Jazz Classic – Ornette Coleman :: Shape of Jazz to Come


Atlantic, 1959

De eerste sporen van de free jazz zijn terug te traceren
tot het jaar 1959. Muzikale ontplooiingen zijn vaak het resultaat
van langdurige artistieke processen of contextuele ontwikkelingen,
waarbij het gebruik van tijdsindelingen neerkomt op een arbitraire
keuze. Bijgevolg gebeurt het zelden dat een gebeurtenis nagenoeg
exact in tijd en ruimte te dateren is, en zelfs hier is het
moeilijk om enkele voorwaardelijkheden te negeren. De pioniersrol
in dit verhaal is toebedeeld aan Ornette Coleman, de eerste
jazzmuzikant die de ontluikende schoonheid van de free
jazz
omarmde.

1959 was een belangrijk jaar voor Coleman, met de opnames van ‘The
Shape of Jazz To Come’ en ‘Change of the Century’. Beide titels
lijken uitingen van grootheidswaanzin of overdreven zelfvertrouwen,
maar in dit geval zijn het eerder indicaties van vooruitziendheid.
Enkele cruciale ontwikkelingen zijn daarvoor nodig geweest,
voorwaarden om het voor de visionaire saxofonist mogelijk te maken
de jazzwereld grondig dooreen te schudden.

Coleman verhuisde van Los Angeles naar New York en legde daar de
laatste hand aan zijn kwartet. Bassist Charlie Haden was de laatste
nieuwe aanwinst van de groep, naast Billy Higgins (percussie) en
Charlie Haden (cornet). Hoewel het viertal slechts korte tijd in
die bezetting speelde, is het nog steeds een van de meest bekende
line-ups in de jazzgeschiedenis. Voornaamste reden hiervoor was het
feit dat er in de groep – tegen de conventies van de bebop
in – geen plaats was voor een pianist, wat een niet te versmaden
effect had op de uiteindelijke sound. Coleman hield deze
eigenzinnige keuze heel lang vol en weigerde tot 1990 gebruik te
maken van een klavierspeler.

Samen met de verhuis naar New York kwam een overeenkomst met
Atlantic Records, die uiteindelijk bezegeld werd met de opnames van
‘The Shape of Jazz To Come’ (Coleman verbrak daarna zijn contract).
Grote bezieler van deze samenwerking was Nesuhi Ertegun van
Atlantic, een gepassioneerde jazzliefhebber die in die periode ook
Charles
Mingus
en het Modern Jazz Quintet binnenlijfde. Ertegun nam de
productie van het album onder zijn hoede en lag mee aan de basis
van het unieke geluidsprofiel van ‘The Shape Of Jazz To Come’. Met
zijn zes tracks is dit het absolute meesterwerk van Ornette Coleman
en de definitieve start van de free jazz, een creatief
proces waarbij de traditionele harmonische conventies overboord
werden gegooid.

Vereenzaamde vrouw

Werkelijk revolutionair was de wijze waarop Coleman
de grenzen van de harmonie overschreed en daarmee ook het uiterlijk
van de melodie en het ritme in de composities determineerde. Het
sterkste voorbeeld hiervan is ‘Lonely Woman’, waar altsaxofoon en
cornet snedig duelleren terwijl de percussie en bas een vrije rol
toebedeeld krijgen. Hoewel de klanken bijzonder scherp tegen elkaar
afgelijnd zijn, is het verbazingwekkend om te horen hoe Coleman en
Cherry hun instrumenten complementair laten samenklinken zonder
volledig in elkaar te versmelten.

Coleman neemt op veel punten afstand van zijn tijdgenoten, maar
behoudt verrassend genoeg de vaste thematische structuurprincipes
uit de bebop. Bij elk nummer wordt er geopend met een
soort van expositie, waar het centrale motief wordt uitgewerkt, om
vervolgens hierop door te werken in solopartijen. Op het einde
wordt de expositie hernomen met her en der kleine wijzigingen
(‘Eventually’) maar zonder grote inhoudelijke veranderingen. Deze
traditionele thema’s zouden pas in de jaren zestig en zeventig
volledig uitgehold worden.

Een belangrijk punt dat al eerder is aangehaald, is het
distinctieve geluidsprofiel van het album. De glasheldere en
uitgebalanceerde klanken geven ‘The Shape Of Jazz Come’ een
nagenoeg transparant en tijdloos gevoel. Coleman heeft veel
aandacht besteed aan het klankgeluid (denk maar aan zijn plastieken
saxofoon), maar gaat tegelijk zorgzaam om met elementen zoals
leegte en verpozing. Enige bombast of orkestraliteit is
bijvoorbeeld in ‘Peace’ niet te bespeuren, want de compositie
steunt vooral op ingetogen en afgewogen expressies waarbij
afgemeten melodielijnen overheersen. Vooral het trage strijken van
Haden op de contrabas en de bluesy klanken van Coleman
zijn voer voor contemplatie.

De energieke en swingende speelstijl van Ornette Coleman is
duidelijk de drijvende kracht achter het kwartet. Wanneer de
altsaxofonist met een solo uitpakt, gaat het tempo telkens de
hoogte in en lijken de andere muzikanten steeds boven zichzelf uit
te stijgen (‘Focus On Sanity’). Coleman is diepgaand beïnvloed door
de blues en dat komt voelbaar naar boven in zijn
uitmuntende behandeling van de meest uiteenlopende ritmische
stukken. Met zijn bursts of inspiration tast hij
voortdurend de grenzen van zijn mogelijkheden af, zonder ooit de
mist in te gaan. Hoewel de andere muzikanten bij momenten
wervelende prestaties neerzetten (Don Cherry en Charlie Haden bij
‘Congeniality’), is Coleman de onbetwistbare kopman van het
gezelschap.

Harmolodics

‘The Shape Of Jazz To Come’ was een van de eerste
uitingen van jazz modernism en bleek niet alleen
belangrijk voor de toenmalige avant-garde, maar was eveneens een
inspiratiebron voor jonge saxofonisten. Net als John Coltrane werd
Ornette Coleman een lichtend voorbeeld voor verschillende
generaties van muzikanten. In de daaropvolgende decennia zou
Coleman vooral experimenteren met verbredende orkestraties en
elektronische instrumenten om nadien terug te keren naar zijn
wortels in de blues. Ondertussen werkte hij aan een
theoretische onderbouw voor zijn muziek, die de naam
harmolodics kreeg.

Het bleef daarna een hele tijd stil rond Coleman, door
onregelmatige releases en weinig informatie over zijn persoonlijke
leven, maar sinds enkele jaren lijkt de Amerikaanse altsaxofonist
volledig herboren, met als belangrijkste wapenfeit het album ‘Sound
Grammar’ uit 2006. Een tweede carrière zit er op 80-jarige leeftijd
niet meer in, maar de man kan ongetwijfeld terugkijken op een rijk
en gevarieerd leven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 20 =