
De maatschappelijke verschuivingen in de jaren zestig en de
bijbehorende psychedelische muziekexperimenten heb ik nooit bij
levende meegemaakt. Toch kriebelt het wel als een levende legende
uit die illustere periode ons land bezoekt om een nieuw album voor
te stellen. Veel artiesten uit die periode hebben het loodje al
gelegd, bezweken aan drank of succes, maar Jeff Beck staat als
64-jarige nog steeds fris en monter op het podium. Het publiek in
de AB lijdt niet enkel onder de vergrijzing (de gemiddelde leeftijd
ligt zeker boven de vijftig) maar is tevens het bewijs dat de
Britse gitaargod op een aanzienlijke fanbase mag rekenen.
Rock on!
The Root opent de avond met de intentie
om het muziekleven in de wisseling tussen de jaren zestig en
zeventig opnieuw tot leven te wekken. Psychedelische rock met
flarden jazz die veel gemeen hebben met de elektrische periode van
Miles Davis (‘In
A Silent Way‘). Het resulteert is echter meer een fletse kopie
dan een verder bouwen op de voorgangers uit die periode. Het
polyfone weefsel, die de composities van Miles Davis een van de
meest dierbare overleveringen uit die periode maken, ontbreekt
volledig in de muzieknummers en daarnaast mist het trio ook
voldoende slagkracht om gewoon een knalharde set te spelen. Vis
noch vlees dus, dat toont de slappe cover van Abba’s ‘Money, Money,
Money’, die net niet over het bindingsweefsel van het origineel
beschikt. The Root lijkt bij momenten een fusion-collectief zoals
Medeski, Martin
and Wood dat in een eerder evolutionair stadium is blijven
steken. De (soms) leuke melodische motieven, die smeken om verdere
uitwerking en improvisatie, worden nooit gebruikt om iets creatiefs
op te bouwen. Een optreden en setlist waar veel meer uit kan
gehaald worden.
Het korte moment van verslikken wordt snel doorgespoeld met het
aantreden van Jeff Beck en zijn drie partners
in crime. Technisch schakelt de groep onmiddellijk een
versnelling hoger met een krachtige intro waarbij het virtuoze
gitaarspel van Beck al even tentoongespreid wordt. De discrografie
van Beck kan onmogelijk in enkele nummers behandeld worden en de
avond is dan ook een evenwichtige showcase van oude
klassiekers en nieuwe nummers. Het showgedeelte mag u letterlijk
nemen want de vier artiesten hebben er alles voor over om toch even
onder de aandacht te komen met hun technische vaardigheden. Beck
lijkt goed op weg om er voor velen een onvergetelijke avond van te
maken.
Ergens in het midden van het optreden raakt het evenwicht toch
enigszins verstoord door een groot aandeel van tragere nummers. Het
nieuwe album ‘Emotion and Commotion’ bevat vooral
beckiaanse herwerkingen van bekende melodieën of tragere
ballads. Even zit de vaart er nog goed in met het bruisende en
bombastische ‘Hammerhead’ maar na een tijdje beginnen de
kitscherige vulklanken van de synthesizer nogal enerverend te
werken. Beck gooit er vervolgens opnieuw wat ouder werk tegenaan
maar lijkt met zijn stijl toch vastgeroest te zitten in de
muziekcode van de jaren tachtig (gloomy gitaarsolo’s en
lelijke synthesizergeluiden). Voor een artiest die het experiment
steeds op de eerste plaats heeft gezet, is het opvallend dat hij
qua vorm nog steeds met een voet in de twintigste eeuw staat.
De opwinding neemt geleidelijk af naarmate het concert vordert en
zelfs een leuke versie van ‘Somewhere over the Rainbow’ brengt
weinig soelaas. Het virtuoze gitaarspel blijft visueel intrigerend
maar went na een tijdje. Het valt op dat de muziek soms leemtes
bevat die soms worden opgevuld door individuele fragmenten maar
algemeen het enthousiasme wel wat temperen. Even gaat iedereen uit
het dak bij ‘Higher’ (een cover van Sly & the Family Stone)
maar dit vormt een van de zeldzame momenten van extase.
De korte bisronde houdt nog een kort tribuut aan Les Paul in en
wordt uiteindelijk afgesloten met het klassieke werk ‘Nessum
Dorma’. Voor echte fans is een Jeff Beck-concert van anderhalf uur
zonder echte hoogtepunten nogal karig. Het misnoegen is voelbaar
aanwezig wanneer Beck besluit geen tweede keer terug te keren. Een
beetje meer respect voor het trouwe publiek zou op zijn plaats
geweest zijn.



