Eurosonic 2019 :: Opblaaslippen, aanstekerpostrock en andere sprookjesbossen

Donderdag 17 januari

Gisteren was goed, vandaag wordt beter. Op deze Dag Twee staan enkele hypes blinkend op ons te wachten, tijd om ze over onze immer kritische knie te leggen. En avant la musique.

20.00u. Machinefabriek      Wie een beetje mee is met Franse metal, en in het bijzonder de postmetalvariant van Celeste en Alcest, is misschien al de naam Deluge tegengekomen. Alcestfrontman Neige was immers te horen op de debuutplaat van dit gezelschap, en in een veel te grote zaal van de Machinefabriek horen we dan ook alles wat je van een post(black)metalband kan verwachten: zware screams, razende blastbeats, stille zenmomenten en snijdende gitaren. De overgangen tussen hard en zacht zijn echter minder subtiel dan bij die genregenoten. Te veel formule, te weinig ziel; Deluge kort samengevat. Misschien moeten deze heren eens inspiratie halen bij Oathbreaker en Soul Grip, bands die razende gitaren en atmosferische rust wél op ingenieuze wijze weten te combineren.

20u. Kokomo     Wie we daar hebben! Op Eurosonic 2017 blies Albin Lee Meldau ons van onze sokken met songs van slechts één EP, vandaag komt hij met debuut About You nog eens langs. Minpuntje: daar waren we niet enthousiast over. Kan de innemende Zweed met de bizarre podiumpresence (denk Louis Theroux met de moves van Amy Winehouse) vandaag toch opnieuw overtuigen? Mwah.

Meldau is in elk geval nog steeds een Zanger, zo horen we al van in opener “Mayfly”. Verbluffend is het soms wat hij kan doen, hoe hij zijn stem kan laten zakken, versnellen, vertragen … die strot vertélt, kortom. Het valt ook op in “Darling”, of het door zijn vader al in 1976 geschreven “Lovers”. Dat is de Albin Lee Meldau die we twee jaar geleden aan het werk zagen, en die de wereld een beetje beter maakte. Langzamerhand maakt die plaats voor de Albin van nu, een singersongwriter die nadien over de hele wereld met andere popschrijvers ging samenzitten om de meest veilige, middle of the road soulpop te maken die bestaat. Ook vandaag maken die nummers geen indruk, of het nu het dansende “The Weight Is Gone” of het melig deinende “Singoalla” is. En zo is het aan doorbraaksingle “Lou Lou” – “De Gotenborgversie van Trainspotting” – om nog één keer te laten horen hoeveel talent hier toch aanwezig is. Want zo is het nu eenmaal: als we pas vanavond voor het eerst met de Zweed hadden kennisgemaakt, hadden we nooit zo in zijn kunnen geloofd. We hopen op een revanche met een tweede plaat, maar weten: wat er ook gebeurt: we’ll always have die keer in de Lutherse Kerk in 2017.

20.30u. O’Ceallaigh Irish Pub      Bijna honderd man in een piepkleine Ierse pub: voor het feestje van DIY-label Subroutine Records, al jaren de thuis van de betere Nederlandse undergroundbands, was een grotere locatie iets comfortabeler geweest. Toch begeeft (lh) zich in de drukte, want The Homesick, de eerste band die op donderdag mag aantreden, is misschien wel de beste Nederlandse noiserockband van het moment. Dat is een verdienste als je weet dat de Nederlandse indiescene anno 2019 heel wat boeiends te bieden heeft. Nochtans negeert de band de onlangs door Iggy Pop opgepikte debuutplaat Youth Hunt, om enkel nieuw materiaal te brengen; stuk voor stuk heerlijk rammelende, eclectische teringherrie waarin Preoccupations en Deerhunter doorschemeren. The Homesick balanceert een halfuur lang tussen spannende lawaairock, melodieuze postpunk en lo-fi pop. Deze Friese jonkies gaan een mooie toekomst tegemoet.

20.45u. Der AA-Kerk      Haerts speelt op dit Eurosonic een beetje vals. Niet dat er van de toonladders gedonderd wordt, maar een Europese band is dit al lang niet meer. Nini Fabi en Ben Gebert groeiden weliswaar op in München, maar begonnen hun synthpopbandje pas toen ze naar New York verhuisden. We willen het door de vingers zien: eerste singles “Wings” en vooral het heerlijk voortjakkerende “Giving Up” deden het meisjeshart van (lt) in 2013 sneller kloppen, dus deze band stond in vet, fluo en onderlijnd op ons schema. Dat “Giving Up” al in geen jaren meer op de setlist te vinden is, had ons moeten waarschuwen: Haerts kiest live bijna voortdurend voor een tempo dat véél lager ligt, en zoekt keer op keer de gevaarlijke grens op tussen dromerig en slaapverwekkend. “In This Time” en “Matter” zijn dan wel bijzonder smaakvol ingekleurde, vaak aan Fleetwood Mac schatplichtige songs, veel passie gaat er niet van uit (neen, met je tamboerijn op een cymbaal gaan meppen volstaat niet, Nini). Het is pas in “Hemiplegia” en “Your Love”, als de band nog net niet van het podium gegooid wordt – “I wasn’t paying attention, I’m so sorry!” – dat de inwisselbare bijna-ballads het broodnodige beetje vuur meekrijgen. Heel even is daar het Haerts waar we destijds voor vielen, maar eerlijk? Zoveel geduld hadden ze eigenlijk niet meer verdiend.

20.45u. Vera     Grappig hoe Any Other bij iedereen een andere vergelijking oproept. (mvs), kind van de nineties, moet bij de Italiaanse Adele Nigro vooral aan al die over hun woorden struikelende boze vrouwen van toen denken. Alanis Morissette, ja, maar dan zonder het snerpende stemgeluid. “Something”, bijvoorbeeld, waarin dat lieve kind zingt “I want you to fuck me as hard as you can / I wouldn’t feel anything.” Die zag je niet aankomen. En ja, onze vijftien jaar oudere hippienonkel heeft eveneens gelijk: Any Other werkt haar songs uit op een gelijkaardig manier als Joni Mitchell, met jazzy gepiel dat al eens aan het kabbelen slaat, en zijn tijd neemt. Dat mag, want dit zijn sterke muzikanten die de songs van Nigro ondanks alles boeiend weten te houden. Het zou kunnen dat u Any Other binnenkort nog wel eens tegenkomt.

21.30u. Huize Maas Front     “Depeche Mode”. Meer willen we in eerste instantie niet schrijven bij Crimer, als in “Zo sterk dat als de oude Depeche Mode versleten is we die naadloos door deze Zwitser kunnen vervangen.” Goed naar de New Romantics gekeken ook, deze Alexander Frei, die overacteert in de beste eightiestraditie, en over het soort Dave Gahan-meets-blue eyed soulstem beschikt dat het in dat decennium alleraardigst deed. Het zou allemaal als een soufflé in elkaar kunnen zakken, ware het niet dat Crimer ook de songs mee heeft om zijn claim to fame waar te maken. Afgaand op de reactie van het publiek zijn “Hours” en “Brotherlove”, met hun vette synths en anthemrefreinen, nu al dikke hits. Frei danst zich ondertussen het pleuris met de moves van David Byrne in “Once In A Lifetime” plus nog drie andere interpretaties. Het ziet er niet uit, maar het fascineert. De honger naar het grote podium druipt er van af, en puur op basis van de muziek zou dat ook mogen. We herhalen echter: Frei komt uit Zwitserland. Het moet ongeveer van Yello geleden zijn dat dat land nog eens een act zag doorbreken. Hou uw adem niet te hard in, maar check Crimers debuut Leave Me Baby toch maar eens.

22.15u. Vera      “A sell-out is someone who becomes a hypocrite in the name of money / An idiot is someone who lets their education do all of the thinking”, gromt de rusteloze Grian Chatten in opener “Chequeless Reckless”. Even verder in het furieuze nummer gaat het van “Charisma is exquisite manipulation / And money is a sandpit of the soul”. Het zijn maar twee voorbeelden van Chattens rake songteksten. Het openingsnummer is net als “Hurricane Laughter” een van de vier ijzersterke singles waarmee het Ierse Fontaines DC, de grootste hype van het festival, de voorbije jaren op het voorplan trad. Alle combineren ze het eigenzinnige van The Fall en het donkerste van Joy Division met een toegankelijk punkgevoel. De buzz die de band de voorbije maanden opriep, was eerder op de dag ook te merken in een propvolle Plato waar journalisten en cameraploegen aanschoven voor een gesprek met de band.

In een nieuwer nummer lijkt de baslijn van Conor Deegan III, met Marc Overmars’ truitje van Arsenal, ontsnapt uit een plaat van Joy Division. Een andere nieuweling, recentste single “Too Real”, heeft dan weer alles in zich om uit te groeien tot anthem van het jaar. “Is it too real for ya?!” sneert Chatten het publiek toe terwijl hij alle aandacht naar zich toe zuigt. De rest van de band blijft er redelijk statisch, afstandelijk bij. Afsluiters “Boys In The Better Land” en “Liberty Bell” zijn dan weer een ideale kruising tussen de rock-’n-roll van de Stones en Ramones-achtige punk. Fontaines DC is samen met Girl Band het beste wat de Ierse muziek de laatste jaren is overkomen. De knalshow in de Vera kan alleen maar de voorbode zijn van een wonderjaar.

22.50u. Huize De Beurs     De pull in de broek als een echte ambtenaar, en dan dreigend op de rand van het podium de zaal in turen: The Murder Capital heeft de juiste memo’s gekregen. Pas vorige week brachten ze dan eindelijk hun eerste single uit, de hype hing hen in de slipstream van Fontaines DC al even aan het gat. Ook van Dublin – die moordhoofdstad waarvan sprake – immers, en muzikaal netjes mee met de tijdsgeest die ons al Shame en IDLES bracht. Punk dus, of postpunk zo u het belieft, met snedige gitaren, een tureluurs pompende bas, en een frontman die dreiging in de ogen heeft.

Dat is dan ook waar The Murder Capital zich van de anderen onderscheidt: bij deze Dubliners is het allemaal wat donkerder, horen we al eens vaker een pekzwarte golf Joy Divisioninvloeden, en zelfs heerlijk donderende Pornography-drums. “This is for everything” draagt zanger James McGovern een nummer op, waarin hij even later “I am the underworld” schreeuwt. En eindelijk klikt alles in elkaar. Wilden we een kwartier eerder nog schrijven dat The Murder Capital intrigeert, maar voorlopig de juiste revolutionaire anthems ontbeert, alsof bassist Gabriel Paschal Blake van op de rand in onze notities kon neuzen, krijgen we ze nu wél om de oren gekletst. Ook “Feeling Fades”, die eerste single, heeft immers alles wat een mens van dit soort muziek verlangt: rauwe energie, drive, en een band die het brengt alsof hun leven er van afhangt. Dat dat gevoel nog lang niet mag vervagen, want we willen dit hondsdolle gezelschap graag nog eens op deze manier zien. Niet kalmeren, jongens!

23.30u. Heerenhuis     Over vreemde en onnozele artiestennamen op Eurosonic kan je uren ouwehoeren – favorieten dit jaar: Karpov Not Kasparov en Sorry John – maar soms zit een naam ook écht als gegoten. Eerie Wanda is er zo eentje: dromerig en af en toe wat raar, zo klinkt alles wat de Bosnisch-Nederlandse Marina Tadic maakt. Haar songs zijn gedrenkt in een lome sixtiesvibe, als was ze een leuker zusje van Jacco Gardner, al dreigt wel steeds het gevaar dat het iets té kabbelend gezellig wordt. Gelukkig is er het net-niet-valse orgeltje, dat in “Moon” hogere sferen opzoekt en in het vrolijk rammelende “Sleepy Eyes” even helemaal loos mag gaan, om ons na een lange concertdag bij de les te houden. Voor vernieuwing moet je bij Eerie Wanda niet komen aankloppen, maar met wat frisse nostalgie zijn wij ook al tevreden.

23.45u. Vera.     “Dit is van potato naar potatoe”, smst (mvs) naar (lh), want van The Murder Capital is hij bij The Blinders beland. Grote verschil: dit trio uit Doncaster heeft dan wel het agressieve geluid, maar niet de songs die deze tijden zo opwindend beginnen te maken. Goeie songtitel dat “L’état c’est moi”, dat wel, en de band zorgt meteen voor de filosofische vraag wanneer punk precies post-punk wordt. Geen hoogvlieger, maar kom ons niet vertellen dat er op muzikaal vlak niets aan het verschuiven is. Anders al een zogenaamd ‘sexy’ R&B-beat gehoord, dit festival? Wij konden er in elk geval aan ontsnappen.

00.15u. Huis De Beurs      Horen we daar het zusje van Kim Gordon zingen? Neen, het is Luciel Brown van Drahla. De Britten werden door DIY uitgeroepen tot de meest compromisloze band van het Verenigd Koninkrijk en hebben er al tours met Metz en Ought opzitten. Dat verklaart misschien waarom er aan Huis De Beurs moet aangeschoven worden. Sonic Youth is niet de enige referentie bij dit viertal, ook The Breeders en Shellac schieten ons te binnen. Wanneer de saxofonist zijn ding doet, begint de tegendraadse muziek van Drahla écht naar zwaar op de maag liggende no wave te neigen. Iets meer toegankelijk is de uitschieter van de set, “Fictional Decision”, waarin praatteksten, brommende bassen en dissonante gitaren domineren. De teksten van Bown (“There’s a wall between us / There’s a wall between us / There’s a wall”) blijven als een mantra even hangen. Voorlopig lijkt Drahla nog wat te twijfelen tussen zwaar doorgedreven experiment en tegendraadse artrock, benieuwd dus wat de toekomst brengt voor deze band.

00.30u. Vrijdag      Geen plaats en een dikke vette rij bij Pip Blom, dus dan maar naar het andere eind van het popspectrum voor Ina Wroldsen. Haar naam doet misschien nog geen belletje rinkelen, maar deze Noorse schreef songs voor zowat de halve playlist van de commerciële radiozenders – van Shakira over Tinie Tempah tot Britney Spears. Catchy hooks bedenken kan ze dus, alleen niet noodzakelijk voor het soort nummers dat live ook werkt. Bijzonder rekbaar begrip ook, “live”, want ondanks de band die ze bij zich heeft (inclusief een gitaar die net zo goed niet ingeplugd had kunnen zijn), horen we vooral veel uit een doosje. Bovendien moet de nochtans goeie zang van Wroldsen opboksen tegen beats die zo hard worden neergeknald dat elke subtiliteit verloren gaat. Dat het in al zijn platheid toch onweerstaanbare “Favela” over vrouwenrechten gaat, kan geen mens nog ontwaren tussen het gedaver, en ook de alleenstaandemoeder-thematiek van oorwurm “Strongest” verzuipt in het opgepompte geluid. Heette dit festival Eurosong, dan won Noorwegen met twee vingers in de neus, maar voor Eurosonic was dit wel uitzonderlijk plat. Weet u wat? Wij gaan gewoon nog eens een pint drinken, en zien morgen wel weer verder. Tot dan!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 15 =