The Presidents of the USA + Kid Carpet + Electric Eel Shock

Een week mooi weer, daar houden wij van. Vooral als dat weekje
afgesloten word met een “gecensureerde” regendag waarop uitgerekend
wij naar Brussel trekken voor een interview en een avondje
pret-rock’n’roll. Echt in de stemming waren we dus nog niet bij het
betreden van de Orangerie. Maar goed, het zou niet om een
PUSA-avondje gegaan zijn moest daar niet al heel snel een mouw aan
gepast worden.

Van het eerste voorprogramma, dat vreemd genoeg na het tweede
terugkwam, hadden wij eerlijk gezegd nog nooit gehoord. Wat ook
niet hoeft te verwonderen als we erbij vertellen dat Kid
Carpet
eigenlijk een of andere loser uit Bristol is die
met allerhande elektronica en speelgoedinstrumenten liedjes maakt
over zijn bestaan als loser. ‘s Mans verschijning doet nog het
meest denken aan een kruising tussen Sid Vicious en Eminem met een
medaille gewonnen op een wedstrijd voor losers. Veel woorden voor
wat Kid Carpet in elkaar knutselt bestaan er niet, maar als het dan
toch moet, zouden we hem beschrijven als een samenwerking tussen
Stijn en Mambo Kurt, flink overgoten met een Brits accent. Onnozel,
maar funny as hell, of zoals hij het zelf beschreef “Je m’apelle
Kid Carpet, et je suis Rock’n’roll”. Paarse speelgoedgitaartjes,
silly samples, speelgoedradiootjes of vernukkelde sensorgitaar, je
kan het zo gek niet bedenken of de man had het bij. Wij zijn fan,
en u ziet hem gegarandeerd ooit wel nog eens passeren op een of
ander festivalletje. Meer dan u dwingen eens halt te houden, kunnen
we u niet aanraden. De rest komt vanzelf!

Dat van dat aanraden is iets waar we bij Electric Eel
Shock,
u weet wel die band die telkens weer opduikt
wanneer je Eels googlet, al twee keer zouden moeten over nadenken.
Electric Eel Shock zijn namelijk drie Japanners die naar eigen
zeggen heavy metal spelen. Een grappig gegeven hoor ik u denken,
maar veel meer dan wat slappe riffs en een medley van zowat alle
bekende intro’s die u in het grote handboek der zwale metalen zult
aantreffen, hoeft u er niet van te verwachten. Oké, Japanners die
liever ergens in de VS geboren waren en zich dan maar zo gaan
gedragen zijn altijd wel een beetje grappig. Maar na 10 keer
“Bastard” roepen is de mop van het vreemde accent er wel
een beetje af. De nummers zelf konden (en waren dat waarschijnlijk
ook) geschreven zijn door een 10-jarige die net zijn eerste
elektrisch gitaartje gekregen had van de Sint. Velen vonden het
grappig en wij zijn helemaal geen zuurpruimen, maar als we er niet
mee kunnen lachen hebben, moet dat ook gezegd worden.

Wij waren tijdens Electric Eel Shock al volledig met onze gedachten
bij the PUSA, maar dat was buiten Kid Carpet gerekend die nog eens
een kwartiertje mocht terugkeren voor een ondertussen net niet
propvolle zaal. Zoals de vroege vogels die hem voor Electric Eel
Shock aan het werk hadden gezien konden vermoeden, kreeg de Brit
ook dit keer het hele publiek op zijn duim.

Na nog maar eens een kwartiertje knotsgekke elektronische
speelgoeddeuntjes was het dan eindelijk tijd voor het hoogtepunt
van de avond. Al van bij opener ‘Tiki Lounge God’ werd duidelijk
dat The Presidents of the United States ondanks de
vrouwen en kinderen nog maar weinig van hun pluimen verloren
hebben. Eenmaal op een podium veranderen de heren opnieuw in hun
puberale zelf en overspoelen ze het publiek met die frisse
punk-rock-‘n-roll die ook wij nog verdacht goed konden meebrullen.
Bijna alle klassiekers (en dat zijn er meer dan u op het eerste
zicht zou denken) passeerden de revue en daar hoefden de heren nog
niet eens lang voor aan hun playlist te prutsen. Met
publieksjenners als ‘Mach 5’, ‘Peaches’ en ‘Kick out the Jams’
achter de hand, keek zelfs niemand vreemd op dat PUSA-fans favoriet
‘Kitty’ (en ja hoor, ook de Botanique miauwde mee) en wereldhit
‘Lump’ al relatief vroeg in de set voorkwamen. Reken daar dan nog
eens enkele publiekslievelingen als ‘Dune Buggy’ en ‘Back Porch’
bij en een mens zou al gaan twijfelen of die nieuwe cd eigenlijk
nog ergens voor nodig was. Niet dat ‘These are the Good Times
People’ niet aan bod is gekomen. Wanneer je songs gemiddeld maar
een kleine 3 minuten duren, is het niet verwonderlijk dat tussen al
dat meezinggeweld met gemak nog een halve nieuwe plaat kan gespeeld
worden, die trouwens ook al snel door de halve zaal bleek
meegebruld. Na een magistrale ‘Kick out the Jams’ (met danspasjes!)
kwam het einde dan ook veel sneller dan verwacht. Gelukkig zat ook
het bisgedeelte nog eens propvol met PUSA-klassiekers. Zo waren we
al bijna vergeten dat the PUSA ooit eens Plastic Bertrand opnieuw
hip maakten met hun ‘ça Plaine pour Moi’-cover en dat zij het waren
die uit ‘Video Killed the Radiostar’ haalden wat er inzat. De
conclusie van ‘We’re Not Gonna Make It’ (“we finally made it”)
kunnen we dan ook niet minder dan een terechte opmerking noemen.
Muziek hoeft niet altijd gewichtig te zijn om goed te zijn (denk
aan Kid Carpet), maar wat the PUSA uit hun 2- en 3-snarige gitaren
toveren kan nog steeds met niet minder dan ‘dolle pret’ beschreven
worden. Schandalig dat u niet op het feestje aanwezig was
eigenlijk!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 − 4 =