Eurosonic 2019 :: Opblaaslippen, aanstekerpostrock en andere sprookjesbossen

Vrijdag 18 januari

Staat er een limiet op hoeveel nieuwe muziek je kunt verwerken? Is ons bakje na twee flink gevulde dagen al vol? Integendeel! Dag Drie levert nog enkele verrassingen op en eindigt zo alweer met een mooi palmares en een Finaal Slotakkoord van Eigen Bodem.

20u15. Doopsgezinde Kerk.      De Nederlandse pianist Pieter de Graaf weet hoe hij van bij de eerste noten kippenvel kan opwekken. Met een beetje overdrijven zou je hem de Nederlandse Nils Frahm kunnen noemen, al doet hij op zijn meest virtuoze momenten denken aan de Italiaanse grootheid Ludovico Einaudi. De Graaf speelt driekwartier lang prachtige en emotionele nummers. Logisch dat enkelen in het publiek erbij gaan zitten en enkele koppeltjes dichter bij elkaar kruipen. De melancholische trip wordt nog eens versterkt door de sobere maar knappe belichting in het kerkje. Dit kan niet anders dan een van de mooiste optredens van Eurosonic 2019 zijn. Ga zeker dit neoklassieke talent zien (als hij in België eens geprogrammeerd wordt).

20.15u. Machinefabriek     Net te laat bij Lenny voor dat ene hitje “Hell.O” dat we bij het voorbereiden hadden opgepikt. Staat de rest van haar set even stevig als dat prettig dravende popnummer? Helaas. De Tsjechische zangeres heeft een aardige stem met een pittige rasp, maar heeft met songs als “Alive Enough?” en “Bones” niet meer te bieden dan clichés: brave rock die een zweem van rauwheid moet uitstralen, maar elders en eerder al zoveel beter is gedaan. Jammer, want iemand met zo’n stem verdient goed en origineel materiaal.

20.20u. Der AA-Theater     Tweemaal Penelope Isles vandaag, want na hun korte, enthousiast onthaalde namiddagset in Plato mogen ze ook ons favoriete Groningse theater proberen te overtuigen. Kolfje naar de hand van deze Britten met een voorliefde voor blijmakende melodieën en fuzzy gitaartjes. “Cut Your Hair” heeft minder met Pavement dan met Dinosaur Jr te maken, terwijl broer en zus Jack en Lily Wolter samen ook wel wat aan The Magic Numbers doen denken, gesteld dat die nog iets meer van lawaai hielden. Het is echter vooral het uitgesponnen “Gnarbone” dat er live met kop en schouders bovenuit steekt. Hoe dat keer op keer opbouwt naar die heerlijke uitbarsting in het refrein, hoe ons hart een sprongetje maakt telkens Jack nog eens uithaalt op zijn gitaar, nét als je denkt dat het er nu echt op zit – zonder twijfel een van de hoogtepunten van deze Eurosonic-editie. Liefste Botanique, reserveer nog maar een plekje op Les Nuits voor deze band.

20.45u. Der AA-Kerk.      Hillary Woods is een van de nieuwste aanwinsten van het toonaangevende label Sacred Bones en dat doet de nieuwsgierigheidsmeter geen klein beetje de hoogte ingaan. Dat Der AA-kerk een fantastische locatie is voor de Ierse zangeres, die live wordt bijgestaan door een drummer, daar twijfelen we niet aan. Maar vooralsnog klinken de met sombere vocalen geïnjecteerde soundscapes nog iets interessanter op plaat, ondanks het feit dat Woods dreiging en dromerigheid bij momenten perfect in evenwicht houdt. Fans van sprookjesachtige, eigenzinnige muziek die de recentste plaat van Julia Holter iets te veel van het goeie vonden, zullen aan Woods wel zeker en vast een waardig alternatief hebben.

20.55u. Vera     Komt een recensent in de Vera, staat Girl In Red net dat ene nummertje af te sluiten dat we aan het opwarmen voor Eurosonic hadden overgehouden. Het begint een ziekte te worden, maar wat we nog horen van “Summer Depression” lijkt ook live best goed. Jammer dus dat Marie Ulven zich op de planken ontpopt tot een praatvaar die zo de vaart uit haar set haalt. Ze beseft het, maar trekt het zich niet aan. “Some people say I talk too much, but I like talking, so yo I’m gonna do it”, klinkt het, net voor de lesbische ode “Girls”. Stoer, maar de fletse indierock van de Noorse overtuigt nauwelijks. “I’m 19 and I make songs in my bedroom” leest haar twitterbiografie. Vooral blijven doen, en nog eens terugkomen als er “I’m 23” of zo staat. Want dat ze dus iets te vertellen heeft, dat zeker.

21u. Usva     De eerste pintjes zijn binnen, prima moment dus voor een rondje soundmixshow. Het Duitse jonkie John Moods staat hier immers in z’n eentje, met enkel een twelvestring gitaar en een iPhone als melige backingtrack. Dat leidt af en toe tot wat gepruts – een fade-out creëren door met de volumeknop te spelen ziet er nogal knullig uit – en je weet nooit helemààl zeker of Moods niet iedereen in de zeik zet met z’n cheesy Knuffelrockliedjes, maar wat maakt het uit? Dit is gewoon heel erg mooi: zijn meisjesachtige zang combineert wonderwel met de ouderwetse arrangementen, en Moods durft net als Cigarettes After Sex schaamteloos romantisch te zijn. Aan het eind van de set blijft de iPhone vrolijk verder spelen, en met een “fuck, that always happens, byebye!” is ‘ie weg, de schamele vijftien man in de zaal met weke knietjes achterlatend.

21.25u. Vrijdag     Het licht gaat uit, en plots staat ze daar met “First Impression”: Amanda Tenfjord. En soms is zo’n eerste indruk ook snel gemaakt, want na twee nummers hebben we wel door dat dit gewoon het zoveelste futiel popprinsesje is dat haar nummers met te veel beatjes moet opfleuren, en dat minder goed kan dan Sigrid. Na Ina Wroldsen alweer suffe fluff hier. Het is het jaar van de Vrijdag niet.

21.30u. Lola.      Eurosonic springt nu zelfs op de blackmetalkar en daar is (lh) opgetogen mee. De eerste band is een fameuze ontdekking: Turia. De muziek van dit obscure Noord-Nederlandse gezelschap is niet bepaald baanbrekend — we horen veel Burzum en Darkthrone, maar wel uiterst intens en bij momenten zelfs episch. Met kaarsen en schedels op het podium baadt het optreden in een bezwerend, paganistisch sfeertje.

Turia brengt uiterst krachtige rauwe, atmosferische black metal met beperkte middelen (drum, zang en gitaar). De perfect getimede wanhopige screams en repetitieve, scherpe riffs gaan door merg en been, zoals het moet. De drummer is een vat vol furiositeit en dat maakt de intensiteit van de show soms nog heviger. Turia is de betere misantropie, met andere woorden. Fans van Wiegedood en consorten: wat ons betreft mogen jullie zuurverdiende centen eens naar een plaat van deze band gaan.

21.45u. Minerva     Alweer eentje uit Duitsland: Ilgen-Nur, Hamburgs eigenste Courtney Barnett. Of dat lijkt toch de bedoeling te zijn: het geluid van haar band is aangenaam rammelend, en de bijbehorende stugge, wat afstandelijke pose beheerst ze perfect. Jammer dus dat haar songs vooralsnog weinig memorabel zijn, al blijft het vrolijke “Cool” wel iets langer plakken. De manier waarop ze verhalend praatzingt in “The Bags Under Your Eyes” (wij voelen ons ook op deze derde Eurosonicdag niet aangesproken) of de scheurende gitaren in “17” doen echter wel vermoeden dat hier meer in kan zitten. Vraag ons er over een jaartje of twee nog eens naar.

22.15u. Der AA-Kerk     Net als gisteren is de AA-Kerk het toneel voor een portie dreampop. Vivii is een man-vrouwduo uit Zweden dat elkaar graag ziet en daar liedjes over maakt – zo simpel mag het ook wel eens zijn. Op plaat klinkt dat allemaal erg fris (check het kristalheldere “Siv (You And I)” als beste voorbeeld), maar vanavond zit het Vivii niet mee. De kerk fungeert als galmbak die de sowieso al wat zwaarder aangezette nummers tot een eenvormige echobrij herleiden, waardoor de schoonheid van de details – dat synthriedeltje net voor het refrein van “Siv”! – compleet verloren gaat. Zonde, want ook “Suckerpunch” (Lana Del Rey die over een B-kantje van Beach House zingt) is een nummer dat we met plezier op de radio zouden horen voorbijkomen. Geef hen een wat bescheidener locatie en een strenge geluidsman, en dan komt het live ook wel goed.

22.45u. Lola.      Een hype in blackmetalland sinds Ons Vrije Fatum in 2017 en mag dus ook niet ontbreken op de blackmetalavond in Lola: het Utrechtse trio Laster. Het is duidelijk dat deze mysterieuze band, verstopt achter maskers van vogelschedels, niet is gekomen om de oren te strelen. Ze zijn net als Turia ook maar met drie, maar wat een indrukwekkend lawaai produceren ze. In de loodzware complexe metal zitten naast de betere black ook wat postpunk, no wave en jazzy passages verwerkt. Daardoor kan Laster zelfs voor de meest doorwinterde liefhebber nog bevreemdend en moeilijk overkomen. En we geven toe: ook bij ons heeft deze black metal wat tijd nodig om te bezinken. Maar eenmaal mee in de genreoverstijgende trip, is er geen ontsnappen meer aan. Van de Nederlandse teksten verstaan we niets, maar ach, het is (black) metal. Laster is dé verrassing van de dag dankzij een mokerslag van een show. En of we benieuwd zijn naar hun derde plaat die dit jaar bij Prophecy Productions verschijnt.

23u. Vrijdag     En hop, nog meer galm! Hoewel de Vrijdag eruitziet als een plek waarin de akoestiek op perfectionistische wijze op punt gesteld is, valt met Whenyoung het zoveelste slachtoffer van het geluid in deze zaal. Frontvrouw Aoife heet Power met haar achternaam, en die denkt ze te moeten waarmaken: terwijl de gitaar en drums opgepompt worden tot een onaangenaam volume, overschreeuwt Power stadiongewijs haar stem. Nochtans schreef de band met “Pretty Pure” en “Giving Up” al minstens twee perfecte popnummers met klatergouden gitaartjes uit de Pains Of Being Pure At Heart-school. Die zijn er vanavond ook wel, maar met de zang van Power als erg zwakke schakel blijft Whenyoung toch slechts met moeite overeind. Als u ons nu dus even wil excuseren, wij gaan “Pretty Pure” nog eens opzetten en onze teleurstelling wegdansen.

23u. Der AA-Theater.      Voor de foute new waveparty moet je duidelijk bij een Parijse band zijn. Op vrijdagavond hebben sommigen duidelijk niet meer nodig dan Rendez Vous en een Heineken. Dit olijke vijftal mixt industrial, darkwave en postpunk tot een energiek, dansbaar geheel. Ondanks de donkere muzikale invloeden weet de band de funfactor hoog te houden, en dat is wel een verdienste. Forse beats en catchy stukken brengen de hele zaal aan het dansen. Nummers noemen, zou echter nutteloos zijn aangezien alles een beetje (te veel) hetzelfde klinkt. Een uitermate geschikte act voor festivalorganisatoren die voor volgende zomer nog een partyband met ferme eightiestoets en goeie livereputatie zoeken. Het gebrek aan muzikale uitdaging moeten ze er dan wel bijnemen.

23.20u. Grand Theatre Main     Bekentenis: bij dat voorbereiden waarover we al eerder spraken, bleven we het meeste haken aan de metalen ongein van Battle Beast: snedige Clawfingergitaren, het talent voor geweldige refreinen van Roxette en dat gebundeld in lekker meebrulbare anthems. Kon niet foutlopen als amusement tussendoor, dachten we, maar dat was buiten de waard gerekend. Te weten: dit Finse zestal is al bijna vijftien jaar bezig, en te moe om de songs de energie te geven die ze vragen. En zo klinkt “King For A Day” niet alleen slecht – een eigen geluidsman meegebracht die het klappen van de zweep blijkbaar niet kent – maar ook weinig meeslepend. Frontvrouw Nitta Valo staat er met haar glittercape maar wat plomp bij, het is aan de Vikingen rond haar om toch een beetje voor beweging te zorgen. Het is niet genoeg, en wanneer trots de wereldpremière van nieuwe single “No More Hollywood Endings” wordt aangekondigd, vragen wij ons toch vooral af of de wereld hierop zit te wachten. Dit rook veel muffer dan we hadden gehoopt.

23.35u. Praedinius Gymnasium     Moest hier eigenlijk vorig jaar al staan maar werd door hevige sneeuw onverrichterzake weer naar huis gestuurd: Erki Pärnoja: Efterglow. Pärnoja is, voor wie iets van Estse bands weet, beter bekend als de gitarist van Ewert And The Two Dragons, die sinds 2015 af en toe ook een soloplaat maakt. Met Efterglow heeft hij toch weer een band bij zich, en compleet onder de radar blijkt dit een van de mooiste dingen te zijn die deze Eurosonic te bieden heeft. “Roadtripcowboypostrock” staat er in ons notitieboekje: wij weten ook wel dat dat nergens op slaat, en toch is het precies dat. Filmische, langoureuze instrumentals die nu eens klinken alsof The War On Drugs het zonder zanger doet, dan weer als een meer jazzy variatie op Ennio Morricone, maar altijd meeslepend vanaf de eerste noot. Vroeg in de set zit “Vesi”, van debuut-EP Himmelbjerget, dat met zijn repetitieve gitaarpartij en weemoedige melodie waarschijnlijk nog het dichtst bij postrock aanleunt, maar er halverwege vandoor galoppeert richting andere oorden. Had Parnöja dit drie kwartier lang gespeeld, dan waren wij ook tevreden geweest, maar met het gloeiende “Mellow Mountain” – de vlag dekt de lading – en “Efterglow”, waarin flarden uit “Vesi” terugkeren, valt hier nog zoveel meer moois te rapen. Mogen wij voor één keer het cliché dikke vette aanrader bovenhalen?

00.20u. Minerva     Bij Pillow Queens kunnen hedendaagse festivalprogrammatoren heel wat hokjes afvinken. All girl band? Check. Een single die “Gay Girls” heet? Eveneens check. Bovendien uit Ierland, het land dat dit jaar wel hofleverancier lijkt voor het betere gitaarwerk op Eurosonic. Dat is bij dit viertal niet anders: de ninetiesliefde spat er van af, met Weezerachtige refreintjes en jengelende Waxahatcheegitaren in “Favourite”, en aanstekelijke samenzang in de beste girlgrouptraditie. Elk nummer is nog net iets leuker en catchier dan het vorige, met rammelanthems “Rats” en “Gay Girls” als slotduo om van te smullen. Een onverwacht fijne verrassing in het staartje van Eurosonic.

00.30u. Doopsgezinde Kerk     Neen, we doen uit principe geen Belgen op dit festival, maar voor Waalse acts maken we een uitzondering. Als we de tweede landshelft zo als het buitenland behandelen dat hun Glass Museum ons onbekend was, dan mag dat. Wat dit duo maakt, is dan ook te knap om links te laten liggen. Toetsenist Antoine Flipo en drummer Martin Grégoire gaan een soort permanente dialoog aan met hun instrumenten, maken woordeloze tracks die beklijven. Vooral Flipos talent valt op, met zijn pianoklanken vertelt hij, in zijn melodieën vermoed je hele verhalen waar Grégoire maar commentaar bij heeft te geven. Het is van een lyrische kracht die zich met die van Explosions In The Sky kan meten, maar dan zonder al het spierballengerol.

01.15. Mutua Fides     En helemaal eindigen doen we dan toch met gouwgenoten. Omdat regels pas bestaan als uitzonderingen ze bevestigen. In de dagen vooraf hoorden we dat Fenne Kuppens een maagontsteking had, net voor het concert werd dat volgens onbevestigde geruchten al een maagzweer. Het is de zangeres van Whispering Sons niet aan te zien, en op het optreden van de band valt niets aan te merken. De huidige Vaandeldragers van de Vlaamse Rock zetten voor een afgeladen zaal industry people — de lange rij ‘gewone’ wachtenden rukt buiten nijdig aan de deuren — een overtuigende set neer. De rondcirkelende gitaren van Kobe Lijnen zijn elke keer opnieuw een plezier om te horen, de daverende drums van Sander Pelsmaekers roffelen en rollen, stuwen en ploegen. En Kuppens? Die doet wat ze altijd doet: met dat benige lange lijf van haar alle aandacht naar zich toezuigen, de rand van het podium opzoeken, en het publiek bezweren met die hoogst unieke diepe stem.

Goed, misschien is dat middenstuk met iets te veel halftrage nummers wat van het goeie te veel, maar wanneer “Hollow” een zinderende finale inzet is het game, set and match: Whispering Sons heeft zijn verovering van Europa nog wat kracht bijgezet. Volgende week komen er alweer wat Duitse shows aan, de rest van het continent volgt ongetwijfeld snel. Komend voorjaar doet de groep een toer van de Vlaamse clubs. Kus hen innig vaarwel, want het zal lang duren voor u hen nog eens ziet.

De Nederlandse Popprijzen zijn toegekend, de European Border Breaker Awards uitgedeeld, er is uitgecheckt uit talloze Groningse hotels; het muziekjaar mag beginnen. En als Eurosonic één conclusie oplevert, dan wel dat de shift die in 2018 werd ingezet, zich dit jaar ongetwijfeld doorzet. Punk is het nieuwe R&B, er zal in 2019 geen ontsnappen aan zijn. Lekker!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × drie =