The Presidents of the USA :: “We stonden altijd al naast wat hip en cool was”



De heren van The Presidents of the United States of America zijn
met hits als ‘Peaches’ en ‘Lump’ verheven tot ware nineties-helden.
Maar ook anno 2008 zijn onze favoriete pretpunkers nog steeds alive
and kicking. Onlangs verscheen hun nieuwste album ‘These Are
The Good Times People
‘ en dat leek ons de ideale gelegenheid
hen eens aan de tand te voelen. Wij ontmoetten drummer Jason Finn
enkele uren voor hun optreden in de Botanique.

enola: Het nieuwe album heet ‘These are the Good Times People’,
en net zoals het meeste PUSA-werk, klinkt het ook alsof jullie veel
plezier hadden in het maken ervan. Is dat zo, of houden jullie toch
meer van het toeren?

Finn: Het zijn twee
verschillende dingen. Hoewel het vele reizen soms hard kan zijn en
het eigenlijk wel gemakkelijker is om een plaat op te nemen, hou ik
persoonlijk meer van het toeren. Opnemen is natuurlijk ook een stuk
gezonder, vooral voor mijn lever, omdat er tijdens het opnemen toch
veel minder gedronken wordt (lacht). Voor deze plaat
hebben we ook wel onze tijd genomen. Alles samengenomen zijn we er
toch een goeie vijf maand mee bezig geweest, wat op zich een
ontspannen manier van opnemen is. Vroeger was dat wel eens anders.
De meeste PUSA-platen zijn opgenomen in tien à elf dagen, een
situatie die wel eens voor stress durfde zorgen. Dit keer namen we
enkele dagen op en lieten de hele boel dan weer een tijd rusten.
Maar ondanks de voordelen van deze manier van opnemen, speel ik
toch beter live dan in een studio.

enola: Zijn PUSA-nummers af voor jullie in de studio komen? Of
schrijven jullie ter plaatse?

Finn: Meestal schrijven we de nummers vooraf, hoewel Andrew en ik
een nummer op de nieuwe cd, ‘Sharpen Up Those Fangs’, nog nooit
gehoord hadden alvorens we aan het opnemen waren. Het is een beetje
wennen, maar ik ben best wel blij dat ik het een keer gedaan
heb.
Sommige nummers op de nieuwe plaat zijn al 20 jaar oud, andere dan
weer splinternieuw, maar meer dan op de vorige platen zijn we nu
toch wel voorbereid de studio ingetrokken. Voor het opnemen hebben
we alles enkele weken gerepeteerd, wat opnieuw iets nieuws was voor
ons.

Opnieuw gewone volwassenen

enola: PUSA-nummers klinken nooit alsof je ze al te serieus
moet nemen, maar is dat silly-imago eigenlijk wie jullie echt
zijn?
Finn: Wel, eigenlijk zijn we niet echt zo.
Uiteindelijk zijn we allemaal volwassenen met vrouwen, kinderen en
andere projecten of jobs. Het is voor ons eerder een uitlaatlklep.
We zijn heel blij dat we dit kunnen doen. Het is een beetje als
voetbal spelen. Je krijgt de kans om een of ander spelletje te
spelen en er nog van te leven ook. Wanneer we op tour zijn,
gedragen we ons dan ook zo, omdat we dat kunnen. De vrouwen zijn er
niet en we kunnen ongestoord de hele dag over scheten praten. Iets
waar we dan ook ongelofelijk veel plezier aan beleven. Maar dat is
niet wie we altijd zijn en na een paar weken worden we dat dan ook
beu. Dan willen we gewoon naar huis en opnieuw gewone volwassenen
zijn.

enola: Dus als ik jullie in de States zou tegenkomen zijn
jullie ook maar gewone mensen?

Finn: Voor een groot deel wel. We zouden wel enkele pintjes kunnen
drinken en ons weer als idioten gedragen, maar ‘s morgens staan we
weer op als normale mensen en houden we ons bezig met wat de
normale volwassenen, die we dan weer zijn, zo allemaal moeten
doen.

enola: Ikzelf was tien toen ‘Peaches’ en ‘Lump’ overal ter wereld
immense hits waren, maar ondertussen heb ik al heel wat opgroeiwerk
verricht. Ik kan me voorstellen dat veel van de jonge fans van toen
nu ondertussen al volwassenen zijn geworden die zich misschien al
wat te oud voelen voor het springerige van the PUSA. Merken jullie
de tand des tijds in jullie publiek?

Finn: We zien jonge mensen erbij komen, en waarschijnlijk gaan er
ook wel heel wat oudere mensen eruit, want het publiek blijft er
voor ons hetzelfde uitzien. Natuurlijk zijn het andere mensen, maar
net zoals toen zien we nog steeds ‘the kids’ vanvoor met daarachter
de iets oudere 20-ers en dan ergens achteraan de ouders en de
andere oudere mensen.
Ergens was dat ook wel een opluchting voor mij. Voor we in 2003
opnieuw begonnen toeren, na vier jaar stilliggen, vreesde ik dat
het misschien niet zo’n goed idee was opnieuw te gaan optreden. Ik
vreesde dat het publiek vooral zou bestaan uit oudere mensen die
daar maar wat zouden staan mijmeren over de jaren negentig en alles
serieus proberen te gaan nemen. Maar godzijdank was dat niet het
geval. Uiteindelijk is rock-‘n-roll ook wel gemaakt voor jonge
mensen.

enola: Misschien wel, maar de mensen die het maken en spelen
worden ook ouder…

Finn: Ja, sommige, zoals de Rolling Stones, die zijn oud. En daar
is niks mis mee, je kunt er nog steeds goed in zijn eenmaal de
jaren beginnen op te stapelen, maar ik denk toch dat het
voornamelijk iets is dat gemaakt is om van te genieten wanneer je
jong bent. Het houdt meer steek voor jonge mensen.
Ik hou er ook nog steeds van, maar op intellectueel vlak ben ik dan
ook nog steeds een tienjarige.

Een of andere Black Sabbath-grap

enola: Bij veel bands merk je dat met de jaren ook de muziek
gaat veranderen, terwijl the PUSA na al die jaren nog steeds
ongeveer hetzelfde klinken. Zijn jullie nooit bang dat het voorbij
zal zijn voor wat jullie doen?
Finn: Dat is goed
mogelijk. Maar mocht het voor ons volgend jaar gedaan zijn, dan
zouden wij best wel tevreden zijn met wat we gehad hebben. We
had a nice long run, you know.

Anderzijds hebben we ook het gevoel dat ons geluid, waarin je
trouwens gelijk hebt, bitter weinig is veranderd over de jaren,
altijd al ons geluid is geweest. Dit is wat we doen en we doen het
voor mensen die het leuk vinden.
Wij staan niet meer in al die glossy boekjes (toont een
exemplaar van Spin-magazine
). In de jaren negentig stonden we
daar natuurlijk wel in, maar niet omdat we leken op Pearl Jam of No
Doubt of zoiets. Ok, we hadden enkele hits en dan komt de
platenfirma daar wat geld tegenaan gooien en komt er heel wat bij
kijken. Maar zelfs toen deden we ons eigen ding. Wat we nu doen
lijkt ons veel logischer. Wij spelen waar we van houden; er is de
zaal met daarin een publiek. En uiteindelijk is het hetzelfde, daar
staan ook jonge snaken met “Killers”-T-shirts en … (kijkt
ietwat verdwaasd rond)
What’s my point again?
Welja, we stonden altijd al een beetje naast dat wat hip en cool
was, dus we kunnen ook nooit echt meer uit de mode geraken dan we
al waren. Maar goed, mocht het voor ons na de volgende plaat gedaan
zijn, dan is dat maar zo.

enola: Sommigen onder jullie hebben wel andere dingen
geprobeerd als ik me niet vergis. Zo las ik iets over een
samenwerking met Sir Mixalot.

Finn: (lacht luid) Weet je, de meeste journalisten die
dingen vroegen over de Mixalot-band hebben we nooit echt serieuze
antwoorden gegeven, omdat het ook nooit echt serieus was. Mixalot
woont ook in Seattle en het leek ons wel eens grappig iets samen te
doen. We hebben samen een vijftiental optredens gedaan in het
noorden van de VS en ooit zelfs wat opgenomen, hoewel dat nooit
voor een plaat bedoeld is geweest en niks daarvan ooit is
afgewerkt. Het was een hilarisch project en wanneer we Mixalot
tegenkomen praten we er nog wel eens over, maar daar blijft het dan
ook bij.

enola: Een echt project is het dus nooit
geweest.

Finn: Nee hoor, het was leuk als grap, maar het zou een slecht idee
geweest zijn om er iets serieus van te maken.

enola: Uiteindelijk is het meeste wat jullie doen niet veel
meer dan wat plezier maken…

Finn: Dat is ook waar, maar enkel omdat iets grappig is, betekent
het nog niet dat het een goed idee is (lacht). Ik kan je verzekeren
dat een plaat opnemen een slecht idee was geweest.

enola: Ik kan me er uiteindelijk weinig bij voorstellen, want
ik heb er nergens iets van terug gevonden.
Finn: Het
was nogal onnozel. Eigenlijk lachten we vooral met verschillende
genres. Zo zat er een groot stuk funk tussen en deden we ook een of
andere Black Sabbath-grap. Ik denk dat er wel ergens iets van
online moet staan. Althans dat beweert Chris (Ballew, zanger
nvdr.
), ik heb er zelf nog nooit iets van gevonden. Misschien
moet ik er zelf maar eens wat opzwieren.

enola: Hebben jullie na al dat afwisselend kind spelen en
volwassen zijn zelf nog tijd om de ontwikkelingen in de
muziekwereld te volgen?

Finn: Ik hou wel van de hedendaagse rockscene. Ik luister naar Bloc
Party, Cold War Kids en Arctic Monkeys, zoals iedereen een beetje,
en ik koop wel nog cd’s en zo, maar uiteindelijk merk ik toch dat
ik ze veel minder beluister dan toen ik zelf nog in mijn twintiger
jaren was. Ik heb niet het gevoel dat ik de dingen moet bijhouden.
Ik luister gewoon graag naar muziek. Ik hou er wel van mijn Ipod
draaiende te houden.

enola: Over Ipods gesproken, hoe staan jullie tegenover de
downloadcultuur van vandaag?

Finn: We zitten er midden in hé. Ook ons album was al geruime tijd
voor de officiële releasedatum gelekt op verschillende
downloadsites. Maar goed, cd’s kosten ook te veel geld. Ons nieuw
album wordt verkocht voor en na de optredens voor hoeveel? €15? Dat
is veel te veel! Was ik jonger geweest dan zou ik waarschijnlijk
ook links en rechts wat downloaden. In onze tijd namen we ook al
alles op op cassettes.

These Are The Good Times People‘ is uitgegeven bij
V2.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 13 =