Pauzefestival dag 2 :: 14 november 2008, Vooruit

De eerste dag van het Gentse luik van het Pauze-festival was geheel gewijd aan psychedelica en de jaren zeventig. Op deze tweede dag is het verband niet in de tijd maar wel in de ruimte te zoeken. “Soul Shredders Of Seoul” richt zijn aandacht op Korea.

Sato Yukie, die in het thuisland geregeld optredens organiseert en met Kopchangjongol zelf in een band actief is, mag de spits afbijten met zijn geïmproviseerde set waarbij het martelen van een gitaar centraal staat. Een hele resem batterijen vervormen de gitaarklanken die Yukie middels allerlei speelgoedgadgets (onder andere rubberen eendjes), kleine huishoudapparaten (een kleine mixer, spatels, …) en percussiestokken uit zijn instrument haalt.

Zoals het bij een goede improvisatieset behoort, is het geheel een lang nummer dat veel meer naar performance neigt dan naar een muziekstuk. Want ondanks Yukies gepassioneerd opgaan in de eigen creatie valt het moeilijk om hier van een auditief of esthetisch genot te spreken. De set dient ondergaan te worden en kan op een meer abstract niveau zinnenprikkelend aanvoelen, maar blijft in de eerste plaats toch een intellectueel schouwspel dat op andere merites beoordeeld wordt.

In schril contrast hiermee staat Kim Doo Soo. Na jarenlang in de Koreaanse underground actief te zijn geweest als folkzanger, wist hij in 2007 met 10 days Butterfly buiten de eigen kring door te breken. Dankzij de prachtige compilatie International Sad Hits. Volume I : Altaic Language Group raakte hij ook in Europa bekend. Niet geheel onverwachts worden “Mountain” en “Bohemian” uit deze compilatie live gebracht. Doo Soo zelf lijkt zo uit een klassieke Aziatische film geplukt te zijn waar hij als eenvoudige visser (dat hoedje, die bril!) de ene Zen-waarheid na de andere poneert.

Op het podium uit hij evenwel geen Mister Miyagi-achtige wijsheden, maar beperkt hij zich tot eenvoudige zinnen en woorden als “cello” wanneer een cellospeelster hem vervoegt en “Korean bells” waarmee hij doelt op enkele belletjes die tijdens verschillende nummers aan zijn gitaar hangen. Met niet veel meer dan een akoestische gitaar en harmonica weet Doo Soo drie kwartier lang de Balzaal in zijn ban te houden. Een ontroerende versie van de traditional “House Of The Rising Sun” vormt de afsluiter van een set waarbij Aziatische/Koreaanse visies op muziek gekoppeld worden aan de Westerse singer-songwritercultuur.

Niet iedereen in Korea grijpt evenwel terug naar oude tradities. Het improvisatieduo Ryu Hankil & Choi Joonyong behoren tot dezelfde subcultuur als Sato Yukie maar hebben alle instrumenten overboord gegooid. Hun instrumentarium bestaat uit alledaagse elektronische apparaten (genre telefoons en cd-spelers) die ze, eens ontdaan van hun behuizing, manipuleren om er de meest vreemde klanken uit te toveren.

Door de geluiden die de apparaten maken meermaals te versterken en te combineren met andere klanken brouwt het duo een hoogst intrigerende set op die meermaals een pulserende ondertoon krijgt die zowaar naar loodzware techno en gemuteerde industrial neigt. Uiteraard valt nergens een melodie of song te bespeuren maar door geregeld gas terug te nemen of andere klanken naar de voorgrond te schuiven, weten ze wel aan het geheel een dynamiek te verlenen die net als bij Sato Yukie op zijn minst interesse opwekt.

De laatste klanken van het duo zijn nauwelijks uitgestorven wanneer Kang Tae Hwan (1944) zijn optreden start. De altsaxofonist staat binnen de jazz/improvisatiescène hoog aangeschreven en laat zowel op cd als live horen dat ook met zachte klanken en minimale verschuivingen een bloedstollende improvisatieset opgebouwd kan worden. In lotushouding gezeten laat hij onversterkt (!) de hemelse klanken uit zijn saxofoon over het publiek neerdalen.

Zijn ademtechniek is zonder meer bewonderenswaardig te noemen, evenals de manier waarop hij de tonen langzaam uitspint en een klankenpalet hanteert dat op het eerste gehoor niet of nauwelijks verschuift. De saxofoondrones krijgen een (onverwacht) meditatief karakter dat trance-opwekkend is en alle gedachten bant, tot alleen de klanken voortgebracht door Tae Hwan nog te horen zijn.

“Soul Shredders Of Seoul” vindt morgen [vandaag, red.] plaats tijdens het Nederlandse luik van het Pauze-festival te Utrecht. In Gent wordt het festival afgesloten met Reines D'Angleterre (feat. Ghédalia Tazartes, él-g en Jo T.) & Reinhold Friedl's Neo Bechstein.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 2 =