Madensuyu :: “Neen, er komt geen reünie”



Behoedzaam klim ik de veel te steile trap in zaal België op. Ik
ben zo weggeblazen door het concert dat Madensuyu even daarvoor
gaf, dat ik bang ben dat ik het niet tot boven zal halen. Toch
beland ik zonder kleurscheuren in het koude, met rode plastic rozen
versierde kamertje dat als artiestenruimte dienst doet. Eventjes
laten gaat de deur open en verschijnen het hart en de ziel van
Madensuyu in de deuropening, de terechte tevredenheid over het
concert valt van hun gezichten af te lezen…

enola: Goedenavond heren, hoe gaat het met
jullie?

PJ: Goed, we hebben net gespeeld, dus we zijn een ei kwijt. Dat
doet altijd deugd.

enola: Multiple choice vraag: zaal België, de toiletten van de
Vooruit of een volgepakte zaal op Eurosonic. Wat is jullie
voorkeur?

PJ: Dat is drie keer echt
iets helemaal anders.
Stijn: Dus het kan ook
alle drie.
PJ: De toiletten van de Vooruit
was heel leuk om te doen. Het publiek keek naar beneden dus dat was
wel een uniek optreden. Maar dat hebben we al gedaan dus dat gaan
we niet nog eens doen.

enola: Heb je niet het gevoel dat je heel klein bent als de
mensen zo op je ‘neerkijken’?

PJ: Je
let er niet echt op. Dat was natuurlijk niet simpel om te spelen en
er was ook geen PA, maar als ik naar boven keek had ik het gevoel
dat de mensen wel geïnteresseerd waren en dat was hetzelfde hier in
Zaal België als in Shadrak (Eurosonic). De mensen die hier waren
echt wel voor ons gekomen, dus als ik toch een keuze mag maken:
Zaal België.

enola: Hebben jullie eigenlijk al reactie gekregen op het
concert dat jullie gaven op Eurosonic? Want ik heb gehoord dat het
er zo druk was dat zelfs de reviewers geen zin hadden om zich
tussen het volk te begeven.

PJ: Dat
is inderdaad jammer want je mist wel mensen die er iets over kunnen
schrijven en die iets kunnen doen ontstaan, maar het is nu eenmaal
zo. We horen wel dat het oké was en dat mensen erover praten. Ik
heb Arno gezien deze week en die vertelde dat ze het er tot in
Frankrijk over hadden.

De gitaarspelers links, de drummers
rechts

enola: Tijdens jullie optreden komt er een enorme energie van
dat podium, maar is het soms niet moeilijk om die energie of de
moed te vinden om aan zo’n concert te beginnen wanneer je
bijvoorbeeld een off-day hebt?

PJ: Voor een concert zijn we zeer geconcentreerd. We weten wat de
set is en wat hij zou kunnen doen. Maar het is altijd zelf even
schrikken dat, datgene wat we verwachten er plots ook is.
Stijn: Ik denk ook dat we wel altijd dezelfde energie
zoeken.
PJ: We zullen het ook niet
faken.
Stijn: Ik ben nu wel doodop, omdat het
een zware week was, maar je mag dat ook niet toelaten als je daar
zit.
PJ: Bij Stijn heb ik dat nu wel gezien
en gehoord want op het einde begon hij te schreeuwen en dan voel ik
dat het zijn week is die eruit komt. Het is eigenlijk helend als we
spelen.

enola: Hebben jullie zo nooit achteraf zin om te gaan
luistervinken om te weten te komen wat de aanwezigen ervan
vonden?

PJ: Nee, niet echt, je kan
er toch niks aan doen. We zijn wel benieuwd, maar
ja…
Stijn: We doen sowieso alles wat we
kunnen op dat moment. Achteraf gaan we door technische problemen
misschien ontgoocheld zijn, maar de set doen we in elke
omstandigheid zo goed mogelijk.

enola: Jullie hebben ooit gezegd dat jullie niet graag tussen
verschillende groepen geplaatst worden en dat jullie aan een ander
concertconcept werken. Is dat concept er
al?

PJ: Tussen andere groepen
geplaatst worden, vinden we eigenlijk wel tof, zo op een affiche
staan tussen mensen die iets heel anders
doen.
Stijn: Dat maakt het interessant voor
ons.
PJ: Maar ideaal voor ons is, zoals
bijvoorbeeld op Eurosonic, dat we als eerste kunnen spelen. Dan kom
je onderaan op de affiche te staan en dat is beter voor ons want
dan kan je een goede soundcheck doen en op je eigen materiaal
spelen. Het staat er allemaal en dan kan je gewoon
gaan.
Stijn: Wat het eigen concept betreft,
in Vooruit zijn we bezig met iemand die visuals gaat maken speciaal
voor de plaat. Als we kunnen, maken we altijd kleine concepten rond
optredens.
Even hebben we het idee gehad – en we hebben dat ook gedaan – om op
zeer kleine locaties te spelen waar er normaal nooit iemand komt.
Dat kan een schildersatelier zijn of een schrijnwerkersatelier. Dat
is zeer leuk, ook omdat de mensen het gevoel hebben dat ze ergens
zijn waar ze nooit komen. Die intieme sfeer is fantastisch.
PJ: Het idee van een eigen concertconcept – dat is een groot woord
eigenlijk – is gewoon dat je de nummers kan laten spreken voor 4 of
10 mensen. De eerste keer dat we speelden met deze plaat was ergens
in Ledeberg, in een atelier waar er normaal nooit iemand komt. Er
waren 150 mensen of zo en dan weet je dat die mensen echt allemaal
voor jou komen en om je muziek te horen. Dat is echt tof. Je maakt
muziek, je maakt een plaat en dan moet je op optredens soms echt
boksen om die plaat over te brengen. Het is eigenlijk uit noodzaak
dat we over zo’n concept zijn beginnen nadenken.

enola: Vinden jullie het dan hier niet jammer dat de mensen
hier in zaal België zo ver van jullie staan? Er stond precies
achteraan een hele muur mensen die niet naar jullie toe wilden
komen.

Stijn: Je voelt dat wel als
je speelt, maar je kan niet gaan zeggen dat ze naar voor moeten
komen.
PJ: Je kan je publiek niet forceren. Als ze daar willen staan, dan
staan ze daar en als ze dingen missen dan missen ze dingen. Het
leukste is natuurlijk mensen die op je neus staan te kijken en dan
het liefst de gitaarspelers aan mijn kant en drummers aan Stijn z’n
kant
Stijn: Dat is een feit.
PJ: We hebben al vaak voor gehad dat er zo van die mensen voor
Stijn staan…
Stijn:… die hele analyses uitvoeren terwijl ik bezig ben.
(lacht)

De laatste der Mohikanen

enola: Jullie gebruiken stem als een extra instrument. Is dat
een noodzakelijke keuze geweest omdat er iets miste of gaat het
echt om de klank die een stem kan
produceren?

Stijn: Het is eigenlijk
simpel. Het muzikale, het instrumentale heeft voor ons zo’n
zeggingskracht dat het voor ons voldoende is. Je kan er geen tekst
gaan opplakken als ‘ik hou van jou, de zee is blauw’. Dat is de
grootste reden eigenlijk. Maar er is nu wel een verschuiving aan ‘t
komen dat de tekst wel een betekenis krijgt. Bij ‘D is Done’ is dat
wel zo, dat je een hele verhaalboog maakt in de plaat. Ofwel moet
je een hele goede tekst schrijven en dan primeert de tekst, maar
bij ons is het vooral het instrumentale.

enola: Stijn, je hebt ooit gezegd: “vorm moet wijken voor
emotie”. Groeit de song dan vanuit die emotie of wijst de song de
emotie de weg?

Stijn: De song groeit
uit de emotie.

enola: Heb je dan op een voorhand een afgelijnd idee van een
’emotie’ in je hoofd voor je aan een song
begint?

Stijn: Het is echt volgen
van de sfeer van A tot Z. Je moet een verhaal vertellen en dan heb
je sowieso met vorm en structuur te maken, maar dan zoek ik de
structuur meer in klassieke muziekvormen dan in pop en rock. Daarom
dat het soms kan lijken dat er geen structuur in zit, maar die is
er wel degelijk.
PJ: Het interessante is dat het bij mij omgekeerd is. Stijn komt
met iets af en dan komt er iets los uit die song. Dat is een goede
lijn om verder op te werken. Het is voedend, een goede
wisselwerking. Zoiets.

enola: Stijn, je maakt ook muziek voor theaterproducties, begin
je daar op dezelfde manier aan als bij een song van Madensuyu? Volg
je dezelfde procedure?

Stijn: Ik
begin er anders aan omdat je een bestaand gegeven hebt en dan
daarvan vertrekt. Maar ik ga wel altijd dat accentje dat ik in
Madensuyu steek ook daarin proberen steken en meestal klopt dat wel
met de verhaallijn van de regisseur. Ik vind dat wel bemoedigend
voor verdere projecten.

enola: Jullie stoppen altijd kleine persoonlijke dingetjes bij
albums (spiegeltjes, stalen staafjes…). Is het medium cd voor
jullie te beperkt ter verspreiding van de
muziek?

PJ: Een album blijft voor
mij persoonlijk het medium. Een album is een lijn eigenlijk. ‘D is
Done’ is gemaakt met een idee erachter. Het ene nummer vloeit voort
uit het andere. Mijn broer is bijvoorbeeld veel jonger dan mij en
die luistert echt naar afzonderlijke nummertjes en wij zijn precies
de laatste mensen die een album kopen dat kan groeien in je speler.
Dat is voor mij nog altijd de eerlijkste manier.
Stijn: Voor mij is het ook een knipoog tegen het seriële van de
cd.
PJ: Het schijfje op zich beperkt ons misschien wel in de
muziekwereld zoals die op dit moment is, maar we hopen wel dat
wanneer iemand die cd koopt hij het albumgegeven wel doorkrijgt.
Dus eigenlijk is het geen beperking; het is heel tof om eraan te
werken. Maar we voelen wel dat we de laatste der Mohikanen
zijn.
Wie weet komt het helemaal terug want je kan niet bezig blijven met
alleen maar nummers op te leggen. Dan heb je geen idee van wat er
eigenlijk leeft in de muziekwereld – de wereld van de
muziekmakers.

enola: Jullie maken niet de meest hitgevoelige muziek, maar is
het nooit een jongensdroom geweest om wereldberoemd te worden en
onderbroeken naar jullie hoofd gesmeten te krijgen van wilde
vrouwen?

Stijn: Dat mag altijd.
Maar het is nooit een doel, als het komt, dan komt het.
(lacht)

enola: Zien jullie jezelf Tina Turner-gewijs op jullie
zeventigste nog op een podium
staan?

Stijn: Ik vroeg het me
eigenlijk af als ik van de trap liep daarnet. Ik vraag het me echt
soms af, maar ik denk het wel.
PJ: En als het niet zo is, dan hebben we ons in ieder geval goed
geamuseerd… tot nu. Als dit morgen stopt dan ga ik niet denken
“waar heb ik mijn tijd ingestopt of wat hebben wij nu samen
geprobeerd?” We zijn er altijd volledig voor gegaan, zoals Tina
Turner dat ook doet, maar zij heeft natuurlijk wel een hele machine
achter zich die er ook van moet leven.
Stijn: Zolang we het gevoel hebben dat we echt iets te vertellen
hebben, gaan we er staan. Als we onszelf beginnen kopiëren, dan
mogen we ermee stoppen denk ik. Of andere manieren zoeken.
PJ: Een reünie gaan we nooit doen.
Stijn: Inderdaad, laat maar.

D Is Done‘ is uit bij Digital Piss Factory.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vijf =