DOUR 2009 :: De queeste naar ander en beter

Dag twee :: De reïncarnatie van Scatman John

Tien maal raak
Tien keer naar onze pen gegrepen om nog tijdens het concert met sterren te gaan smijten, tienmaal juichend teruggewandeld. De uitgebreide verslagen van de grootste Dourhelden leest u met één klik hieronder.

Van dat voorspelde onweer kwam vannacht weinig in huis, en ook het terrein zelf lijkt van de stevige regenval geen hinder te hebben ondervonden. Dag twee begint tot onze opluchting droog en met de aankomst van (lt) en het wakker worden van (md). Gelukkig maar, want we hebben vandaag nogal wat op ons lijstje staan.

Tiens, staat The Mars Volta ook op Dour? Komen ze hier misschien iets goedmaken voor hun in het water gevallen optreden op Werchter? Net niet: het zijn hun Belgische neefjes van The Sedan Vault die vanmiddag de Club Circuit Marquee inwijden. Dat die behoorlijk schatplichtig zijn aan de groep rond Omar Rodriguez en Cedric Bixler-Zavala is live nog duidelijker dan op plaat, maar een blinde kopie is de band allesbehalve. Zelfs in redelijk ondankbare omstandigheden (The Sedan Vault gedijt beter in een volle, rokerige kelder dan een nog niet half volgelopen tent op het middaguur) blaast de groep iedereen omver, dankzij een combinatie van ijzersterke songs (vooral van Vanguard, hun tweede plaat) en pure muzikale ambacht. Deze mannen kunnen spelen. Hopelijk mogen ze dat gauw eens bewijzen op een tijdstip wanneer niet de helft van het festival zijn kater nog ligt weg te ronken op de camping.

The Red Chord is een stereotiep deathcore-gezelschap dat normaal gezien met opgefokte Amerikaanse tours — denk maar aan Sounds of the Underground — rondtrekt. Een uitzinnige fanbase zoals aan de andere kant van de oceaan krijgen ze in Dour niet te zien. De zelfverklaarde “angry dickheads” brengen het tamme publiek enkel tot moshen wanneer ze teruggrijpen naar hun intussen vier jaar oude langspeler Clients. Met andere woorden: tussen de blastbeats en devil horns kan gerust een vettig stuk vlees verorberd worden.

Ander en beter dan maar. Het Nederlandse De Staat is dé band die we hier zochten. Niet alleen klinkt de bandnaam aanlokkelijk, vooral de verslavende cocktail van krachtige drumritmes, zware samenzang en psychedelische passages spreekt liefhebbers van het containergenre indierock aan. Bij momenten gaan enkele enthousiastelingen zelfs aan het swingen en toegegeven: ook wij bewegen lustig mee.

Kleine meisjes worden groot, in rockland is het niet anders. Annie Clark, het kleine fijne meisje dat we enkele jaren geleden als St. Vincent leerden kennen toen ze het voorprogramma van Sufjan Stevens verzorgde, is tegenwoordig een stevige rockchick die niet terugdeinst voor een flink streep elektrisch gitaarwerk. Met wisselend succes: af en toe haalt St. Vincent de PJ Harvey in haar naar boven (getuige ook het rode rokje en de zwarte netkousen), maar vaker wel dan niet verdwijnt haar engelenstem in het al te bombastische geweld van haar voor het overige charismaloze band. Gooi daar een resem geluidstechnische problemen tegenaan en je hebt eigenlijk een optreden om snel te vergeten. Een spijtige zaak voor een dame met flink wat potentieel.

Aan de vorige Dourpassage van Camping Sauvach’ hebben we goede herinneringen overgehouden, en ook vandaag weet de groep in geen tijd de weide voor de Red Frequency Stage aan het dansen te zetten met heerlijk aanstekelijke folk. Frontman Didier Galand is opnieuw zijn rubberen zelf, schiet alle kanten op, en neemt tot slot een snoekduik van het podium het vlot meezingende publiek in. Onderhoudend, alweer.

Schrik niet maar er is met Walls Of Jericho wél een metalcoreband die op Dour aanslaat. Veel hardcorekids staan frontvrouw Candace Kucsulain op te wachten en worden beloond met een vette portie breaks, screams en basdrumkicks. Titels als “All Hail The Dead”, “Revival Never Goes Out of Style” en “A Trigger Full Of Promises” klinken bekend in de oren en worden lekker meegedanst op het tempo van Kucsulain. Die heeft iets van een opgespoten turnlerares, maar dit is geen makke tv-turnles, wel een oerdegelijk hardcore-optreden. Een mep in het gezicht, en die voelen we nog steeds.

”De goeie groepsnamen zijn op”, verzuchten we al eens als we weer op de Lesbians On Ecstasy stuiten, maar The Bewitched Hands On The Top Of Our Heads slaat werkelijk alles. En DaN sChRiJvEn Ze DaT ook NoG zO. U begrijpt dat de verwachtingen niet hoog gespannen zijn, maar de schade blijft al bij al nog beperkt. Stel u een frontale botsing tussen Arcade Fire (de toetseniste zet een uiterst geslaagde Régine neer) en The Magic Numbers voor en u komt al een heel eind in de buurt. Helaas hebben we dat geluid al een keer of honderd te veel gehoord de laatste jaren, en heeft Bewitched Hands niet echt de songs om er uit te springen. In ’t kort? Next!

Caravan Palace bijvoorbeeld, al weten we niet helemaal zeker of dat een verbetering is. De in nette kostuums en jurkjes gestoken groepsleden gaan voor fusion, maar eindigen met een behoorlijk fletse cocktail van swingjazz en beats, zowaar gecombineerd met de reïncarnatie van Scatman John. Even gaat het goed — de zon schijnt, dan is een mens niet altijd even kritisch — maar al gauw blijkt dat ongeveer ieder nummer op exact hetzelfde kunstje steunt, en dan kunnen zelfs de felste zonnestralen niet langer verhullen dat dit vooral erg saai is.

En nog een verveelmomentje. In de Magic Tent staan de drie dames van Au Revoir Simone uitermate bevallig te wezen (we hadden het wel voor die in haar roze kleedje), maar na drie nummers wekken die eeuwige synthbliepjes alleen maar gaaplust op. Als Die Met Het Zwarte Haar dan ook nog eens — behoorlijk naast de toonladder — solo gaat zingen terwijl Die Met Het Blonde Haar een basgitaar mismeestert en plots zonder snaren eindigt (“sorry, dit is mijn eerste gitaar”, luidt het excuus — als je schattig bent, kom je met alles weg, meneer) hebben we het wel gezien.

Niet dat het aan de overkant beter is. WhoMadeWho staat in de Dance Hall, en gebruikt in elk nummer een 4/4-discobeat, maar ons lijf laat ons weten: nope, dit is niet om te dansen. Eerlijk? Wij begrijpen die groep gewoon niet. En zullen we hun vreemde melige outfits maar aan een bijzonder soort Scandinavische humor toeschrijven? Ja? Goed, dan zijn wij weg naar alweer ander en beter.

Een nieuw album en optreden van Sepultura zorgt altijd voor sceptische blikken. De ene heeft het over een band die al dertien jaar zonder boegbeeld Max Cavalera verder ploetert en in de schaduw staat van Cavalera’s zijprojecten, de andere spreekt over een levend anachronisme. Niettemin zorgen de legendarische gitarist Andreas Kisser, grijzende bassist Paul Jr, nieuwe vellenmepper Jean Dolabella en opperreus Derrick Green voor een korte herleving van de goede oude tijden met “Dead Embryonic Cells”, “Inner Self”, “Territory”, “Refuse/ Resist” en tenslotte “Roots” waarbij het dak er volledig afgaat. Jong en oud schreeuwen en springen mee met deze klassiekers met een enthousiasme dat minder aanwezig was tijdens de nieuwe nummers aan het begin van de set. Al bij al blijft dit Sepultura gewoon een leuke coverband van de glorieuze jaren onder Max Cavalera. Wij zijn daar tevreden mee en ook het talrijk opgekomen publiek knikt tevreden ja.

Voor het indievolkje is het ondertussen verzamelen geblazen in de Club Cirquit Marquee waar Deerhoof ten dans speelt, al kan de onvermoede drukte ook aan die plotse regenbui gelegen hebben. Samen met Satomi Matsuzaki schreeuwt u enthousiast “Panda panda panda!” (de rest van de teksten zijn net iets moeilijker), terwijl ons ritmegevoel danig in de war raakt van haar met compleet willekeurige noise-uitbarstingen gelardeerde pop: niet eens zo onaangenaam.

Wie liever een iets eenvoudiger danske placeert, kan terecht bij Tokyo Ska Paradise Orchestra: een tiental Japanners in glimmend blauwe pakken die met totale overgave uiterst dansbare ska uit hun gitaren en blazers gooien, het blijft een van de pot gerukt gezicht, maar dat zal de weide voor de Red Frequency Stage compleet worst wezen. De heren zorgen voor hilarisch entertainment van de bovenste plank (“are you all wwwweadyyyy?”), u danst alsof uw leven er van af hangt, kortom: ideale festivalband.

Blijven er ondertussen nog wel hippe bands over voor de indiekids na de afzeggingen van Late of The Pier en Friendly Fires? Does It Offend You, Yeah? zou ons nieuw materiaal moeten brengen, maar na dat sterke debuut van vorig jaar, mag deze groep al naar de vergetelheid worden verkast. De eerste indruk die we krijgen: “Waar is charismatische gitarist Morgan Quaintance (die live met zijn energie iedereen meekrijgt) en wat doet dat gothicwijf daar?” Does It Offend You, Yeah? verkracht het ene nummer na het andere en de twee nieuwe songs die worden voorgesteld zijn ook al niets waard. Op zich is het nog wel opmerkelijk hoe één persoon een band kan doen foutlopen, en hoe de drugs James Rushent nog lelijker maakt dan hij al was, maar dit was tragisch. Does it offend you? Wij werden er in elk geval kwààd van.

Voor diegenen met minder mooie gedachten ten opzichte van hun schoonmoeder is The Dillinger Escape Plangeen goede oplossing. De tortuur van het hyperkinetische vijftal is wel toepasselijk voor Guantanamo-gevangen én ook de energieke festivalganger is een gegeerd slachtoffer tijdens het uurtje bolwassen. Publiekslieveling “Panasonic Youth”, het opvallend toegankelijke “Milk Lizard”, het letterlijk interpreteerbare “Fix Your Face” en ander werk van Ire Works worden aan een gejaagd tempo gespeeld. Tussen al die herrie is er zelfs plaats voor een piano-intermezzo en cover van Nine Inch Nails’ “Wish”. Dillingers doortocht zal dus nog even blijven nazinderen.

Op The Red Frequency Stage mag vervolgens nóg een ideale festivalband en Douroudgediende aantreden: het Franse Babylon Circus. Het publiek had zich opgemaakt voor een uurtje wild dansen en springen, maar aanvankelijk lukt dat niet zo goed: er zit weinig dynamiek in de set van de ska/chansonband, en de schijnbaar eindeloze bindteksten van frontman David Baruchel halen de vaart er helemaal uit. Het is dan ook pas tegen het einde van het optreden, wanneer “Marions Nous Au Soleil” en “Des Fois” van de laatste plaat bovengehaald worden, dat het feest echt losbarst en de massa op de weide krijgt waarvoor ze gekomen is.

Het Texaanse artrockgezelschap …And You Will Know Us By The Trail Of Dead lijkt geliefd bij het publiek in de Club Cirquit Marquee dat met ons graag terugdenkt aan hun passage in 2006. Vanaf de eerste dreunen van een meeslepende set — waarbij vooral aandacht wordt besteed aan het recente The Century Of Self — wordt er enthousiast gesprongen en geklapt. De theatrale rock die van atmosferische stukjes tot soms onnavolgbare uitbarstingen schiet, lijkt steeds nieuwe zieltjes bij te winnen. Achter leadzanger Conrad Keely wordt bovendien aan een sneltempo afgewisseld tussen de verschillende muzikanten. Het zestal krijgt wat het verdiende: een publiek in volle devotie en een daverend applaus.

Kijk, we gaan daar even heel eerlijk in zijn: op een hit na kenden wij niets van Killing Joke. Maar we gaan dat rechtzetten, want: wat een strak optreden, wat een heerlijk lawaai! Plots beseffen we ook hoe sterk dat “Love Like Blood” wel is, terwijl frontman Jaz Coleman het opdraagt aan alle doden en hij een ongezonde obsessie met de overbevolking van de aarde ontwikkelt. Zwartzakkerij op Dour? We willen er meer van

Opnieuw regen tijdens Mercury Rev, maar dat negeren we even, want de groep uit de Catskill Mountains is weer eens indrukwekkend bezig. Dit is een groep die maar blijft groeien, zelfs al wordt de baard van frontman Jonathan Donahue almaar grijzer: van bij het dreunende “Snowflake In A Hot World” tot het uitzinnige, euforische afsluitende “Senses On Fire” is dit een lange trip op oorverdovend volume. Het mag dan druppelen voor het podium, erop ontketent Mercury Rev een allesverwoestende storm die iedereen lamgeslagen achterlaat. Drie letters, meer hebben we niet nodig: WAW. In hoofdletters? Jazeker!

Wat is dat toch met Animal Collective? Dat maakt heerlijke psychedelische popplaten, maar live moet dat absoluut moeilijk doen. Het is dan ook weer speuren tussen het eindeloos gefröbel (geen woord drukt beter het gepiel uit) naar dat ene herkenbare nummer, en het optreden komt dan ook laat los. “Lion In A Coma” is heerlijk, het waanzinnige “My Girls” passeert echter iets te ingehouden. Kijk beestjes, we vinden jullie een geweldige groep hoor, maar mag het toch net ietsje meer zijn een volgende keer? Goed?

En passant een flard Shameboy meegepikt en even alles gegeven op “Rechoque”. Zullen we het kort houden? Als dit een Britse of Amerikaanse groep was, sloot ze al jaren de Main Stage van Werchter af en werkte ze net als Chemical Brothers met de grootste sterren samen: een onstuitbare, verpletterende machine.

Fuckbuttons heeft in het holst van de nacht het antwoord op de vraag: “Hoe kan krakende noisemuziek zonder tempowisselingen nou aantrekkelijk zijn?” Tijdens “Sweet Love For Planet Earth” en ook materiaal voor het komende album horen we ruis — veel ruis — maar ook catchy melodieën die aardig wat volk naar de Club Cirquit Marquee lokken. Bewapend met laptops, elektronisch gerief en een reeks pedalen doen de Britten onze buis van Eustachius trillen en we genieten ervan, zelfs van de oorsuizingen die ons nadien blijven terroriseren.

Een dansje om de dag af te sluiten? Vooruit dan maar! Diplo, de ambassadeur van Baile Funk, de ex van M.I.A. en de producer van Santigold, was blijkbaar niet naar Dour afgezakt om het volk te komen verheffen, maar gewoon om een feestje te bouwen met een eclectische en technisch hoogstaande set, die toch net iets te veel oude krakers bevatte. Soms zelfs van bedenkelijk allooi; of wat dacht u van het onvermijdelijke “Beat It”, “Smells Like Teen Spirit”, “Thunderstruck”, “Show Me Love” en zelfs “Sandstorm” van Darude… Met permissie maar daarmee kan onze maat die wel eens plaatjes draait als hij een pint te veel op heeft de massa ook in beweging krijgen. Later in zijn set herpakte Diplo zich met onder andere een knappe hiphopmix van M.I.A.’s “Paper Planes”. Maar toch: Tijd voor bed? Eerst nog een nightcap, en dan uitrusten voor wat komen zal.

1
2
3
4

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − zes =