Eindejaarslijstje 2015 van Nout Van Den Neste

2015 was een jaar waarin grote namen goede en soms zelfs belangrijke platen hebben afgeleverd, van Kendrick Lamar tot Björk. Echter, als puntje bij paaltje komt, waren het niet deze platen die ons van 2015 het meest zullen bijblijven. Veel vrouwen in de lijst, zult u zeggen, maar dat is gewoon omdat we dit jaar niet erg onder de indruk waren van het muzikale mannenvolk. Ook veel gitaargetokkel, maar daar zaten nu eenmaal voor ons de beste songs en albums. Op meerdere roadtrips door Europa en lange wandelingen door onze heimatstad hebben onderstaande platen ons begeleid en bijgestaan en nu bij het herbeluisteren spelen ze als een fotoalbum het jaar voor onze ogen terug af. Meer kan een mens van muziek niet verwachten.

  1. Sufjan Stevens :: Carrie and Lowell       Geen mooiere, meer delicate plaat gehoord dit jaar dan deze. Een verpletterend mooie ode aan de verwoesting van de tijd en de woestenij achteraf; half rouwplaat, half ode aan een verloren kindertijd en een bevestiging van het leven zelf. Carrie and Lowell is Stevens’ meest persoonlijke plaat tot nu. Ze is doordrongen van de dood en een kapotte relatie, maar die weigert evenwel om in zwartzakkerige depressie te vervallen of in banale Bond Zonder Naam carpe diem leuzen. Hier tracht Stevens iets van betekenis en poëzie te halen uit zijn soms mooie en soms verschrikkelijke herinneringen, uit zijn gevoelens, uit de mensen rondom hem, uit plaatsen zoals Oregon. Nooit wordt het banaal of clichématig. “The Only Thing” is daar trouwens het mooiste voorbeeld van: gitzwarte strofes vol verwijzingen naar zelfdoding maar een innig mooi refrein en een intens prachtig, van sterrenstof bezaaid tweede deel dat een beetje mens tot tranen dwingt, vol naïeve verwondering over de schoonheid van de “signs and wonders” rondom hem, zoals zeeleeuwgrotten in het donker. Een plaat waarop we na talloze luisterbeurten nog altijd nieuwe dingen blijven ontdekken: als dat geen Plaat van het Jaar is.
  2. The Weather Station :: Loyalty       The Weather Station, de nom de plume van Tamara Lindeman uit Canada, heeft nog nooit zo scherp geklonken als hier. Met scherp, bedoelen we: rake, poëtische observaties over tijd, liefde en de kleine details die de twee met elkaar verbinden, zoals hoe iemand er soms kleiner uit kan zien dan normaal door een andere jas in “The Way It Is, The Way It Could Be”. Of “Loyalty”, waarin een telefoon in het midden van de nacht overgaat en het gesprek dat volgt een zinloze conversatie is die leidt tot de realisatie dat deze relatie altijd een soort van afstand geweest is die niemand heeft kunnen overbruggen. Geen treffendere of mooiere beschrijving van de liefde gehoord dit jaar dan op “Floodplain”: “I don’t expect your love to be like mine / I trust you to know your own mind / As I know mine”. Een plaat over familie, vrienden, liefde en vooral een die niet bang is om naar de horizon te kijken en uit wat voor afstand er ook is, tussen de verteller en de verte, tussen haar en haar naasten, schoonheid te puren.
  3. Joanna Newsom :: Divers       Er zijn weinig mensen die zo’n feilloos parcours hebben afgelegd als Joanna Newsom en tot spijt van wie het benijdt, is Divers daarop wederom geen uitzondering. Inferieur als wij zijn, verstaan wij het merendeel van haar teksten niet compleet – de plaat is nog altijd vrij vers – maar we zijn er zeker van dat daar in de komende maanden met enkele glazen rode wijn en oompje Google op schoot verandering in zal komen. Dat gezegd zijnde, in de moderne indie-muziekscène is er niemand die zulke onnavolgbare melodieën zingt, kleine details van het leven in epische, heroïsch klinkende poëzie weet te vatten en haar meest compacte en tegelijk meest diverse (ja, pun intended) plaat tot nu toe heeft gemaakt: drums, harpen, gitaren, blazers, een ijspaleis van stemmen, fluiten, klarinetten, het kan allemaal en toch wordt het nooit te veel, alles staat in functie van de tekst en van de emotie die ze op dat moment wil uitdrukken. We kennen weinig artiesten die het hypnotiserende, dromerige effect van Astral Weeks van Van Morrison (nog altijd een van onze topfavorieten aller tijden) zo vaak hebben weten te evenaren als Newsom, maar hier lapt ze het hem weer.
  4. Sun Kil Moon :: Universal Themes       Geen idee wat Kozelek dezer dagen neemt, maar het bevalt ons. Alsof hij door zijn eigen sterfelijkheid op de hielen gezeten wordt, is Kozelek sinds Among The Leaves een versnelling hoger geschakeld en dat bevalt misschien niet iedereen, maar momenteel zijn er weinig artiesten die we zo interessant vinden om artistiek te volgen en te zien evolueren als Kozelek. Akkoord, we hebben er wat sardonisch over gedaan, maar Universal Themes is een compleet ontspoorde plaat die Kozelek op zijn meest speels en geïmproviseerd vat en tegelijk ook enkele innige momenten van schoonheid herbergt, zoals het hoog gezongen, van mandolines klaterende refrein van “Garden Of Lavender” of het fantastische “This Is My First Day And I Work At A Gas Station”. Op het einde volgt het antwoord op de vraag “So what are you gonna do with your life?”: “I’m just gonna, I’m just gonna live it” en het is een geniaal geconstrueerd emotioneel hoogtepunt. Zo hoort het. Een atypische Sun Kil Moon plaat in alle opzichten, een die weinig belang geeft aan herinneringen maar gewoon het moment zelf probeert te vatten, of het nu een stervende buidelrat is in “The Possum” dan wel een maand of drie op een filmset in Zwitserland in het surreëele “Birds Of Flims” dat met zijn stemmenecho’s en wiegende gitaarspel verschillende trappen van onze ruggengraat verkent. Dit zijn kortverhalen op muziek gezet en wie daarvoor openstaat, ontdekt een van de origineelste platen van dit jaar.
  5. Julia Holter :: Have You In My Wilderness       Je kan er de klok op gelijk zetten, maar telkens als Julia Holter een plaat uitbrengt, zetten we ons schrap en houden we een plaatsje vrij voor haar. Have You In My Wilderness is daar geen uitzondering op: haar meest toegankelijke plaat tot nu zou je kunnen zeggen, haar meest directe ook, zoals onze recensent (sv) al schreef: meer Feist dan Julianna Barwick. Als er iets op aan te merken zou vallen, is het dat er geen rode draad zowel op thematisch als muzikaal vlak is die de tien songs samenhoudt, maar haar unieke mix van freejazz, ambient, pop en musicalsongs blijft betoverend. Was voorganger Loud City Song nog donker, eenzaam en scherper qua klankkleuren, dan schildert Holter op deze plaat vooral in pasteltinten. We waren al verkocht bij opener “Feel You” en het Vampire Weekend-aandoende, springerige “Silhouette” (let op die prachtige strijkers op de achtergrond) maar ook nummers als “Sea Calls Me Home” of het voor ons nog altijd onvatbare, mysterieuze “Lucette Stranded On The Island” blijven ons naar de plaat doen teruggrijpen. Er mag zelfs op “Everytime Boots” gedanst worden. “I don’t believe in much but the birds can sing their song” zo zingt Holter en dat mag ze van ons nog lang blijven doen. Welcome to the jungle baby!
  6. Kurt Vile :: b’lieve i’m goin’ down       Kurt Vile heeft er een goed jaar op zitten en daar zit deze plaat voor een en ander tussen. Bleef Wakin’ on a pretty daze nog net onder de radar hangen, met b’lieve i’m goin’ down heeft Kurt Vile de hoofdvogel afgeschoten. Een en ander heeft natuurlijk te maken met indie-hit “Pretty Pimpin’” die op de twee keer dat we Vile dit jaar live hebben gezien op een meer dan warm herkenningsapplaus kon rekenen. Banjo’s, gitaren, uitgerekte solo’s en gezapige tempo’s in combinatie met enkele van de meest bondige nummers die Vile tot nu toe al gemaakt heeft, zoals “I’m an outlaw” of het springerige “Life like this”. Vile mag dan getrouwd zijn met kinderen, in zijn hart (en muziek) is hij nog altijd een uit een film van Richard Linklater weggelopen slacker die nog altijd geen idee heeft van waar hij met zijn leven naartoe moet. Ondertussen neemt hij zijn tijd om van het uitzicht te genieten.
  7. Joan Shelley :: Over And Even       Misschien wel de meest klassieke Amerikaanse folkplaat in de lijst maar daarom niet minder mooi. Deze plaat biedt niet meer dan waar we in 2015 zo vaak met zijn allen nood aan hadden: troost. Dat blijkt uit prachtige, klassiek klinkende wiegeliedjes zoals “Over by half” die rechtstreeks uit het songboek van Gillian Welch (die trouwens dringend eens iets nieuws op de markt mag gooien, hint hint) lijken te komen. Meewarig, treurig maar ook intens mooi. Zoals we toen al schreven, brengt Joan Shelley net zoals The Weather Station folkmuziek die niet bang is om ergens over te gaan, zoals generatieconflicten, verre familie en communicatiestoornissen. Of simpelweg verlangen naar intimiteit, zoals het prachtige hoogtepunt “Stay on my shore” waaraan zijne bebaarde Vreemdheid Bonnie ‘Prince’ Billy ook zijn stem verleent. Een plaat die klinkt alsof ze er altijd was en toch intrigerend genoeg is om op koudere winteravonden knus tegen je aan te schurken.
  8. Johanna Warren :: nūmūn        Weeral folk, horen we u al op uw laptop scherm dampen, maar ja, weeral folk. In tegenstelling tot Shelley wat rauwer, kaler en misschien iets minder mooi. Het is nog maar de tweede plaat van deze jongedame die wat ons betreft wel in het oog mag gehouden worden. Nummers als “Black Moss”, “Follow” of “Less Traveled” zijn op het eerste gehoor misschien maar wat speels gitaargetokkel met wat sirenenzang erboven, maar wie wat verder kijkt, ontdekt wel degelijk beloftevolle composities die elke nieuwe luisterbeurt iets anders onthullen. Of het nu de breekbaarheid van Warrrens stem is, dan wel haar intrinsieke gitaarspel, we weten het niet, maar wie zijn wij om deze plaat met wat kritisch geleuter van haar magie te ontdoen?
  9. Patty Griffin :: Servant of Love        Bij nader inzien had onze recensie nog wat positiever kunnen zijn. Na de behoedzame – maar wel prachtig mooie – voorganger American Kid, heeft Griffin creatief gezien een serieuze stap voorwaarts gemaakt. Indische invloeden, jaren 40 blues, soul, psychedelia: het komt allemaal op dit album samen en leidt tot een van Griffins meest gevarieerde platen tot nu toe. Nummers als “Shine a different way”, “Made Of The Sun” of “You Never Asked Me” zijn de meest traditioneel americana-klinkende nummers en toevallig of niet ook de allerbeste en meest emotionele. Maar dat betekent niet dat de rest daarom minder is. Akkoord, misschien had er een nummer minder op de plaat gekund, maar laat Servant Of Love net die plaat zijn waarop Patty Griffin haar vleugels open spreidt, zowel muzikaal als tekstueel: niet alleen luduvudu maar ook sociale, seksuele en raciale problematiek komen duidelijk op de voorgrond. Zo hebben we onze artiesten het liefst. En ondertussen hebben we er weer een mooi plaatje bij.
  10. Beach House :: Thank Your Lucky Stars        Oké, van Depression Cherry waren we verre van onder de indruk (de tweede helft was veel coherenter dan de eerste, maar nog steeds niet fantastisch) maar deze revanche van Beach House nauwelijks een maand later beviel ons al veel beter. Beach House doet nog altijd waar het goed in is: dromerige muziek die in dezelfde wieg van shoegaze, Slowdive, Ride en andere dreampop bands groot geworden is. Er is veel materiaal dat opvalt, maar met name het verleidelijk klinkende “She’s so lovely” of het mysterieuze “All your yeahs” met een prachtig etherisch synthesizerakkoordje. “Common Girl” beschreef onze man (jvdb) indertijd al als “een slaapliedje voor volwassenen” maar wat ons betreft staat deze plaat daar gewoon tjokvol van.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − dertien =