Mis de unieke kans niet om dit flamboyante schildersportret van Derk Jarman op het grote scherm te zien (of opnieuw te zien).
De Britse beeldenstormer Derek Jarman, tekent ā net als zijn generatiegenoot Ken Russell ā voor enkele van de meest opmerkelijke portretfilms uit de recente geschiedenis (Wittgenstein, Edward II) en weet die steevast te injecteren met zijn persoonlijke, radicale stijl. Anders dan veel biopics over het leven van een beroemd personage of ā in casu ā een kunstenaar, is Jarman niet heel geĆÆnteresseerd in drama en biografische details, maar zoekt hij naar een manier om wat zijn onderwerp uniek maakt, te vertalen naar het medium film.
Voor Michelangelo Merisi da Caravaggio wil dat zeggen dat de hele film opgezet is als ƩƩn lange ode aan de visuele motieven en de vernieuwende beeldtaal van de Italiaanse schildervorst. Caravaggio, die beroemd werd om zijn gedurfd gebruik van expressief clair obscur, realistische uitbeelding van emoties en verbluffende beheersing van de lichtinval, was een figuur die als geen ander het scharniermoment belichaamde tussen de late renaissance en de krachtige retoriek van de vroege barok. Dat zijn kunst voor controverse zorgde, komt meermaals subtiel aan bod, en ook zijn turbulente leven en getroebleerde relatie met opdrachtgevers zitten duidelijk verweven in de losse vignetten die een sterk subjectieve kijk bieden op leven en werk van de artiest.
De beelden van Jarman zitten vol met referenties en symbolen, die het werk van Caravaggio proberen te vatten in filmtaal. Een van de meest briljante scĆØnes toont hoe rivaliserend kunstenaar Baglione zich ergert aan het steeds prominentere schaduwspel in het werk van zijn collega. Baglione zit in bad met een moderne typmachine en wordt geportretteerd als Marat, de Jacobijn die tijdens de Franse revolutie al badend vermoord werd en door zijn vriend Jacques Louis David geĆ«erd werd in een van de belangrijkste neoclassicistische schilderijen. Door de ideeĆ«n van de renaissance en barok te combineren met een anachronistisch element Ć©n met een referentie aan de strikte kunstregulering van de Franse academie, toont Jarman in ƩƩn enkele scĆØne niet alleen de botsing tussen twee aanleunende tijdperken, maar geeft hij ook commentaar op de tijdloosheid van Caravaggioās kunst Ć©n op de rigiditeit van de kunstcanon, die vaak hevig botste met vernieuwende concepten en visionaire figuren meestal met veel vertraging aanvaardde.
Die barokke beeldtaal, die openlijk poogt om andere kunstvormen te laten versmelten met de filmtaal, op een manier die veel meer biedt dan plaatjes die deze of gene kunstvorm illustreren en dramatiseren, leunt sterk aan bij het werk van Peter Greenaway, die gelijkaardige aspiraties verwerkt in zijn intellectuele esthetische puzzels.
Zelfs voor wie geen boodschap heeft aan de kunsttheoretische achtergronden van de film, offreert Caravaggio cinema van vaak bedwelmende schoonheid, die net als het onderwerp ideeƫn en emoties op overweldigende wijze weet te vatten in een spel van kleur, licht en schaduw.



