Warp vs. Lex


AB, Brussel, 8 april 2005

Boffen wij Belgen even met een muziektempel als de Ancienne
Belgique in het hartje van onze hoofdstad. De Brusselse concertzaal
eert de muzikale canon van Vlaamse chansonniers als Will Tura of
Johan Verminnen tot de meest uit de band springende experimenten
van binnen- en buitenlandse acts en alles daartussenin. Een
ambitieuze spagaat, maar evenzeer een formule die wérkt. Getuige de
publieksopkomst: de jongste jaren kan de AB indrukwekkende cijfers
voorleggen. Kortom, directeur Jari Demeulemeester en de zijnen
leveren puik werk. Met kleine festivals of muzikale reeksen poogt
de AB ook bepaalde doelgroepen aan zich te binden of muzikale
ontdekkingen te laten doen. Bijvoorbeeld met het schitterende
Domino-festival, dat ondertussen aan zijn negende editie toe is.
Domino surft in de marge van de popmuziek en houdt de vinger aan de
pols van de nieuwste hypes en trends in het ‘alternatieve’ circuit.
Naast publiekslokkers als LCD
Soundsystem
of ons eigenste Millionaire ook dit jaar dus weer
flink wat minder bekende eenden in de bijt.

Wij gaven present voor de indrukwekkende double bill Warp vs. Lex,
twee gerenommeerde labels die een thuishaven zijn voor
(hoofdzakelijk) elektronische acts. De avond begon alvast onder een
slecht gesternte. Niet alleen was de affiche al gedecapiteerd door
het wegvallen van hoofdact Prefuse
73
, ook de jongens van Subtle stuurden hun kat. Daar stonden we
dan: twee van de acts waar we het meest reikhalzend naar uitkeken
(én waar we voor betaald hadden) bleven thuis. Gelukkig stonden nog
enkele acts op het programma die we graag live eens aan het werk
zagen. De aftrap nam Fog voor zijn rekening, een jonge snaak
die inmiddels drie platen op zijn kerfstok heeft, waaronder het
kersverse ’10th Avenue Freakout’ op Lex. Zijn albums staan bol van
verwarde en rommelige slaapkamerpop met een fikse DIY-attitude. Fog
doorspekt zijn songs steevast met stoorzenders als draaitafels of
stuiterende drumcomputers en leunt daarmee nog het dichtst aan bij
de Amerikaan Why? uit de Anticon-stal. Wie zich daar weinig bij kan
voorstellen denkt maar aan de jonge Beck die jamt met Stephen Malkmus van
Pavement. Op het podium stond geen technisch begaafde band (Fog kan
bezwaarlijk een goede zanger genoemd worden), maar de lo-fi aanpak
en attitude kwam wel sympathiek over. Degelijk, maar zonder
meer.

Als pleister op de wonde voor de afwezige publiekslokker Prefuse
73, stuurde Warp hun jongste aanwinst naar Brussel. Chock
Rock
is (live) een duo dat stoeit met elektronisch mishandelde
funk. Geen cutting edge elektronica of baanbrekende vernieuwing
hier. En dat hoeft helemaal geen verwijt te zijn, Chock Rock mikt
speels en ongegeneerd op heupen en benen. De komische visuals namen
we er graag bij (“60.000.000 Chock Rock fans can’t be
wrong
“). Enkel jammer dat de funkateers het nodig vonden om
vooral luid te spelen. Misschien waren het de zenuwen of een poging
om de zaal aan het dansen te krijgen, wij vonden het vooral
storend.

Uitkijken was het naar wat Boom Bip ging doen. Op zijn
onlangs verschenen Blue Eyed in the
Red Room
laat hij hiphop voor wat het is en pakt hij uit met
poppy elektronica. En kijk, ook nu weer zette hij ons op het
verkeerde been. De dromerige sfeer van de plaat kreeg een fikse
testosteroninjectie en klonk opvallend rockgericht. Dat kon ook
moeilijk anders, want de live-formatie had de typische line-up van
een rockband: bas, gitaar, drums en keyboard. Opvallend hoe die
aanpak leidde tot een sound die bij momenten dicht aanleunde bij
die van een band als The Cure. Daarmee past Boom Bip live helemaal
in het plaatje van de retrosound waar menige rockband op dit moment
gebruik van maakt.

Voor het echte vuurwerk die avond was het wachten tot Jamie Lidell
het podium opkwam. Zoals verwacht deed hij dat in een knotsgek pak.
Waar we pas echt van opkeken, was de set die hij neerzette. Op zijn
dooie eentje stond hij achter de knoppen én de microfoon en wat de
Berlijnse weirdo daarmee uitspookte, deed onze mond enkele
centimeters openvallen. In een set die op geen enkel moment
stilviel, samplede Lidell eigen zangpartijen of ritmes die hij
beatboxte. Alles werd door de elektronische mangel gehaald en
resulteerde in een verrukkelijke mix van hortende beats, vlagen
techno en gebliep waar de prachtige soulstem van deze wonderboy
bovenuit torende. Een groot verschil met zijn overwegend
instrumentale debuutplaat op Warp maar o zo veelbelovend voor de
binnenkort te verschijnen opvolger. We zijn niet graag kwistig met
het woord, maar hier is het op zijn plaats: geniaal!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − negen =