La León




85 min. / Argentinië /
2007

Er zijn niet veel dingen waar ik nostalgisch over kan doen – het
kapsel van Phil Kevin anno 1989 en mevrouwtje Theelepel
uitgezonderd – maar één ding dat ik me altijd zal blijven
herinneren, is een vistochtje met mijn grootvader, ergens in de
nevelen van de jaren tachtig. Vier uur lang naar een dobber zitten
staren, enkel onderbroken door een stilletjes gegrold “rustgevend,
hè jongen” van de zijde van mijn grijsharige voorvader, waarna hij
naar huis ging met een tiental dode vissen en ik met ongeveer tien
keer dat aantal aan muggebeten. Wat me er voornamelijk van
bijblijft, is de totale lethargie die zich van me meester maakte,
ongeveer halverwege. Het gevoel van overgave waar je uiteindelijk
aan toegeeft, onder het motto: “er is hier al in uren nog niks
gebeurd, er zàl ook niks gebeuren, dus laat ik het gewoon
uitzitten”. Erg zen, die ervaring, Ingeborg zou er vast gek op
zijn. Identiek diezelfde gedachte kwam bij me op ergens halverwege
‘La León’: er is nog niks gebeurd, er zàl ook niks gebeuren, dus
laat ik het gewoon uitzitten. Debuterend regisseur Santiago Otheguy
heeft hier een film gemaakt die zijn minimalisme zo ver drijft, dat
er nauwelijks nog iets overblijft – louter wat basisstof voor een
pretentieuze analyse (en maak je vooral geen zorgen, er vàlt wat af
te analyseren als je daar zin in hebt; alleen gaf de film zelf me
daar maar weinig zin in). Laat ons hopen dat de onvermijdelijke
thesis die iemand ooit over dit werkstukje zal schrijven boeiender
is dan de prent zelf.

Het verhaal speelt zich af in de Panarà Delta, in het noorden
van Argentinië – een geïsoleerde miniatuur-samenleving waar
iedereen elkaar kent en buitenstaanders haast automatisch met een
scheef oog worden bekeken. De locals verdienen hun kost
door de handel in wat de natuur hen voorhanden heeft gegeven: riet,
vissen en hout. Onder hen bevindt zich Alvaro (Jorge Román), een
jonge man die anders is dan de anderen. Hij geeft geen moer om z’n
visboot, die hij tot afgrijzen van de mensen in de buurt laat
vermolmen. Hij houdt van boeken, die door de anderen wellicht nooit
gelezen worden, en hij wordt ook nooit gezien met een meisje.
Vooral El Turu, de schipper die met zijn boot, La León, de mensen
via de rivier vervoert, heeft zwaar de pik op Alvaro. Zijn
pesterijen worden steeds minder subtiel, maar een schalkse blik
onder de gemeenschappelijke douche maakt al snel duidelijk waar El
Turu’s probleem precies zit.

Op zichzelf bekeken is dat best nog wel een boeiend verhaal.
Otheguy heeft het hier in feite over isolatie in al zijn vormen:
Alvaro voelt zich geïsoleerd omdat hij – voor zover hij zelf weet –
de enige homoseksueel is in een gemeenschap van stoere heteromannen
die de hele dag zwaar fysiek werk leveren en ‘s avonds in het café
en thuis stoer en heteroseksueel staan te wezen. Dat isolement
wordt door zijn omgeving alleen maar echt gevoed door El Turu (de
andere mensen weten niets van zijn geaardheid af, of het kan hen
niets schelen), maar het is genoeg om Alvaro onder zware druk te
zetten. En dat isolement wordt dan weerspiegeld in de afzondering
van het dorpje zelf: een trip naar de dichtsbijzijnde stad is
meteen een hele onderneming, die alleen maar mogelijk is via de
boot van El Turu. Over het water en tussen het riet wonen de mensen
in woningen die zodanig primitief zijn dat je je op z’n best in de
negentiende eeuw waant (of zelfs zo recent niet). Aan het eind van
de dag kruipt iedereen hetzelfde café binnen, omdat er gewoon niets
anders te doen is. De natuur isoleert – zowel de fysieke natuur die
we om ons heen zien, met de rivier, de bomen en het riet, als onze
innerlijke natuur, met ons karakter en onze seksualiteit.

Da’s best een mooie metafoor, maar metaforen zijn erg
tricky om een film op te baseren. Soms kan het lukken –
het beroemdste voorbeeld dat mij te binnen schiet, is Stanley
Kubricks ‘2001’, ook een film die niet vertrok vanuit een plot of
personages, maar vanuit een algemeen thema en een beeldspraak die
dan aanleiding gaf tot de rest van de film. Maar goed, dat soort
voorbeelden zijn zeldzaam (en ik zou trouwens ook de mensen geen
eten willen geven die zelfs ‘2001’ al een saaie film vinden).
Uiteindelijk moet je toch iets vinden waarmee je je publiek in je
film sleurt. Het is het oude cliché: give ’em a reason to
care.
In ‘La León’ vond ik zo’n reden niet. De film is haast
met een mathematische precisie in elkaar gestoken, met symmetrische
breedbeeldcomposities (in zwart-wit uiteraard, noblesse
oblige),
een camera die zelden beweegt en zeer weinig
dialogen. Otheguy ontneemt ons bijna al de gebruikelijke stimuli
die we in een film vinden: de personages zijn eerder archetypes dan
individuele personen en ze zeggen nagenoeg niks. De dramatische
conflicten zijn zeldzaam en de visuele stijl is dan wel mooi, maar
hij is op een even afstandelijke manier mooi als het gemiddelde
schilderij in een aftands museum waar enkel een dommelende suppoost
op een stoeltje zit. Je kijkt ernaar en denkt: “goh ja, mooi
gedaan”. Waarna je weer verder wandelt. Wat Otheguy ons wél geeft,
is dus z’n befaamde natuurmetafoor om zijn punt over isolement
duidelijk te maken – en hoe. ‘La León’ duurt nauwelijks 85 minuten,
maar ik schat dat pakweg 30 daarvan besteed worden aan lange shots
van het bootje dat over de rivier vaart. Af en toe laat Otheguy
zich helemaal gaan om de Michael Bay in zichzelf te laten spreken
en die shots af te wisselen met een statisch shot, gefilmd vanop
het steven van het bootje. Tintelingen van opwinding trokken door
mijn lichaam, wees daar maar zeker van.

Dat tergend trage tempo en misplaatst minimalisme zorgt ervoor
dat we er nooit in slagen om ook maar de minste empathie voor de
personages te voelen (ik had het idee dat ik tegen het einde het
riet beter kende dan de mensen). Je kunt die aanpak verdedigen,
natuurlijk – de hele film gaat over isolement, dus wordt ook de
kijker geïsoleerd van wat er zich op het scherm afspeelt. De
afgesloten gemeenschap van de Paranà Delta houdt niet van
buitenstaanders, inclusief het publiek. Da’s een redelijke
argumentatie, maar je publiek systematisch uit je eigen film
buitensluiten is nooit een goed idee, ook niet als je het
opzettelijk doet. Bovendien zijn die personages – voor zover we dan
toch toegelaten worden in hun hersenpan – helemaal niet zo
diepzinnig of intelligent uitgewerkt als de makers ons zouden
willen doen geloven. El Turu koeioneert Alvaro omdat hij (spoiler,
spoiler!) zelf onderdrukte homoseksuele neigingen heeft –
geef deze man een eredoctoraat in de driestuiverspsychologie, en
snel een beetje!

‘La León’ is het tegenovergestelde van een publieksfilm – het is
het cinema-equivalent van een museumstuk. Het is mooi, er is
duidelijk héél lang over nagedacht en je kunt er eindeloos over
door debatteren, maar je mag er vooral niet aankomen, en als je er
te lang naar kijkt, begin je stilletjes naar de uitgang rond te
turen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 3 =