22 Pistepirkko :: 12 februari 2011, Botanique

Een jaar lang hadden ze er aan gewerkt, maar toch was de nieuwe plaat nog niet af toen de leden van het Finse 22 Pistepirkko hun valiezen pakten voor een nieuwe Europese tour. Het wordt april dus, maar op de planken van de Rotonde kreeg de Botanique alvast een voorsmaakje. Genoeg om nog eens te laten horen hoe volstrekt uniek hun rock van aan de poolcirkel is.

Dertig jaar al is het trio samen, en in die tijd zijn vele watertjes doorzwommen. Ontstaan uit echo’s van de punk die in de vroege jaren tachtig het Noordelijke Utajärvi bereikten, evolueerde de groep naar een bluesgeïnspireerd ensemble om via pop en elektronica op het laatste (Well You Know) Stuff Is Like We Yeah opnieuw bij garagerock uit te komen. Samen goed voor twaalf platen grillige rock in het soort Engels waar dat van Guy Swinnen Queen’s English bij lijkt.

Het is niet erg; het draagt alleen maar bij tot de heerlijke uniciteit van deze Finnen. “We zijn gewoon koppig”, is hun standaard uitleg waarom ze na drie decennia nog altijd in bedrijf zijn, en dat straalt af op de muziek: hoekige rock die nu eens schroeit, dan weer de stilte laat spreken, maar altijd de melodie laat primeren.

Wie geestesgenoten zoekt, moet niet ver zoeken. Met Arno — die ooit een cover van hun “Don’t Play Cello” opnam — delen ze de voorliefde voor de blues in zijn meest verbasterde vormen, net als dEUS hebben ze de neiging om potentieel geweldige popsongs van genoeg stoorzenders te voorzien om succes te vermijden. Niet dat het lukt. Zoek op YouTube “(Just A) Little Bit More”op en probeer dat refrein de rest van de dag maar eens uit uw hoofd te krijgen. Maar niets daarvan in de Botanique, waar de groep een rootsachtige kijk op zijn oeuvre neemt.

Zo doet gitarist P-K Keränen in opener “Rodeo Heart” niet alleen qua looks wat aan Neil Young denken. Ook zijn dunne stem roept herinneringen op aan Dinosaur Sr. “Too Much Snow” is dan weer een mooi bluesje, maar wordt in de finale vakkundig gesaboteerd met een lap chaos en lawaai. Met ware verbetenheid moet ook “Zip Code” van rocklegende Link Wray er aan geloven. “Van alle markten thuis”, het devies past wel bij de groep.

“This Time” — weer zo’n gerateerde hit van de groep — wordt ingetogen gebracht, maar halverwege mag het refrein dan toch voor een voorzichtig meezingmoment zorgen. Het is niet de elektronische pop van de albumversie op Rally Of Love, maar het zorgt toch voor het “gemakkelijkste” moment van de avond.

Van die in april te verschijnen nieuwe plaat passeert “UFO Girl”. “Een nieuw nummer, it is really nice“, prijst bassist/toetsenist Asko Keränen — ook broer van — nog snel even. Een liveversie van een onbekend nummer beoordelen is altijd een beetje een gok, maar hij zou wel eens gelijk kunnen hebben. “Onion”, dat zelfs op Studio Brussel regelmatig werd gedraaid eind jaren negentig, zorgt daarna nog eens voor een stevige uitbarsting. Opnieuw teruggeroepen voor een tweede bisronde, besluit de groep te bedanken met een trage versie van Johnny Cash’ “Ring Of Fire”. Dat het publiek moet meezingen, wordt met aandrang gevraagd: “of dit wordt heel potsierlijk, of het wordt geweldig.”

Het is met tegenzin dat een merkwaardig enthousiast publiek de groep laat gaan. Dertig jaar in de marge heeft de groep duidelijk wel een trouwe schare fans opgeleverd. “Eigenlijk is het best ok, zo’n midlevel status”, vertelde drummer Espe Haverinen dan ook voor het optreden: “We kunnen zo’n beetje onze zin doen zonder veel bemoeienis van platenfirma’s en we kunnen er van leven. Waarom zouden we dus stoppen?”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 18 =