Rufus Wainwright :: 14 november 2016, Het Depot

Of de man nu een nieuwe plaat heeft te promoten of niet, Rufus Wainwright hou je met geen stokken in eigen land. Tegenwoordig probeert de immer sympathieke Canadees sonnetten van Shakepeare nieuw leven in te blazen en lijkt hij zich meer dan ooit te richten op de mogelijkheden die hij heeft als operamaker. Gelukkig heeft Wainwright daarnaast meer dan troeven genoeg achter de hand om een avond te boeien.

Ooit -in een niet zo absurd ver verleden eigenlijk- maakte Wainwright voornamelijk melancholische popliedjes die zich meteen en zonder verpinken onder je huid nestelden. Vandaag zijn het vooral de vele nevenprojecten van de man die het gros van zijn aandacht opeisen. En toch; de operastukken die de Canadees schrijft enkel en alleen afdoen als nevenprojecten zou het talent dat hij ook in dat genre tentoonspreidt, stellig te kort doen. Een nummer zoals “Les feux d’arifice t’appelent” -de laatste aria uit Prima Donna– verdient dan ook terecht een plekje in een prachtig uitgebalanceerde setlist waarin je aan de hand van een piano en een spot doorheen het oeuvre van Wainwright wordt geleid. Openen doet de zelfverklaarde gay messiah met “Ave Maria”, een volledig nieuw nummer dat wordt opgedragen aan Leonard Cohen; met “Beauty Mark” en “In A Graveyard” blijft de grimmige sfeer tijdens het eerste nummer wat langer hangen dan nodig, maar “Jericho” en “Cigarettes And Chocolate Milk” geven aan dat Wainwright zonder verpinken reist van het ene einde van het emotionele spectrum naar het andere.

Wainwright is niet het soort artiest dat een immens publiek weet aan te spreken; met dat in het achterhoofd speelt het natuurlijk in zijn voordeel dat de man zijn keuzenummers niet hoeft af te stemmen op het aantal hits die hij al wist te schrijven. “Zebulon”, bijvoorbeeld; een van die loodzware nummers waarbij je het gevoel krijgt niet te mogen genieten, wordt zo haast langs de neus weg aan het einde van het optreden toegevoegd. “In Going To Town” komt de popartiest in Wainwright dan weer bovendrijven. Beweren dat het nummer een absolute meezinger is, gaat bijzonder kort door de bocht, maar je merkt dat Wainwright zichtbaar geniet van een publiek dat toch voorzichtig meevaart op de tekstuele pracht van het nummer. Eindigen doet hij in stijl, met opnieuw een korte verwijzing naar Cohen en die ene song die hen beiden onsterfelijk maakte, “Hallelujah”. Een ingetogen teken van een stijlvol afscheid.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 10 =