hoogste versnelling. Ook nieuwe nummers als “In The City” (Franky DSVD klinkt weer goddelijk!) en het immer aanstekelijke “Hot Summer” komen aan als kopstoten, en worden goedkeurend meegeknikt door een heleboel dertigers. Missie geslaagd voor Channel Zero.

Zowel links als rechts ontstaat een kolkende massa waarin ontblote torso’s tegen elkaar aanbotsen. Uw embedded journalist participeert met volle overgave in het oorlogje vooraan. Voor een eerste keer zweet de Grote Kaai niet alleen door de warmte. “Help”, door DSVD opgedragen aan een overleden kameraad, wordt meer dan terecht luidkeels meegebruld. Dat niet alle nummers, zoals “Mastermind” en de immer scheurende afsluiter “Black Fuel” bijvoorbeeld, even strak zaten en foutloos worden gebracht door gitarist Mikey Doling, lieten de op elkaar inhakkende pogoërs niet aan hun hart komen. Kan Soulfly binnen tweeënhalf uur meer geweld uitlokken?

Tussen al dat rechttoe rechtaan rock- en metalgeweld is Dream Theater de ietwat vreemde eend in de bijt, maar bulderen kan de progrock/metalgrootheid ook. Opener “Under A Glass Moon” is meteen een eerste vlam in de pan. James LaBrie’s uit de duizenden herkenbare huilende stem zit verrassend goed. Zijn soms tenenkrullende emotionele teksten zijn we intussen al gewend. Het is vooral uitkijken naar nieuwbakken drummer Mike Mangini, verstopt achter een indrukwekkende drumkit. En oh jawel, overtuigen doet hij, al heeft hij de schwungvolle show en oppepperij van Mike Portnoy niet in zich. En ook in het bijna feestelijk rockende “Forsaken”, Dream Theaters festivalnummer bij uitstek, tovert gitaarkolos John Petrucci de meest virtuoze klanken uit zijn gitaar.

Alleen jammer dat de songkeuze niet toelaat om in een anderhalf uur durende droom te verkeren. Geen “As I Am” of “Pull Me Under” op de setlist en van “Hollow Years” hadden we ook eens willen genieten. “These Walls” en “Caught In A Web” kunnen minder boeien, maar tot groot jolijt van menig prog geek passeren “Endless Sacrifice”, “The Count Of Tuscany”, “Fatal Tragedy” en “The Great Debate” de revue. Vier muzikale acrobaten, een gitarist, drummer, bassist en toetsenist, laten hun technische hoogstandjes horen, zonder zielloos te klinken. Grotesk en spectaculair, een beetje als Cirque du Soleil.

De meest verbluffende Dream Theateract is en blijft “The Count Of Tuscany”. De intro heeft iets weg van Metallica’s “Fade To Black”, maar van zodra de complexe ritmes, gitaarharmonieën en Jordan Rudess’ wonderbaarlijke keyboardspel openbarsten, is het alsof een prachtige sterrenhemel verschijnt. Mangini maakt het betoverende geheel alleen maar krachtiger. Wat volgt is een muzikale rollercoaster met een catchy refrein, een epische solo, een magisch akoestisch stuk en een hartverscheurende melodische break. Can it get better than this? “Endless Sacrifice” en “The Great Debate” klinken alleszins minstens even goed. Toch haalt de band net geen vijf sterren binnen, daarvoor moet de setlist iets beter.

Van een verbluffend circus naar een primitieve voetbalmatch, het is even wennen aan de eerste minuten van FC Soulfly. Cavalera en zijn ploeg spelen een thuismatch. Als bezeten voetbalsupporters zijn de Soulflystamleden door het dolle heen, hoewel sommige spelers het laten afweten. Naar alle verwachtingen zet bassist Tony Campos (Static-X, Prong, Ministry) achterin een dikke basmuur op en gaat gitarist Marc Rizzo non-stop in het offensief met ziedende gitaarriffs en oeverloos geshred.

Het is echter de familie Cavalera die teleur stelt. Een immer statische Max — op een gezegende leeftijd van eenenveertig — schreeuwt de longen uit zijn lijf en staat allesbehalve als een fris konijn op de plein. Dan is er nog die nieuwste aanwinst, Zyon Cavalera (jawel, zoon van), die Joe Nunez moet doen vergeten. Door zijn jeugdige overmoed gaan een heleboel Soulfly- en Sepulturahits — hoeven we ze allemaal nog op te sommen? — de mist in. Vroeger was Soulfly een goed geoliede machine, vandaag is de band een sputterende dieseltrein die veel te snel wil voorbij razen.

Voor alle duidelijkheid: we staan wat te kijken naar de wilde massa, maar verliezen onszelf eveneens regelmatig in het hersenloze vertier. Wanneer een kapot geheadbangde massa met olééé, olé, olé, olééé, SOULFLY! SOULFLY! de band uitzwaait, zijn de blauwe plekken niet meer op een hand te tellen. Bovendien blijft Max Cavalera een onuitputtelijke jukebox. Of het nu “Attitude”, “Eye For An Eye”, “Roots Bloody Roots” of de explosieve afsluiter “Jumpdafuckup” is, elk nummer is geestig genoeg om de nekspieren aan flarden te headbangen. Toch klinkt Sepultura, de bijna-coverband van eeuwige vijand Andreas Kisser, duizend maal overtuigender en strakker.

Afgepeigerd en met vuil en stof aan de lippen druipt de zwarte massa na anderhalf uur beuken in het holst van de nacht af. Neen, op dag drie van de Lokerse Feesten regende het niet voortdurend kwaliteit. Channel Zero en Soulfly kwamen, zagen en overwonnen, maar puur muzikaal was Dream Theater de enige echte hoogvlieger van de dag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 18 =