Hans Teeuwen

Dat Hans Teeuwen een van de meest gelauwerde en gerespecteerde
cabaretiers van zijn generatie is vereist geen verder betoog.
Teeuwen maakte in het decennium tussen 1994-2004 vier van de
allerstevigste, hardste maar tegelijk onconventioneel meest
gráppige conferences van zijn generatie en ver daarbuiten. Maar
metaalmoeheid stak de kop op, en na een ommetje over het Kanaal
bestond het Teeuwen om erg ingetogen te gaan zuigen aan de tepels
van die andere grote liefde van hem: The Great American Songbook.
Teeuwen toert er ondertussen al even mee, en waar hij vorig jaar
nog een hele tour lang braafjes bij de setlist van dvd ‘Hans
Teeuwen Zingt’ bleef, ging hij gisteren in een aardig volgelopen
Vooruit breder. Meer eigen werk, minder covers, helaas ook net iets
minder goed.

Alleraardigst was het openen alvast wel. De nar van Budel heeft
een erg getalenteerde begeleidingsband rond zich verzameld – naar
we hebben horen vallen het kruim van de Nederlandse jazzmusici – en
die mochten gedurende tien minuten een open doekje spelen voor de
goeie man zelf de bühne betrad. Vooral pianist Ruben Hein en
gitarist Jesse van Ruller toonden zich meester in de anonimiteit,
en excelleerden als schaduwkopman – Hein mocht even uit de
schemering treden en liet zijn alt het niveau-nihil van Teeuwen’s
eigen ‘I Like Your Cunt’ toch kortstondig pieken. Alle respect voor
de banen die Teeuwen in het cabaret heeft opengebroken, een hele
zaal I like your cunt dan wel – cock laten roepen is zelfs
intentioneel niet grappig. En net daar lag het grote manco van deze
show. Teeuwen waggelde 75 minuten lang tussen sérieux en klucht,
was met dat eerste quasi altijd en met dat laatste soms een keer
erg goed, maar kreeg op die manier geen lijn in de performance.
Toen hij halfweg schreeuwde ‘wij zijn professionals, en dat hoort
ook zo, want daar betaalt u zoveel geld voor’, hadden we enkel
bewijs van het laatste.

En toch heeft Teeuwen wel degelijk enkele erg sterke nummers.
Letter To My Enemy en Dr. Hemmington Song deden sommigen twijfelen
of ze authentiek dan wel cover waren, hoewel bepaalde
woordspelingen altijd wel een antwoord in huis hadden. Teeuwen
rijmt als iemand die nooit een andere taal heeft geschreven, maar
vergezocht is het allemaal niet. Dat hoort ook niet, ware het niet
dat de grappen soms wel erg gratuit waren. Luidop verkondigen dat
je een opgewekt nummer gaat spelen en dan een depressieve tekst
reciteren is zo oud als de straat, een vooraf afgesproken
een-tweetje scrotum-borsten met iemand uit het publiek is ook enkel
leuk als dat laatste er iets minder dik opligt. Het afspreken, niet
de borsten.

Dat Teeuwen geen stem als Sinatra heeft vergeef je hem op elk
moment, omdat hij met zijn Nick Cavepose en energieke doch passende
dansbewegingen authenticiteit uitstraalt. Willow, Weep For Me en
Luck Be The Lady, twee klassiekers uit dat befaamde Songbook, waren
tot elke nerf meeslepend, Ray Charles’ I Got A Woman werd grappig
aangekondigd en bevlogen gebracht en zelfs zijn eigen Make You
Proud was niet ver van dat niveau verwijderd, maar een nummer als
‘I Like Your Cunt’ ertussen neemt alle flow weg. De bissen met Lady
Is A Tramp en Get Me Some waren er wel stevig op, net als eigen
afsluiter ‘Halleluyah’ dat alle kritiek op een combo Great American
Songbook – flauwe kluchten die ik ventileer de vuilbak in kiepert.
Maar dan moet het wel grappig en goed zijn, een eis waar niet het
hele optreden lang aan voldaan werd.

Iedereen die Teeuwen’s Snelkookpan (vandaag: Hardware Store) in
een jazzversie het grappigst mogelijke vindt kan zich 75 minuten
lang bescheuren bij Hans Teeuwen Zingt. Wie hoopt op een stevig
gestructureerde zaalshow of dito avond ingetogen passie zoals je
die enkel vond in het Chicago van de vroege jaren ’50 kan ook
genieten, maar kan zijn 31 euro mijns inziens beter investeren.
Teeuwen was eventjes grappig, eventjes ijzersterk maar iets te
chaotisch om te blijven beklijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =