Maninkari :: Le Diable Avec Ses Chevaux

Eind achttiende, begin negentiende eeuw werd het dandyisme langzaam maar zeker tot een kunst verheven. De in essentie snobistische en aristocratische levenswijze had de esthetiek hoog in het vaandel en beschouwde het eigen leven en in het bijzonder de eigen levenswandel als een kunstwerk.

In de moderne tijd wordt het dandyisme nu en dan nog eens opgepikt door kunstenaars of muzikanten, in het bijzonder doordat illustere figuren als Oscar Wilde en Charles Baudelaire tot de bekendste dandy’s gerekend kunnen worden. Dandyisme is evenwel veel meer dan de loutere vormelementen, in het bijzonder omdat de meeste rocksterren vooral met het zwaarmoedige decadentisme willen flirten maar daar schromelijk in falen.

Op Le Diable Avec Ses Chevaux weet het Parijse duo Olivier en Frédéric Charlot echter treffend het gevoel op te roepen dat ook in Joris-Karl Huysmans beruchte romans À Rebours en Là-bas terug te vinden is. Bewust of onbewust creëert Le Diable Avec Ses Chevaux een sfeer van onbehagen en decadente vervreemding. De spaarzame informatie bij het album — niet veel meer dan de naam van de auteurs, songtitels en gebruikte instrumenten — draagt hier verder toe bij. De dubbel-cd laat zich niet zomaar kennen.

Het gros van de nummers overschrijdt moeiteloos de zes minuten en flirt meer dan eens met de tien minutengrens. Geen wonder dus dat er van songs in de klassieke zin nauwelijks sprake kan zijn. Veeleer dienen de verschillende nummers als sfeerstukken en klassieke composities binnen een minimale setting beschouwd te worden. De sfeerschepping nodigt uit tot een lange luisterbeurt waarbij beide cd’s in één ruk uitgehoord worden, maar gelukkig staan de songs op zichzelf ook hun mannetje, niet in het minst doordat ze intern danig van elkaar durven te verschillen.

Waar het ene nummer zich als een lang en slepend klaaglied aandient (“Participation Mystic, Pt. 1” & “Participation Mystic, Pt. 2”) is er bij andere songs sprake van een ongetemde élan vital (“Crossing The Echo”, “Construit Sur Une Echelle Poussiere”). Nu eens klinkt de groep als een kunstzinnigere variant van Einstürzende Neubauten (het rammelende “Vol De Nuit”), dan laat hij weer een klassiekere toets horen (het uit pianomelodieën opgebouwde en toepasselijk getitelde “Opening Piano” en “Une Malaise d’Ivresse”). Het tribale “Ota” vormt dan weer een mooie inleiding/voorbereiding op het complexe “Une Pièce Rochesse” dat als sluitstuk van het album alle facetten van de groep wil laten horen.

En waar bij “Une Impasse Dans La Lumiere” het tribale van “Ota” gekoppeld wordt aan voortschuifelende viooldrones en onbestemde keyboardklanken, krijgen de onbeheerste drumpatronen van “Vol De Nuit” opvolging in “Passage De Mystère Et Du L’Autre”. Het nummer legt zich evenwel niet neer bij deze omschrijving en verandert na een viertal minuten volledig van toon door louter voor geluidstapijten te kiezen. Pas na de tiende minuut worden de verschillende instrumenten herenigd voor de muzikale omlijsting bij een occult ritueel.

Net zoals in de boeken van Huysmans verhaal en plot ondergeschikt zijn aan de beschrijvingen en sfeerschepping, hebben elementen als songstructuur en opbouw een minieme inbreng in de songs van Maninkari. Het duo geeft op zijn debuut een geheel eigen en moderne invulling aan begrippen als decadentie en dandyisme. Le Diable Avec Ses Chevaux maakt de beloftes van de eerder uitgebrachte e.p. Psychoide / Participation Mystic (met remixes van Scanner en Jesu) meer dan waar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =