PUKKELPOP 2010 :: Main Stage, donderdag 19 augustus

Onder een voorlopig nog wat waterig zonnetje begint Pukkelpop gezapig. Op de wei voor het hoofdpodium is alles vandaag uiteindelijk toch één lange aanloop tot de godenkinderen van de metal neerdalen met hun Eddie. Gemoedelijkheid troef dus, al proberen de kleuters van Blink 182 daar nog wat variatie in te brengen.

Warmlopen doen we met Seasick Steve, die nog eens komt doen waar hij goed in is. Kale, naakte boogie en blues brengen, that is. Daarvoor heeft hij niet meer nodig dan een krakkemikkige gitaar en een drumstel, en af en toe eens een diddly bow — zo’n plank met één snaar op die een monotoon geluid voortbrengt. Seasick weet er onweerstaanbaar groovende muziek op te maken, maar toch hebben we het gevoel dat het vandaag allemaal net dat tikje minder swingt dan vorig jaar op Werchter. Toch weer goed gelachen met zijn verhalen, gebracht met de meest aanstekelijke southern drawl van de dag.

Een aantal duizend tienermeisjes: check. Spandoeken met liefdesverklaringen gespot: check. Een dosis goeie wil om dit optreden, zij het passief, uit te zitten: check. U ziet het, uw goddeauteam is helemaal klaar om — uitgestrekt op de wei met een ziekelijk duur bakje noedels — The Kooks nog eens aan het werk te zien. Luke Pritchard en de zijnen kunnen sinds hun in 2006 verschenen puike debuutplaat Inside In/Inside Out rekenen op een hele schare aan fans, wat ook te zien is aan de opkomst voor de Main Stage, maar uit dit optreden blijkt nog maar eens dat het Britpopcollectief het nog steeds van dat debuut moet hebben. En dat opvolger Konk nog steeds maar weinig in de pap te brokken heeft. Allemaal goed en wel, maar na vier jaar zijn we “Naive”, “Ooh La” en “She Moves In Her Own Way” toch wel een beetje beu gehoord. Al een geluk dat die noedels nog wel best te pruimen zijn.

Sms van de hoofdredacteur aan (vm): “Leg uit waarom uw generatie Blink 182 zo belangrijk vindt, want ik begrijp het niet”. Het tweede deel van die zin hoefde er eigenlijk niet eens bij. Natuurlijk is Blink niet belangrijk: ze definieerden geen tijdsgeest en evenmin hebben ze werk op hun naam staan dat tegenwoordig nog voor méér dan wat gegrinnik uit de kast gehaald wordt. De grote verwezenlijking van Blink is dat de band, als geen andere, weet hoe je een catchy popsong schrijft, vermomd met een paar vrolijk ronkende gitaren. Wij, pubers rond de eeuwwisseling, vonden dat toen geweldig. En stiekem nog altijd. Voilà.

Niet dat we met grote verwachtingen naar de Main Stage afzakken. Blink 182 was zelfs in zijn hoogdagen een zwakke liveband. Er zijn echter grenzen aan wat te bedekken valt met de mantel van de nostalgische liefde. Wanneer de bijna-veertigers hun set openen met een onwaarschijnlijk rommelige versie van “The Rock Show”, luidt de band de start in van het slechtste half uur van heel Pukkelpop. De mix van het guitige, oudere werk en het lachwekkende emo-sérieux van het laatste studioalbum slaat als een tang op een varken. Het helpt ook al niet dat de band musiceert alsof er, sinds de split in 2005, geen binnenkant van een repetitiehok meer is gezien.

En dat kan best wel eens het geval zijn. Het hele optreden lang hebben we immers het vage, moeilijk te definiëren gevoel dat bassist Mark Hoppus en gitarist Tom DeLonge elkaars bloed kunnen drinken. Op het podium ontbreekt elke chemie tussen de bandleden, terwijl Hoppus DeLonges pogingen tot onderbroekenlol onthaalt op een onderkoeld “that’s great” — of er doodleuk doorheen begint te schreeuwen. Dat het samenspel in de loop van het optreden wat meer begint te lijken op wat het zou moeten zijn (grote hit “All The Small Things” klinkt zelfs een beetje zoals het hoort!) is een heel erg schamele troost. Pijnlijk, gênant, u vult het rijtje adjectieven zelf maar aan.

Als je meer dan dertig jaar bezig bent, elke puber minstens een fase heeft waarin hij fan is, dan ben je geen band meer, maar een stuk Cultureel Erfgoed. Daar geef je geen kritiek op, dan lach je niet met de potsierlijkheid van de act, zeur je niet over de eenvormigheid van de nummers en de clichétrekjes (Lange solo’s! Donderende drums! Het gekrijs van een fikse zeug!). Neen; Iron Maiden moet je minstens een keer in je leven gezien hebben. Uw (mvs) gaat dus nog geen beetje uit zijn dak op al dit geweld, ligt dubbel wanneer monster Eddie het podium op wandelt voor een gevecht met de gitarist, en gilt onvervaard “Brave New World” mee. Neen, het is allemaal niet bepaald subtiel en na drie decennia is het allesbehalve gevaarlijk meer, maar het is wel imposant. Iron Maiden is de onvervalste headliner vandaag, Placebo kan zo meteen niet meer dan een wat al te zoet toetje zijn.

Zo zoet dat het walgelijk is. Een flardje van het optreden pikken we mee, en meteen graaien we verwoed in de rugzak naar de Kalashnikov (we wísten dat we iets vergeten waren): wie “All Apologies” met een komische grijns covert, verdient niet meer dan een langzame, pijnlijke dood. En wie ver in zijn dertigste met zo’n valse bril afkomt zoals dertienjarige meisjes tegenwoordig graag plegen te dragen, moet niet verwachten dat wij hem serieus nemen. Goed, de show wordt strak en professioneel gebracht, een headliner waardig, maar de setlist — waarin het recente Battle For The Sun erg doorweegt — rechtvaardigt die hoge stek niet. Overbodige passage van een groep die al minstens aan het derde van zijn overbodige jaren zit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 1 =