Joey Cape :: Bridge

Punkrockers met een akoestische gitaar lopen niet per definitie rond met het label emo op hun voorhoofd. Dat bewezen Joey Cape en Tony Sly vier jaar geleden. Met een low budget luister-cd maakten de zangers van Lagwagon en No Use For A Name een sterke beurt. Cape is nu terug met een eigen akoestisch album: Bridge.

Joey Cape is wat je noemt een bezige bij. De zanger van Lagwagon neemt namelijk ook de honneurs waar bij Bad Astronaut, Me First & The Gimme Gimmes en The Playing Favourites. Op zijn producerpalmares prijken onder meer How To Meet Girls van Nerf Herder en tearjerker Blue Skies, Broken Hearts… Next 12 Exits van The Ataris. Toen hij samen met Tony Sly een akoestische plaat opnam, was dat niet echt een verrassing. Waar Cape toen vooral bestaande Lagwagon-songs bracht, bestaat Bridge volledig uit nieuw materiaal. Dat Joey Cape een voorliefde heeft voor unplugged hoeft geen verbazing te wekken. Alle Lagwagon-nummers worden immers geboren in een akoestisch jasje. Eigenlijk is Bridge dus te catalogeren als een soort demo voor Lagwagon. Vijf nummers van de plaat zijn ondertussen dan ook aan de tracklist van Lagwagon toegevoegd.

Songwriting is voor Joey Cape een persoonlijkheidstest die voor deze plaat de wijzers stil houdt op warm, charismatisch en puur. Daarnaast heeft hij, voor een punkrocker, meer dan gemiddelde zangkwaliteiten. Opener “The Ramones Are Dead” is een, niet bijster originele, afrekening met de jeugdjaren van Cape. Al zorgt het akoestische Ramones-riffje in het refrein wel voor een glimlach. In “Canoe” herkennen we vlagen van Elliott Smiths “Angeles”. Wanneer Cape het nummer als afsluiter nog wat gebrabbel van dochtertje Violet meegeeft, ligt zijn ziel helemaal open en bloot. Jammer genoeg zorgen enkele verdwaalde violen voor een storende noot.

Met “Memoirs And Landmines” haalt Cape voor het eerst zijn beste niveau. De inkleding van de song slaat aan en laat het schrijftalent van de zanger volledig tot recht komen. Toch moeten we ook hier weer vaststellen dat de ongelukkige instrumentenkeuze storend werkt. Die mandoline mocht van ons gerust in de vergeetput van Henry VIII blijven liggen. “Non Sequitur” drijft verder op het melancholische effect van Capes nasale stem, maar worstelt op het einde van het nummer met misplaatste geluids- en stemeffecten. Moraal van het verhaal: de basis van de nummers zijn vaak wel in orde, maar overacting blaast het voorbereidend werk gedeeltelijk op.

Op het einde van Bridge gooit Cape zijn beste troeven op tafel. “Who We’ve Become” heeft de sfeer van een gezellige kampvuuravond en steekt als nummer boven de rest van de cd uit. Een leuke aanwinst voor een mixtape tijdens uw volgende roadtrip. “Home” sluit het geheel op passende wijze af. Op het einde van het nummer belanden de stekkers opnieuw in het stopcontact en barst er een punkrocksound los. Een teken aan de wand dat Lagwagon terug op de voorgrond mag treden.

De vergelijkingen met Elliott Smith zijn nooit ver weg en daar valt wel wat voor te zeggen. Cape haalt het niveau van Smith niet, maar heeft alleszins in zijn mosterdvoorraad gezeten. In de grote, boze wereld zal Bridge allicht geen blijvende indruk nalaten, maar dat was waarschijnlijk ook niet de bedoeling. Bridge is een sympathieke plaat die wel wat speelminuten zal krijgen op onze stereo, maar ook niet meer dan dat. Daarvoor zijn de schoonheidsfoutjes iets te frequent. Met deze breekbare langspeler heeft Joep Cape zijn akoestisch ei gelegd en kan hij zich opnieuw met andere dingen gaan bezighouden. Er liggen immers nog genoeg ijzers in het vuur en we zien hem toch het liefst bezig als charismatische spring-in-‘t-veld achter de Lagwagon-microfoon.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 3 =