Nomeansno :: 2 juli 2011, Magasin 4

Wisten wij veel dat er op die zaterdag in 1991, toen we de Hasseltse muziekwinkel Giga Swing buiten wandelden met Repeater van Fugazi en 0+2=1 van Nomeansno onder de arm, iets op gang werd gebracht dat we twintig jaar later nog steeds zouden meedragen. Nomeansno bleef een trouwe metgezel, een Vergilius van zwarte humor in dat grillige knotsenparcours genaamd het leven en het trio zorgde met z’n idiosyncratische mix van punk, funk, jazz & prog voor platen en concerten die ons op het lijf geschreven waren. Geen spoor van een relatiecrisis. Tot gisterenavond, en het deed pijn.

Hadden we onze sensoren hun werk laten doen, dan hadden we het natuurlijk wel kunnen zien aankomen. Hoewel de concertzaal aardig volgelopen was (goed om weten dat je nog ergens terecht kunt als je Coldplay moet missen), zat een en ander vanaf het begin al goed verkeerd. En het ging verder dan het besef dat de helft van de aanwezigen halverwege de avond al strontbezopen leek. Sound en (vooral) volume leken immers op maat van maniakkenoren afgesteld. We zijn een en ander gewoon, maar als het bij het Gentse Gura al pijnlijk grimassen was op de laatste rij, dan beloofde dat voor later. Dat duo zorgde bovendien voor een set die maar matig wist te boeien.

De bas/drum-aanpak was hoekiger dan die van Om, tammer dan die van Lightning Bolt en simpeler dan die van Moonchild, al vielen in de eerste helft een paar donderende momenten te rapen die best goed werkten. Het bleef echter bij momenten en die werden bovendien nog eens geneutraliseerd door een tergend lang uitgesponnen tweede helft die nog maar eens bewees dat de grens tussen noisy gefreak en slaapverwekkend kabaal erg dun kan zijn. Het wilde ook al niet beteren met de komst van Revok. Geen idee waarom die Fransen zich aan rock-‘n-roll blijven wagen terwijl ze keer op keer blijven bewijzen er niets van te begrijpen, maar ook dit vijftal pakte uit met een weinig boeiende postmetalvariant. Het zat allemaal best strak in elkaar, de te verwachten atmosferische geluidjes zaten erbij en de zanger had een fameuze strot. Maar het was helaas ook een wat ergerlijke vent die met z’n brallerige stijl elke geloofwaardigheid naar de vaantjes brieste. Rammstein met diplomavernis, zoiets.

Zo rond 23.15u was het ein-de-lijk de beurt aan NoMeansNo, het beste Canadese rock-‘n-rolltrio sinds 1954. De verschijning op het podium was even ludiek als altijd en ook al zorgde de aftrap met “Angel Or Devil” en “I Can’t Stop Talking” niet voor de vlucht die eerder victories kenmerkte, het zat veelbelovend in elkaar. Dat was echter buiten het ronduit debiele volumeniveau gerekend. We zijn intussen al wat gewoon, maar dit was gewoon crimineel: elk moment van samenzang was een aanslag op het gehoor en wie geen heil zocht in de achterste regionen van de zaal kon maar beter zorgen dat hij over goeie oordoppen beschikte. Intussen vielen enkele nieuwtjes als “Jubilation” en “Slave” wat licht uit naast werk als “I’ve Got A Gun”, “Faith” en opgeduikeld oudje “No Sex”. Meteen viel ook op dat gekozen werd voor een setlist met veel verrassingen.

Van publieksfavorieten als “Sex Mad”, “Rags & Bones”, “Now”, “The River”, “Victory” en “Give Me The Push” viel daarbij niets te bespeuren. Op zich geen probleem: ook tijdens het laatste concert van een Europese tour heeft een band het recht om het wat boeiend te houden voor zichzelf, maar je kon je niet van de indruk ontdoen dat de drie een beetje op automatische piloot speelden. Keerpunt in het concert kwam er bij een geharrewar over enerverende verlichting, waarbij gitarist Tom Holliston verbaal z’n beklag maakte en zanger/bassist Rob Wright de zaal introk, waar het bijna tot een handgemeen kwam met de technici. Het zadelde het concert ineens op met een wat verzuurde sfeer en het leek wel alsof de band zich dan met opzet baande door een trits songs die al niet bepaald tot hun allerbeste werk behoren en dan ook nog eens gegoten werden in soms irritant gerekte versies: “I Need You”, “Metrone” en het tweeluik “Brother Rat”/”What Slade Says” waren afwisselend pokkesaai, kleurloos en strontvervelend. Nooit gedacht die adjectieven nog eens in een alinea over Nomeansno te gebruiken.

Bovendien slaagde de band erin om een favoriet als “Teresa, Give Me That Knife” ei zo na te verkloten in een idioot opgejutte turboversie. Even zag het ernaar uit dat afgesloten zou worden met die vuile nasmaak, al werd de pijn enigszins verzacht met prima versies van “It’s Catching Up” en “Oh No! Bruno!”. Idem voor bisnummer “Two Lips, Two Lungs And One Tongue”, dat naar goede gewoonte van een intermezzo werd voorzien, deze keer een cover van The Ramones’ “I Don’t Wanna Go Down To The Basement”. Na anderhalf uur zat het er dan op, het eerste tegenvallende concert dat we de band ooit zagen spelen. Naar normen van minder begaafde eendagsvliegen zou dit vast nog een kleine overwinning zijn, maar van deze kleppers zijn we intussen zo veel gaan verwachten dat we enkel genoegen nemen met hoogtepunten die voor dit stel punkbompa’s intussen misschien te hoog gegrepen zijn. De spons erover, maar het wordt angstvallig uitkijken naar het volgende concert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 20 =