The Kooks :: 18 april 2008, AB

Als een raket omhoogschieten: het is niet alleen een accurate omschrijving voor de carrière van The Kooks, maar evengoed voor de temperatuur tijdens hun zaalconcerten. Zonder veel moeite immers, kluistert het viertal een uitverkochte AB aan de lippen.

En hoe gaat het er aan toe in de AB, daags na Domino? Gewoontjes, zo blijkt. Weg zijn het rode doek aan de ingang, de fijne stand met boeken en platen en de DJ-boot waar bij momenten de vreemdste muziek te horen viel. Ook muzikaal kan het contrast bijna niet groter zijn: daags na afloop van de speurtocht naar fijne, nieuwe muziek in de marge, staan The Kooks op het podium van de AB, met fijne muziek, toegankelijk voor het hele gezin.

Bijna dag op dag twee jaar geleden maakte de band zijn debuut op een Belgisch podium. In de Botanique was dat, in de even kleine als gezellige Rotonde. Debuut Inside In/Inside Out was nog fonkelnieuw, in het thuisland begon een hype te borrelen en ook hier leek elektriciteit in de lucht te hangen. En sindsdien ging het de groep absoluut voor de wind: deze zomer staan The Kooks bijvoorbeeld voor de derde maal op rij op de grootste zomerfestivals en de aandachtige festivalganger zal het opgevallen zijn dat de plaats op de affiche elke keer beter wordt, wat van bijvoorbeeld een R.E.M. of een Metallica niet meer gezegd kan worden.

Maar eerst nog een zaalshow en die is op het griezelige af perfect. Door bij aftrap het doek écht te laten opengaan, kan het met opener “Always Where I Need To Be” alvast niet stuk, zoals te horen valt aan het véélkoppig publiekskoor dat het “Do dodo do” refrein luidkeels meezingt.

Wat volgt is een grasduinen door het debuut en de zopas verschenen opvolger Konk en daarbij wordt nog maar eens duidelijk dat The Kooks een band is die én goede songs schrijft én een heel breed publiek aantrekt. Op het eerste zicht lijken deze elkaar niet in de weg te staan, maar met de uitvoeringen van de songs lijkt een en ander niet helemaal te kloppen. De bevlogenheid lijkt bij momenten weg te zijn: elke beweging van frontman Luke Pritchard wordt immers op gejoel onthaald en het maakt zodoende niet echt meer uit of een goed nummer aan de grondslag van die beweging ligt.

Bovendien doet gitarist Hugh Harris geen moeite zijn verveling te verbergen tijdens “Ooh La”. Gelukkig wordt het de man wel vergund om in “Matchbox” sologewijs buiten de lijntjes te kleuren, zij het voorzichtig. Ook in “Sway” mag het wat meer zijn en vliegen de ingenieuze hooks je om de oren en breekt de groep bij momenten uit het popkeurslijf. En met “Time Awaits” wordt het publiek verder dan ooit van de kant-en-klaarpop weggelokt: met zijn ingenieuze tempowissels en het aloude spel van aantrekken en afstoten, is het nummer zondermeer een van de hoogtepunten van het concert.

“Do You Wanna” zet de spurt naar de finale in en gunt The Kooks een klein Franz Ferdinand-moment, en dan gaat het niet per se over de titel van het nummer, maar over de reactie van het publiek op de hoekige, dansbare ritmes. Het uitgelezen moment voor Pritchard om zijn functie als frontman ten volle uit te spelen en, met de onverbloemde boodschap van het nummer in het achterhoofd, contact te maken met de maagden op de eerste rij.

Wanneer Pritchard zich in het afsluitende “Safe Song” door het ondertussen zowat euforische publiek op handen laat dragen, worden de kleren hem letterlijk van het lijf getrokken. Jep, dit bandje is groot geworden. Misschien niet op een manier die lang vol te houden is, maar zolang de hele waanzin de leuke deunen en het brengen van onderhoudende concerten niet in de weg staat: waarom ook niet?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 − 2 =