Ben Kweller + The John Henry Orchestra




In
de top van de reeks onweerstaanbare podiumhunks, zal Ben Kweller
niet snel komen binnenduikelen, maar in de reeks trieste nummers in
een krokante jasje staat hij wel degelijk zijn mannetje. Zijn
nieuwe plaat ‘Changing Horses’ ligt al even in de winkel en dat
betekent ook een nieuwe tournee, mét een tussenstop in het
Antwerpse Trix.

In het karig bevolkte Trix Café, traden eerst nog twee heren van
Belgische makelij aan: The John Henry Orchestra
of hoe een drummer overbodig maken. John & Henry met de voeten
aan de drumpedalen en de handen aan een bas en gitaar en ze kwamen
maar voor een ding: vettige rock-‘n-roll. Ze speelden met hun
tweetjes enkele bands op z’n hoopje waaronder U2, John Lee Hooker,
Canned Heat, The Beatles, …
Het overbekende ‘Personal Jesus’ van Depeche Mode klonk in hun
handen nog iets glibberiger dan in die van de heer Cash en John Lee
Hooker’s ‘This Is Hip’ werd even onderbroken voor een stukje Canned
Heat ‘On the Road Again’.
Een levende jukebox die het beste van de gitaarmuziek, zittend, met
een minimum aan middelen en een maximum aan ledematen weet boven te
halen, met hier en daar een vleugje naar water snakkende humor als
‘dit volgende nummer is een cover’.
Met Bo Diddley’s ‘You Don’t Love Me’ sloten ze hun korte set af en
verlieten zoals zelf aangekondigd Lazarusgewijs, hun van John &
Henry voorziene stoeltjes om er bovenop nog eens het beste van
henzelf te geven.

Het publiek had zich stiekem vermenigvuldigd en toen het eindelijk
de beurt was aan Ben Kweller en zijn band, had het
café van Trix zich toch al behoorlijk gevuld met mensen die van
heinde en ver gekomen waren om hem aan ‘t werk te zien.
Ben Kweller maakte het in een oogopslag weer duidelijk waarom het
goed is dat de jaren ’80 van schoudervullingen, strakke broeken en
David Hasselhof-haar al twintig jaar achter ons liggen. Hij zag
eruit alsof hij net uit een casting voor een nieuwe Rambo was
weggelopen: strakke, té korte witte jeans, gevlochten zwarte riem,
cowboyboots, een T-shirt met camouflageprint waarvan de mouwen
onvakkundig door middel van een schaar werden verwijderd en een
ondefinieerbaar kapsel dat hoogstwaarschijnlijk was gaan
wildgroeien na een kapbeurt met een botte schaar en een
bloempot.

Het is schier onmogelijk om op deze vreemde figuur uitgekeken te
raken, zeker in het licht van zijn nummers en van de bandleden, die
wel al hadden doorgekregen dat we in het jaar 2009 leven. Maar dat
guitige kopje en vooral die muziek vegen alle overpeinzingen in een
klap uit.

‘Changing Horses’ leverde meteen ‘Fight’ op als opener voor zijn
lange set in Antwerpen, waarna Kweller zich eensklaps ontpopte tot
die leuke tante die koekjes aanvoert en je de hele middag
bezighoudt met verhalen omtrent haar bezigheden. Hij liet zich
ontvallen dat hij drunk was en een jetlag had, wat er voor
gezorgd had dat hij samen met z’n bassist hiphopsongs met
indecent lyrics had zitten verzinnen.
Het door verbazende lichtheid gedragen ‘Family Tree’ kreeg dan weer
een ‘Chuck the Tourmanager’ als inleidend verhaal. Chuck houdt van
bands als ‘Children of Bodom’, wat wel doet vermoeden dat touren
met Ben Kweller echt als werk gezien kan worden.

Ben en zijn band daarentegen amuseren zich te pletter op het
podium, met een kinderlijke blijheid en dito dansjes laten ze het
ene geweldige ‘Old Hat’ na het andere ‘Things I Like to Do’
voorbijkomen. Voor het trio ‘Swadust man’, dat overigens live
klinkt alsof de sterretjes aan de hemel massaal naar beneden zullen
dwarrelen, ‘Falling’ en ‘Living Life’ laat hij de gitaar voor wat
het is en laat hij zich ook van zijn beste pianistkant horen. Enkel
doorwinterde fans in de zaal want ‘Falling’ met z’n aanstekelijke
deuntje ontlokt een meerstemmig “I don’t feel like I’m
falling
“.

Maar de hoogtepunten uit zijn set zijn die waar hij de band
wandelen stuurt en het pijnlijk mooie ‘Lizzy’ en ‘On My Way’ inzet.
De momenten waarin de wereld even blijft stilstaan en een zaal
muisstil wordt, zijn zeldzaam en dienen daarom in een doosje
bewaard te worden voor andere momenten. Op een regenachtige avond
in de bus bijvoorbeeld, wanneer de huizen en de mensen op straat
voorbij schuiven en dan “but tonight I’m on my way
zachtjes door de lippen laten glippen, moet minstens zorgen voor
een glimlach rond de mondhoeken. Een absurde tekst in een
dagelijkse omgeving.

Ben Kweller ontlokt zelfs meer aan zijn publiek dan enkel gezang,
er wordt hem een quiz voorgesteld waarvan het opzet geheel
onduidelijk blijft, maar waarin hij graag mee gaat. Maar hij maakt
zelfs tijd voor een ‘u vraagt wij draaien rond’, waarin de fans
zich volledig laten gaan en nummers als ‘Kokomo’ (Beach Boys-cover
die hij ooit samen met Adam Green maakte), ‘Sha Sha’, ‘My
Appartment’ en’Make it up’ tot zijn eigen grote verbazing komen
bovendrijven.

Zijn request-ronde duurde net dat tikkeltje te lang, maar voor de
echte, al dan niet helemaal uit Nederland overgevlogen, fan was dit
een avond om duimen en vingers bij af te likken.

Meer afbeeldingen Ben KwellerTJHO

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 4 =