V.O. :: ”Bij een liveconcert heb je welgeteld een kans om je publiek te overtuigen”

Grote kans dat het Belgische V.O. u, argeloze luisteraar, op Dour van de sokken blaast: de groep rond muzikale duizendpoot Boris Gronemberger speelt intimistische, akoestische luisterparels aan het ene eind van de regenboog en prachtige, haast klassiek gearrangeerde, ietwat jazzy muziek aan de andere kant. Hét snoepje van deze zomer dus, en hopelijk van nog vele, eindeloos lange zomers.

Om het met Gronemberger over zijn ontmoeting met Portishead, zijn jeugdhelden, zijn liefde voor jazz en zijn voorkeur voor de studio te hebben, drukten we bijgevolg maar al te graag op het record-knopje van onze dictafoon.

enola: Je drumt bij Raymondo, je speelt gitaar bij Francoiz Breut, je speelt mee bij Soy Un Caballo en je hebt nu al jaren een eigen project met V.O. Was de behoefte om je eigen songs te schrijven de reden voor het oprichten van V.O.?
Gronemberger:"In het begin, toen V.O. in 2000 werd opgericht, was het om op een klein festival met de naam first step and for surround in Louvan-La-Neuve te spelen. Ik had toen een band waar al enkele leden van V.O. inzaten, maar de organisator vroeg me expliciet om iets solo te doen. Ik heb toen zes of zeven songs voor dat festivaloptreden geschreven en ja, dat beviel me wel. Ik heb toen, via KRAAK, mijn toenmalig platenlabel, in datzelfde jaar ook een Carte Blanche-optreden op Pukkelpop gedaan en zo is de bal aan het rollen gegaan. V.O. heeft door mijn betrokkenheid bij die andere groepjes dan enkele jaren stil gelegen, maar in 2005 kon ik de draad weer opnemen. Dus ja, ik zie V.O. echt wel als mijn project.

enola: Is het soms geen lichtjes schizofrene situatie: het ene moment speel je als drummer of gitarist mee in andere groepjes en dan sta je weer met je eigen band op de planken? Heb je geen last van aanpassingsproblemen?
Gronemberger:"Neen. (lacht) Je moet weten: ik ben afkomstig van de Ardennen en daar switchte ik al tussen drums, gitaar en keyboards in de drie lokale groepjes die mijn streek rijk was; dus voor mij voelt dat heel natuurlijk aan. Ik krijg wel aanpassingsproblemen als ik met twee of drie bands op een en dezelfde avond moet optreden."

enola: Wat is eigenlijk je favoriete instrument: gitaar, keyboard of drum?
Gronemberger:"Dat hangt er een beetje van af. Maar ik denk toch dat mijn favoriete instrument het drumstel is."

enola: Je maakte ook de muziek bij de Franse film Fears of the Dark uit 2007. Wil je in de toekomst meer meewerken aan films?
Gronemberger:"Oh, absoluut. Ik heb ook vijf jaar lang de muziek bij de voorstellingen van een klein Brussels dansgezelschap verzorgd en dat is iets wat ik heel graag doe. Ik zou maar wat graag meer soundtracks maken."

enola: Niet iedereen weet het, maar V.O. staat voor Version Originale: de aanduiding bij filmvoorstellingen dat de prent niet in een andere taal is nagesynchroniseerd. Ben je een filmfanaat?
Gronemberger:"Zeker weten. Je wilt een lievelingsfilm weten? Oei. (lacht) De laatste die ik in de bioscoop gezien heb was Inland Empire van David Lynch."

enola: Wat is je favoriete soundtrack?
Gronemberger:"Alles van Ennio Morricone, met uitzondering van The Mission dan. Ik hou vooral van zijn westernscores. Waar ik ook gek van be,n is de soundtrack die Neil Young maakte voor de film Dead Man van Jim Jarmusch."

enola: Wat was totnogtoe je persoonlijk hoogtepunt bij V.O.? Is het live spelen, bijvoorbeeld de voorprogramma’s die je verzorgde bij het concert van Sonic Youth in de AB in 2000 en, recenter, het voorprogramma spelen bij Girls in Hawaii, of zit je hoogtepunt eerder in het studiowerk: proberen de perfecte plaat op te nemen?
Gronemberger:"Ik verkies toch de studio, omdat ik heel graag componeer. Het is bijna een spel voor mij. Wat niet wegneemt dat ik heel graag live speel hoor."

enola: Ja, je had een kamerbrede lach bij je concert op Les Nuits Botaniques dit jaar.
Gronemberger:"Tja, ik kan niet ontkennen dat ik live spelen ergens wel leuk vind: je staat daar samen met een stel goede vrienden te musiceren. Langs de andere kant kan ik niet goed tegen de stress, en ook niet tegen het idee dat je live maar één kans hebt om je publiek te overtuigen. In de studio kan je meerdere takes opnemen, heb je eigenlijk altijd een tweede kans."

enola: Sinds 2004 speelt je broer mee bij V.O. Hoe valt dat mee?
Gronemberger:"Zeer goed. Maar die samenwerking is niet nieuw hoor: we spelen al zo’n slordige 16 jaar samen, hij zat ook in een van mijn vorige bands. We wonen zelfs samen: we hebben een huis met ieder een appartement. Of ik dan een goede band met mijn broer heb? Zeker, hoewel ruzies met mijn broer me ook niet vreemd zijn: in feite is hij de persoon met wie ik het meest ruzie maak. (lacht) Net omdat hij mijn broer is natuurlijk. Anderzijds kan ik het gemakkelijkst met mijn broer praten, omdat we elkaar zo goed kennen."

enola: Ik heb wat recensies over je twee platen opgezocht en daar stond behoorlijk wat namedropping in: voor de debuut-ep van V.O. verwijzen de heren critici naar Jim O’ Rourke en The Sea and Cake, namen als Tortoise, Lambchop, Low; Red House Painters en Sam Prekop vallen bij V.O.’s eerste volledige cd Pictures, en bij de recensies van Obstacles las ik referenties aan Brian Wilson en zelfs Radiohead. Ga je akkoord met al die namen?
Gronemberger:"Radiohead herken ik niet zo onmiddellijk in onze muziek, hoewel ik het een heel goede groep vind. Maar de andere namen kloppen wel. Het zijn allemaal bands waar ik zelf naar luister en die ik heel goed vind."

enola: De meeste critici vinden de eerste plaat meer jazzy dan de tweede. Ben je het daarmee eens? Denk je dat er een evolutie in de platen van V.O. zit?
Gronemberger:"Mja. Voor mij ligt het grootste verschil tussen de eerste en de tweede plaat erin dat de eerste plaat eigenlijk een verzameling songs betreft die ik over vijf jaar gecomponeerd heb, terwijl de tijd die ik had om de nummers voor Obstacles te componeren en op te nemen gelimiteerd was. Het grote voordeel is wel dat Obstacles veel coherenter klinkt dan Pictures. Er zit ook een verschil in de opnamekwaliteit: Pictures heb ik thuis opgenomen, Obstacles in een studio, en dat verschil hoor je wel."

enola: Wat me opvalt aan Obstacles is hoe mooi de arrangementen voor de koper- en houtblazers zijn. "Die moet een degelijke muzikale opleiding hebben gevolgd", dacht ik.
Gronemberger:"Klopt. Ik heb drie jaar aan de jazzstudio in Antwerpen gestudeerd en daar leren ze je wel arrangementen schrijven. Niet voor elk instrument, maar zeker voor blazers."

enola: Hoe ben je gebeten geraakt door de jazzmicrobe?
Gronemberger:"Mijn vader houdt erg veel van jazz, dus ik ben grootgebracht met die muziek. Ik heb aan de jazzstudio gitaar gestudeerd en nu heb ik erg veel spijt dat ik die opleiding niet eveneens voor drum gevolgd heb. Die typische drumsolo’s van echte jazzdrummers kan ik bijvoorbeeld niet spelen. Pas op, ik ben heel blij dat ik een fatsoenlijke manier heb geleerd om die blazerarrangementen te componeren en ik drum nog altijd zeer graag. Vorige week heb ik nog gedrumd bij enkele jazzmuzikanten waar ik enorm naar opkeek toen ik nog aan de jazzstudio zat. Dat is toch altijd een ervaring: je jeugdhelden in levende lijve te mogen ontmoeten."

enola: Hoe benader jij jeugdidolen: zie je hen nog steeds als fan of kan je hen na al die tijd als normale mensen beschouwen?
Gronemberger:"Allebei. Ik heb bijvoorbeeld onlangs Jim White ontmoet, een drummer waar ik al jaren naar opkijk, en in het begin denk je dan wel iets in de trant van "My God, ik ga één van mijn helden ontmoeten", maar al snel blijkt dat het ook maar normale mensen zijn. Nog een beter voorbeeld: vorig jaar in december hebben we met Francois Breut het voorprogramma van Portishead gespeeld, en hen te mogen ontmoeten was echt wel tof. John Parish is ook al naar een van onze optredens komen kijken. Twee jaar geleden speelden we namelijk een show in Bristol, en nadien kwamen zowel Parish als de gitarist van Portishead ons feliciteren. Dan straal je natuurlijk, als je positieve feedback krijgt van mensen die je echt bewondert. Ze zaten dan ook nog eens op de eerste rij, dus ik had tijdens het concert zelf niet door dat ze in het publiek zaten. Maar inderdaad, zulke mensen ontmoeten is een heel aangename ervaring."

enola: Zit er ook een evolutie in je muzikale smaak? Kan je bijvoorbeeld een band noemen wiens platen je vroeger grijs draaide maar waar je nu nooit meer naar luistert?
Gronemberger:"Goh, even denken. Swervedriver is zo’n groep. Of beter nog: The Pale Saints: ik hou nog altijd van hun songs, maar ik vind hun sound hopeloos verouderd."

enola: Wat zijn je drie favoriete nummers op Obstacles en waarom?
Gronemberger:"Mijn persoonlijke favoriet is "Those Things in the Box" omdat het heel dicht bij het geluid ligt dat ik uiteindelijk wil maken. Ik hou ook erg veel van "Constant Changes" en "Be With Me", dat laatste voornamelijk omdat het zo simpel is, vergeleken met de rest van de plaat: gewoon een akoestische gitaar en mijn stem, that’s it."

enola: Slotvraag: wat is je grootste ambitie met V.O., wat wil je nog bereiken?
Gronemberger:"Gewoon, goede platen blijven maken. Buiten België spelen zegt me ook wel wat. Weet je, ik hoef niet per se buitengewoon beroemd te zijn; ik ben al tevreden als ik zou kunnen toeren in Europa, misschien Amerika. Met Francois Breut hebben we een tournee in Australië gedaan en het was echt fijn te merken dat we een heel dicht contact met het publiek hadden. Dus ja, dat zou fijn zijn: met V.O., met mijn eigen songs dus, datzelfde dichte contact met een buitenlands publiek ervaren. Weet je, ik hoef niet zo nodig als headliner in de AB geprogrammeerd te staan. Begrijp me niet verkeerd: het zou reuze zijn als het effectief zou gebeuren, maar ik ben ook gelukkig als ik gewoon rustig verder aan de weg kan blijven timmeren, zoals nu het geval is."

enola: Je hebt duidelijk geen last van kapsones.
Gronemberger:"Nah, dat heeft nu eens geen enkele zin."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 17 =