Hedvig Mollestad Trio :: Black Stabat Mater

Voor wie nog niet vertrouwd is met de band van de Noorse gitariste Hedvig Mollestad: pas op met die “Trio” achter haar naam. Doorgaans wijst dat op ”echte” jazz, een band waarin een solist gevolgd of gesteund wordt door een paar functioneel meespelende kompanen. Dat zou weleens een verrassing kunnen opleveren, want dit is eigenlijk een ouderwets powertrio op de wip tussen potige blues-, hard- en jazzrock.

Hedvig Mollestad Thomassen maakte, net als een legertje andere avonturiers uit Noorwegen, ooit deel uit van het Trondheim Jazz Orchestra, maar is intussen ook al meer dan een half decennium in de weer met haar eigen Trio, wat intussen al vijf albums opleverde. Black Stabat Mater (voor de goede verstaander: ’t is een veelzeggende titel) verscheen samen met livealbum Evil In Oslo, maar is maar half zo lang en dat is meteen een van de opvallende aspecten. Hebben albums in dit jazz/jam/rocksegment doorgaans nogal de neiging om eindeloos aan te slepen, dan houde ze het het hier bij een cleane 33 minuten.

Black Stabat Mater bevat dan ook genoeg muziek om even mee verder te kunnen. Voor zover je het Trio al moet situeren, kan je dat eigenlijk best doen aan de hand van een aantal verwante bands die heil zoeken in de fluïde zone tussen loden jams, jazzrock, hardrock en aanverwante genres, die je ook hoort/hoorde bij Bushman’s Revenge, Elephant 9 met Reine Fiske, het Scorch Trio en, hier en daar, Motorpsycho. Er zitten volop verwijzingen in naar de metal- en hardrocktraditie (al zijn die nog sterker op het livealbum, waar Mollestad & co qua sound écht gaan aanleunen bij Black Sabbath), maar de ritmesectie is eigenlijk te soepel voor de chugga-chugga van de metal, en anderzijds dan weer te gespierd, te massief, voor de jazz.

Kortom: van jetje geven in een niemandsland waar volk uit verschillende oorden aan z’n trekken kan komen (daar gebeuren vaak de spannendste dingen), want met het zinderende “Approaching” kan je veel kanten uit. Hier en daar ademt het een in de vroege 70s gewortelde waas uit die je ook hoort bij goed volk als Earthless, maar iets verderop klinkt het alsof wijlen Stevie Ray Vaughan in een stonerband belandde. Het is virtuoos en vurig, opvallend soepel, maar nooit te glad. Integendeel, ook de ritmesectie bonkt erop los met een onwrikbare efficiëntie. “On Arrival”, dat eraan vastgeplakt is, voelt aanvankelijk aan als een lange coda, een vrijere passage vol huilende feedback en daverende drumslagen. Misschien een beetje langdradig en pompeus, maar bij momenten ook knetterend, ondanks tonnen abstracte effecten.

“In The Court Of The Trolls” zoekt het ergens tussen heavy prog en hardrock (een beetje zoals mid-70s King Crimson, inderdaad), maar herinnert ook aan een band als Stinking Lizaveta, die punk en metal wist samen te smelten met de avant-garde aanpak van een Sonny Sharrock. Het middenluik wordt even een zone van meer etherisch exploreren, al gebeurt het afronden met een lekker wegrockende herneming van het beginthema. Vet. Groot is dan ook de verrassing, wanneer ineens plaatsgemaakt wordt voor het meer ingetogen “-40”, eigenlijk bijna een ingetogen folkachtige soundscape waarin het zachte gitaargetokkel omringd wordt door resonerend metaal.

En dan nog even alles uit de kast halen met “Somebody Else Should Be On That Bus”, dat van start lijkt te gaan met een sterk versterkte akoestische bas. Het klinkt alleszins machtig, als een zwartgeblakerde stonertrack, maar zodra Mollestad zich ermee komt moeien, zitten we terug op gierend Guitar Hero-terrein, met een sound die ineens meer Eddie Van Halen dan Hendrix is. Niettemin: verzengend snarenwerk dat het album afrond met een vurige fallusgeseling. Het is dan ook duidelijk: ondanks de misleidende bandnaam en het al even gestileerde artwork is dit vooral voer voor zij die graag hun tijd doorbrengen aan het altaar van de Gitaar. Met een grote ‘G’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =