DOUR 2009 :: De queeste naar ander en beter

Dag vier :: S’il-vous-plaît merci beaucoup

Tien maal raak
Tien keer naar onze pen gegrepen om nog tijdens het concert met sterren te gaan smijten, tienmaal juichend teruggewandeld. De uitgebreide verslagen van de grootste Dourhelden leest u met één klik hieronder.

Zondag is loodjesdag. De laatste, meerbepaald, en die wegen zwaar met voeten die pijn doen bij de minste trip van Petite Maison naar Last Arena. Uw team is moe, maar sleept zich manmoedig naar volgende concerten.

“Ca va comme petit déjeuner, un peu de Madensuyu?” Drummer PJ Vervondel stelt, gebroken Frans of niet, een terechte vraag, zo halverwege hun set. Maar zoals een flinke portie spek met eieren de beste remedie is tegen een kater, zo is ook een ontbijt van afgekloven noiserock aangewezen om het Dourpubliek ook voor dag vier warm te krijgen. De Gentenaren lokken haast meer volk dan The Mash op het aanpalende The Last Arena en schudden iedereen wakker met een denderende set onder hoogspanning. Er is zelfs tijd voor een bisje: “No Why No Wow” brengt zelfs op dit onooglijke middaguur een handjevol toeschouwers aan het dansen. Een meer dan stevig ontbijt.

Sleepy Sun is de verrassing van deze festivaleditie. De Californische band neemt alle onzekerheden over debuutalbum Embrace weg door een overtuigend lesje Amerikaanse rockgeschiedenis. Van stoner over folk en americana tot Led Zeppelin-achtige hardrock: Sleepy Sun raakt het hart en de ziel van het lichtjes bedwelmde publiek. Wij hadden geen nood aan LSD bij het horen van een loepzuiver psychedelisch optreden. De acid zat diep en we zijn nog steeds aan het zweven.

Marco Roelofs van De Heideroosjes is de koning van de flauwe bindtekst: “S’il-vous-plaît merci beaucoup”, “je parle pas français, so i’ll speak a little English”, “Quel est le mot en France pour damclub. What’s damclub in French? Neen, dit klinkt belachelijk”. Juist ja, maar over de muziek — raakt die drummer dat eeuwige ramritme nooit moe? — zijn we anders wel snel uitgeschreven: boring!

En daar valt de regen nog maar eens met bakken uit de lucht. De nietsvermoedende festivalgenieter schuilt in de Club Circuit maar krijgt een beschimmelde mix van noiserock en grindcore in de strot geramd. Nee, er wordt geen varken geslacht op het podium, het is zanger Edward Gieda van An Albatross — getooid in een Mickey Mouse-shirt — die het gehoor martelt. Desondanks vinden we de instrumentale kant — met spastische kantjes en gekke orgelgeluidjes — best genietbaar. Of misschien zit de fanatieke festivalganger na vier dagen reeds in een roes zodat alles te appreciëren valt?

En daar hebben we nog eens een hypeje. Amazing Baby komt uit Brooklyn, is vriendjes met MGMT en klinkt als een combinatie van die band en Yeasayer. Het oogt trouwens allemaal wel mooi: de oranje versterkers, de Woodstock-look en waarom ook niet de doorschijnende gitaar van Simon O’Connor. Met “Bayonets” en “Headdress” horen we ook enkele sterke nummers passeren. Eerder dit jaar al in de Charlatan te Gent, en het zou ons niet verbazen als ze later dit jaar in de Botanique staan! Amazing, baby? Yép!

Wie zich omstreeks zes uur begeeft naar het kleine huis op de heide wordt getrakteerd op een bluesfeestje van het revivalbandje The Experimental Tropic Blues Band. Power trio kan in dit geval heel letterlijk geïnterpreteerd worden, want het tempo wordt stelstelmatig opgedreven en de groep brengt ons bij momenten terug naar de Blues Explosion, MC5 of zelfs Black Rebel Motorcycle Club. Op deze manier kunnen enkele festivalgangers met nog wat energie in het lijf nog een dansje placeren.

Next up in La Petite Maison: de genaamde Bob Log III. Eerlijk gezegd hadden wij geen idéé wie deze in een aaneensluitend blits ruimtepakje en motorhelm getooide yank is, maar na twee nummers kregen we het in de mot. Bob Log III is niemand minder dan dat door inteelt getekende ventje met de kickass banjo uit Deliverance. Nee, niet heus natuurlijk, maar Bob is even geniaal en schijnbaar ook even mentaal gestoord als ’Creepy Banjo Kid’. Hij speelt een geschifte vorm van opgepompte swamp blues, met aan de rechtervoet een basdrum, aan de linkervoet een cimbaal en in de handen een oude Silvertonegitaar. Zijn microfoon is vastgespeld aan zijn helm, maar hem verstaan doen we enkel als hij een nummer aankondigt met “this next song kinda sounds like…” of “and it goes a little like this…“. Log de Derde bouwt een werkelijk geweldig feestje, neemt al spelend twee grietjes op de knie (wippen dat ze doen!) en komt op het einde nog een keer of drie terug om toch nog een laatste nummertje te spelen. De crowdsurfende Prairie laat het zich welgevallen, Bob Log III is wat je noemt een typische Dour-ontdekking.

Twee jaar geleden stond de groep al met debuutalbum Strange House op Dour, zong Faris Badwan met een grote baksteen in zijn hand en vond hij het leuk om hekken op het publiek te smijten. Anno 2009 is er veel veranderd, en zijn The Horrors sterker dan ooit tevoren. Met het nieuwe Primary Colours kozen ze voor een meer volwassen sound en beter uitgewerkte songs. Ook live laten ze hun verleden achter zich en kiezen ze bijna uitsluitend voor de nieuwe nummers. “We are still the Horrors, trying to be ourselves”, klinkt het uit Badwan’s mond. Geen trashy horror muziek meer, maar garage rock van jewelste. Als je als afsluiters “Who Can Say” en een tien minuten durende versie van “Sea Within A Sea” hoort, weet je het wel. We want more.

Mayhem in The Magic Tent: Crystal Castles heeft de spots uit en de stroboscopen aangezet, en zangeres Alice Glass zet het over de beukende drums en gameboybliepjes op een krijsen. Na een aarzelend begin komt ze pas helemaal los en wordt de kloof met het publiek die frontstage heet overgestoken voor hits als “Alice Practice” en “Black Panther”. U ging uit uw dak, wij ook: dit was een heftig feestje.

Net na zonsondergang en voor de laatste invasie van het dance-geweld is er nog plaats voor een mooie indie-act: Caribou. Brein achter het eenmansproject, de Canadese wiskundige bol Dan Snaith. Hij brengt met behulp van drie uitstekende livemuzikanten ijzersterke songs in verschillende dimensies: ingetogenheid in de stem, een psychedelisch gitaargevoel en sterke drumritmes. Een optreden om in te kaderen, we horen in de toekomst ongetwijfeld nog meer van deze straffe gast.

Alvorens Aphex Twin, de echte headliner op de Last Arena, mag aantreden, krijgen we nog wat blanke funk en soul op ons bord, met dank aan de onnavolgbare Jamie Lidell. De voormalige laptopman plukt rijkelijk uit zijn laatste twee albums en krijgt het publiek binnen de minuut aan het dansen met uitzinnige, opzwepende versies van opener “Where D’You Go”, doorbraakhit “Multiply” en uiteraard het tot achteraan op de weide meegezongen “Another Day”. Lidell beschikt met zijn stem over een indrukwekkend instrument, en maakt daar ook handig gebruik van door ze geregeld in zijn loopstation te gooien en te vermengen met alles wat los en vast zit, tot de ringtones van het publiek toe. We hebben er op deze makke laatste Dourdag lang op moeten wachten, maar Jamie Lidell zorgt met zijn stomende set voor één van de absolute hoogtepunten van de dag, ja zelfs van het festival.

Het headliner-optreden van de peetvader van de drum ’n’ bass, Aphex Twin, met Florian Hecker wordt hier en daar aangekondigd als de gebeurtenis van deze Dour-editie. Het eerste deel van de set brengt het festivalvolkje in een licht neurotische toestand met dank aan een evenwichtige afwisseling tussen de zweverige ambient van Hecker en lichte drumbeats van Aphex Twin. Breed vooruit starend over de Last Arena luisteren we hoe de set na de uitvoering “Heliosphan” — op visueel vlak ook aangrijpend — geleidelijk aan apocalyptischer wordt. “Come To Daddy” is daarvan het beste voorbeeld. De set van Aphex Twin en zijn collega Hecker is niet het meest indrukwekkende van de vierdaagse maar brengt ons meerdere keren in vervoering.

En we dansen Dour 2009 uit. Met Aaron Funk van Venetian Snares worden de muzikale grenzen in laatste instantie behoorlijk overschreden. Zijn imponerende breakcore-set wekt bij het talrijk opgekomen volk spastische trekjes op. Eerlijk gezegd verliezen we ook soms de controle over onze ledematen bij de extreme tempowisselingen, onvoorstelbare ritmes en finale speedcorebeats. Met het hart bonkend in de keel en kolkend bloed sluiten we af. Neen, Dour 2009 was geen grote hoogvlieger — dat we dit jaar maar met tien uitschieters thuiskomen zegt op dat vlak genoeg — maar we hebben ons toch geen seconde verveeld. Dat is al genoeg; Dour, u was weer geweldig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 19 =