tunng + Cafeneon + This Is The Kid


Botanique, Brussel, 7 mei 2008

Op zo’n zonnige dag zoals Brussel ze in deze tijden van global
warming wel vaker heeft gekend de laatste jaren, is het altijd
heerlijk toeven in en rond de Botanische tuinen. Helemaal af is het
tijdens Les Nuits Botaniques, nog steeds ons favoriete
lentefestival. Gisteren vrijdag werden naast topper Jamie Liddell
in de festivaltent ook de Britse elektrofolkkameleons van Tunng
verwelkomd. De protégés van Doves headlineden die avond in de
Orangerie. Maar eerst was het de beurt aan This Is The Kid en
Cafeneon.

This Is The Kid had nog het meest weg van Kings Of
Convenience of de Alanis Morissette die we niet willen kennen
(‘Jagged Little Pill’ vonden we namelijk wel nog oké), zong een
groot halfuur de vermoeidheid lang niet uit onze diepste vezels, en
zal zelfs de banlieues van thuisstad Parijs nooit halen. Wij denken
niet dat iemand 24 uur geleden in de Orangerie aanwezig zich het
wat frêle zangeresje en haar sidekick volgende week nog voor de
geest kan halen.

Ook de herinnering aan de Brusselse band Cafeneon
is geen lang leven beschoren. Franstalige indie is al niet erg
wijdverspreid, en meestal hebben zulke dingen wel een reden. Niet
dat het doorlopend tegendraads klonk, maar het doel ging toch wat
aan ons voorbij. Soit, de jongens amuseerden zich kostelijk, de zon
scheen en de drank was niet al te lauw, de aanzet tot Tunng kon ook
slechter.

Tunng dus, het soort band dat kruist tussen een
alternatieve hoogmis op Dour en de Poolse inzending op het
Songfestival in 1984, dat goed fout en fout goed kan zijn, en dat
gisteren in Brussel stond om nieuweling ‘Good Arrows’ te promoten.
Helaas hadden wij het gevoel dat de betere pijlen verschoten waren
op debuut ‘Mother’s Daughter and Other Songs’ en – zij het al wat
minder – op opvolger ‘Comments of the Innner Chorus’.

Van bij aanvang werd de zon meteen bezongen, een motief bij de
band. De eerste paar nummers werden nog uit de oudere albums geput
(we onthouden een sterk ‘Bodies’, nog zo’n motief), daarna werd
duidelijk dat het nieuwere werk minder sfeerbevorderend was. Het
stromend water-geluidje dat door elk nummer trekt als is het een
verplichting vanaf een band zich het folklabel laat aanmeten, deed
ons aan de watersnood in Oeganda denken, en het was niet voor het
laatst dat we angsten voor honger, dorst, slaaptekort en andere
ellende oprakelden. Ook de zaal leek niet meteen enthousiast, enkel
bij songs die aangekondigd werden als ‘this one is about mudering
somebody’ ging de aandacht even naar wat on stage gebeurde. Het
absolute dieptepunt werd bereikt met het debiteren van een – naar
eigen zeggen – nummer dat wat tussen Metallica en Slayer moest
zweven. Wij hebben niks tegen geestige knipogen, maar als je dan
wat brengt dat een flauw afkooksel is van wat Guns’N Roses met
‘Sweet Child O’Mine’ gedaan hebben, ondersteund door 65dos lawijt,
dan weten wij dat het tijd is om te vertrekken.

Tunng is een geestig bandje om een uurtje zacht te spelen bij een
zonsondergang in een leuk parkje, maar langer dan dat wordt het
ronduit vervelend. We wensen de jongens en meisjes wat meer
inspiratie en variatie toe bij het werken aan een opvolger van
‘Good Arrows’, en willen de band dan gerust nog eens terugzien.
Maar eventjes, niet te lang, en niet te luid. Onze metal,
James!


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − veertien =