Roberto Bolaño :: 2666

Het is nooit een sinecure om nagelaten werk te publiceren, het geeft een onbedoelde inkijk in een werkproces en een hint naar wat al dan niet bedoeld was. Zelfs wanneer het werk bijna af was en de auteur duidelijke richtlijnen had, blijft het een ongemakkelijke situatie want in hoeverre worden zijn wensen correct uitgevoerd?

Het is een vraag die in 2666 aangeraakt wordt, aangezien zijn auteur Roberto Bolaño kort voor de voltooiing van deze monumentale roman stierf. Hoewel het boek op een paar kleine wijzigingen na voltooid was, hebben de erfgenamen alvast een wens van de auteur niet gerespecteerd: Bolaño wenste zijn roman in vijf verweven boeken uit te brengen, zij het veeleer om financiële redenen (naar zijn erfgenamen toe) dan uit artistieke overwegingen. Dat het boek daar tegenin druist, mag geen struikelblok heten , want ze worden ook in deze bundel als vijf onderscheiden verhalen gebracht.

Ondanks hun verscheidenheid en eigen identiteit zijn ze op een knappe manier met elkaar verbonden waarbij gebeurtenissen en details uit het ene boek in een nieuw daglicht komen te staan dankzij een ander verhaal of zelfs een belangrijkere rol toebedeeld krijgen. Op basis van het eerste boek “Het deel van de critici” rijst het vermoeden dat in 2666 de figuur Benno von Archimboldi centraal zal staan, een vermoeden dat op basis van het laatste boek, “Het deel von Achimboldi” bevestigd lijkt te worden.

Maar wie het boek doorneemt, merkt al snel dat hoewel Archimboldi centraal staat in het verhaal, hij zeker niet de rode draad is die alles met elkaar verbindt. Die rol is weggelegd voor de misdaden die uitvoerig beschreven staan in “Het deel van de misdaden” en die ook een niet onaanzienlijke rol spelen in “Het deel van Amalfitano” en “Het deel van Fate”, waarbij Amalfitano overigens ook opduikt bij de critici en Fate als een belangrijk nevenpersonage. De misdaden waarvan sprake is, zijn de honderden vrouwenmoorden in de fictieve streek Santa Teresa (Mexico), door Bolaño gebracht als een gruwelijke oplijsting die honderden pagina’s beslaat.

Slechts occasioneel wordt de kille, eindeloze opsomming van moorden doorbroken om enkele speurders te introduceren, alsook hun speurwerk dat nergens heen lijkt te leiden. Dat centrale deel in het boek, is het thema waarrond alles draait, zelfs al heeft geen van de personages uit de andere delen een rechtstreeks aandeel in de moorden. Fate is niet meer dan een reporter die in Santa Teresa een bokswedstrijd verslaat en door een collega-journaliste op de hoogte wordt gebracht van de moorden, terwijl Amalfitano een lokale professor filosofie is die vreest dat zijn dochter het volgende slachtoffer zal worden.

Amalfitano komt zowel met Fate als met de critici in contact, zij het steevast sporadisch en laat in het verhaal. De critici in kwestie zijn overigens niet zozeer critici als wel vier professoren Duitse literatuur met een bijna ongezonde obsessie voor Benno von Archimboldi, een hoogbejaarde Duitse auteur die na jaren in de semivergetelheid het tot kandidaat-Nobelprijswinnaar literatuur geschopt heeft. Von Archimboldis levensverhaal komt in het laatste deel aan bod, waarbij niet alleen zijn levensloop uitvoerig uit de doeken gedaan wordt maar ook zijn link met Santa Teresa en de vrouwenmoorden duidelijk wordt.

Naar verluidt beschouwde Bolaño de vijf delen als op zichzelf staande boeken die onafhankelijk van elkaar gelezen mochten worden en daar valt zeker iets voor te zeggen. Toch is de keuze voor de huidige volgorde te rechtvaardigen, zo bouwt elk deel onrechtstreeks voort op het vorige en geeft het extra duiding bij de vorige delen (waardoor het aanlokkelijk is om die met nieuwe inzichten te herlezen). Het enige “minpunt” in 2666 is dat het “Deel van de misdaden” te lang is en te veel moorden zonder meer opsomt wat tot een vreemde afstomping, vervreemding en onthechting leidt.

Dat laatste kan ook Bolaños bedoeling geweest zijn. De moorden waarover hij bericht hebben immers in werkelijkheid plaatsgevonden: in Ciudad Juárez (Mexico) zijn tussen 1993 en 2000 meer dan vierhonderd vrouwen vermoord zonder dat de daders gevonden zijn. Het geeft aan 2666 een ondertoon die de andere delen mee beïnvloedt. Maar 2666 is net zo goed een roman rond vrouwenmoorden als het er eens is rond een mythische schrijver, een journalist die zichzelf zoekt in een vreemd land of een filosofieprofessor die niet weet of hij nog voldoende grip heeft op de realiteit.

Bolaño neemt de tijd om zijn verhaal te vertellen en zijn personages een achtergrond mee te geven. Hierdoor kan elk deel op zichzelf staan als een tranche de vie en als een volwaardig verhaal. Uiteindelijk heeft ook wie op de achtergrond staat zijn verhaal te vertellen waarbij de hoofdrolspelers van voorheen niet meer zijn dan toevallige passanten. “Een oase van verschrikking te midden van een woestijn van verveling,” citeert Bolaño de Franse dichter Baudelaire bij de aanvang van het boek. Het eerste deel van het citaat is zeker waar, maar het tweede allerminst. Het is zelfs maar de vraag of Bolaño tijdens zijn leven nog iets had kunnen verbeteren aan het boek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 4 =