Elbow :: Build a Rocket Boys!

Fiction, 2011
Universal

Eerste luisterbeurt. De zenuwen gieren door het lijf.
Elbow is niet zomaar een groep uit de duizend. Niet overtuigd? Zet
alle vier albums maar eens op een rij: ‘Asleep in the Back’,
Cast of
Thousands
‘, ‘Leaders of the Free
World
‘ en ‘The Seldom Seen Kid
zijn elk apart dierbare juweeltjes, organische groeisels die na
ettelijke luisterbeurten niks aan kwaliteit inboeten. Een heerlijk
evenwicht tussen intieme kamermuziek en grootse orkestraties. Zelfs
de geregelde scheut gitaargeweld of de Sturm und Drang van
een blazerssectie doen weinig afbreuk aan de composities. ‘Build a
Rocket Boys!’ heeft met andere woorden een gargantuesk verleden om
mee af te rekenen.

Toch is er enige wrevel. De eerste beluistering geeft bijzonder
weinig prijs. Gelukkig vallen een aantal nummers wel meteen in de
smaak. Opener ‘The Birds’ heeft een vreemde waas rond zich hangen:
het loopt over de acht minuten, een narratief in continue
ontwikkeling en laat zich slechts met mondjesmaat ontplooien. Een
verrassing? Nee, de vette roll in de gitaren klinkt bekend
en de melodieuze jammerklachten van Guy Garvey prikkelen vanaf de
eerste seconde. Daarna volgt ‘Lippy Kids’. De single is al enige
tijd uit en zet waarschijnlijk de benchmark voor het
volledige album. Elbow pikt de draad van ‘The Seldom Seen Kid’ op:
heerlijk zweven tussen feeërieke melodie, het neuriën van de
backing vocals en de zoete uithalen van Guy Garvey: “Build a rocket
boys!”

Dan gebeurt het. De aandacht verslapt, de toegang tot de
resterende nummers is versperd en ‘Build a Rocket Boys!’ zinkt weg
tussen de achtergrond. Er wordt veel gemeanderd, de afwisseling is
fijn, maar de prikkeling van de vorige albums ontbreekt. ‘Neat
Little Rows’ is een smerig en bruut beest, maar het gedreun bereikt
nooit zijn bestemming. ‘The Night Will Always Win’ lokt gemengde
gevoelens uit. Mooi, maar waar zit de magie verscholen? Waarom
constant schipperen wanneer het ook direct en impulsief kan
gebeuren? De resterende nummers presenteren zich achtereenvolgens,
maar de gedachten zijn al lang verdoofd. Is ‘Build a Rocket Boys!’
een teleurstelling?

Tweede, derde en vierde luisterbeurt. Opgeven staat
niet in ons woordenboek. Een nieuwe dag en een nieuw begin.
Nogmaals ‘Build a Rocket Boys!’, nu met een uitgeruste en
eclectische geest. ‘The Birds’ en ‘Lippy Kids’ klinken nog sterker
dan gisteren (“lippy kids on the corner begin settling like crows /
and I never perfected that simian stroll”). Er blijft zelfs een
zachte tinteling hangen. De opwindende pianomelodie bij ‘With Love’
heeft iets weg van de soundtrack van ‘Moon’ (Clint Mansell).

‘Jesus Is a Rochdale Girl’ heeft op het eerste gezicht niets
bijzonders, maar nestelt zich geleidelijk onder de huid. Haar
functie als rustpunt in het album valt nu pas op en illustreert het
gebalanceerde karakter van ‘Build a Rocket Boys!’. Het is een
hermetisch afgesloten bloem die zich slechts blad per blad laat
plukken. Nee, zelfs ‘The Night Will Always Win’ lokt niet langer
verwarring uit, hoewel het even wennen is aan de vormelijke
kenmerken (de klanken op de synthesizer lijken eerder thuis te
horen in ‘A Clockwork Orange’).

‘High Ideals’ is scherp, dynamisch en van de nodige
grandeur voorzien. Garvey trotseert de heuvelachtige
structuur van de compositie meesterlijk: vooral het atypische
intermezzo blijft nazinderen (“Oh settle down, little heart of
mine”). ‘Dear Friends’ is een akoestische constructie die even
terugkeert naar bekend terrein. ‘Open Arms’ biedt daarentegen een
volledig ander gamma van klanken aan: even lijkt de luisteraar vast
te zitten in een retro video game, maar na stevig wat geklop op de
percussie breekt het nummer volledig open. Al neigt het misschien
toch iets te hard naar stadion rock. De echte openbaring komt op
het einde: ‘The River’ is geen draaikolk of groots waterspektakel.
Het druppelt en sijpelt geleidelijk door, langs een weg die nooit
helemaal te doorgronden valt.

Na veel(!) luisterbeurten. Hoe is het mogelijk? Een
album dat aanvankelijk weerstand en teleurstelling oproept, maar
toch smeekt om herhaaldelijke confrontaties. Elf nummers die
schijnbaar bij iedere luisterbeurt nieuwe geheimen prijsgeven.
Ondergetekende heeft voorheen nooit echt belang gehecht aan de
zogeheten groeialbums: wat de eerste keer slecht is, zal niet beter
worden. Elbow heeft de wereld op zijn kop gezet. Ze doen hun
reputatie als oeuvrebouwers alle eer aan: ‘Build a Rocket Boys!’ is
introverter dan zijn voorgangers, maar daarom niet minder
lovenswaardig. Reserveer de komende maanden alvast voldoende tijd
om dit smaakvol maar straf spul regelmatig te consumeren.

Elbow speelt op zaterdag 2 juli de Main Stage van Werchter
plat.

http://www.elbow.co.uk/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − zes =