José James :: Blackmagic

“It bugs me when people try to analyze jazz as an intellectual theorem. It’s not. It’s feeling”, liet jazzicoon Bill Evans ooit optekenen. En zo is het maar net, want op Blackmagic lapt José James alle codes en conventies aan zijn witte sneakers, om puur op instinct en emotie een van de boeiendste jazzplaten in tijden te maken.

Twee jaar geleden was hij daar plots, uit het niets. José James, een wat sjofel uitziende jazzartiest uit New York die op zijn debuut The Dreamer het beste van Cab Calloway en Terry Callier bundelde. Dat album, vol laidback jazz voor in de vroege uurtjes, werd bedolven onder de lovende kritieken en José James werd net niet doodgeknuffeld door de internationale jazzgemeenschap. Maar dat succes rustig verzilveren en op zijn lauweren rusten? No way, José! De creatieve crooner koos voor nieuwe uitdagingen en week uit naar Europa. Meer bepaald naar Brussel, om er samen met Jef Neve het oeuvre van niemand minder dan John Coltrane succesvol te herwerken. Toen bewees James al geen schrik te hebben om de elitaire sfeer die het jazzgenre omgeeft, met de voeten te treden.

Op Blackmagic strikt James zijn stoute schoenen nog wat steviger vast. Zich niks aantrekkend van regels en perceptie, vertrekt hij vanuit zijn eigen intuïtie en interesses.
Zo weerspiegelt het album James’ voorliefde voor elektronische muziek. Nieuwbakken Warp-rekruut Flying Lotus neemt de productie van enkele nummers voor zijn rekening — onder meer de begeesterende opener “Code” — en dubstepper Benga werkte inspirerend voor “Warrior”. Wat James daar met Benga’s anthem “Emotions” uithaalt, is weerzinwekkend. Een kille, polyritmische parlando loopt benauwd over de gehaaste instrumentatie. Tijdens dit soort nummers gaat James veel breder dan op zijn debuut, haalt hij jazzmuziek uit zijn niche en bewerkt deze op inventieve wijze.

Er moet meteen bij worden verteld dat alle vernieuwingen en kruisbestuivingen heel natuurlijk en ongedwongen aanvoelen. Door de hulp van Flying Lotus en ook Moodymann bestond het gevaar dat Blackmagic een “producersalbum” zou worden, waarop zij losweg hun nieuwe trucs tentoonspreiden. Maar niks is minder waar. De productie is niet bestudeerd, gratuit of geforceerd futuristisch, maar wel zo tijdloos mogelijk gehouden. Luister maar naar het zwoele “Beauty” of “No Tellin'” en hoor dat Blackmagic niet industrieel, maar daarentegen zeer sensueel en begerig klinkt.

Er gaat van Blackmagic dan ook een enorme liefde voor het vak uit. Het is bovenal een bijzonder smaakvolle plaat die verkwikt als een fris geurend parfum en die de producten van Jamie Cullum, Michael Bublé en Norah Jones degradeert tot een zoetsappige, goedkope deodorant. Lang geleden dat de liefde op zo’n tedere manier bezongen is. De verliefden die Valentijn vergeten zijn, krijgen alvast een herkansing in de vorm van een concertkaartje voor José en zijn band op vierentwintig maart in de Ancienne Belgique.

Al verdient Blackmagic de aandacht van iedereen. Het is een even fascinerende als rijke plaat geworden van een artiest die niet voor de makkelijkste weg kiest. Zo neemt Blackmagic geen genoegen met enkel muffe jazzclubs, maar richt het album zich tot hippe clubs, hete jacuzzi’s, knusse achterbanken en ongetwijfeld ook tot vele eindejaarslijstjes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + twee =