DIT WAS 2015: I will, I swear :: ”Artiesten die zeggen waar een nummer over gaat, verpesten alles”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2015. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wiens plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid in dook.

Net zoals het druk is in de concertagenda van I will, I swear, is het druk in hun loges van Het Depot in Leuven, waar de winnaar van De Nieuwe Lichting (de jaarlijkse muziekwedstrijd van Studio Brussel voor beloftevolle bands) vanavond optreedt. Violiste Esther zoekt een deo, drummer Wouter moet nog een aflevering van Bevergem kijken, en terwijl zangeres Fien Deman zich aan het schminken is, zet het andere stichtende lid en toetsenist Jonathan Van Landeghem zich er even bij om hun boerenjaar te overlopen.

enola: 2015 was een belangrijk jaar voor jullie: de ep, festivals, veel concerten in het najaar, … hoe hebben jullie het ervaren?
Fien Deman: “Het was vooral heel druk. We zijn voor het eerst naar Duitsland en Nederland geweest, waar je een nieuw publiek aanspreekt dat je nog niet kent. We hebben een paar heel toffe festivals kunnen doen zoals Dranouter, wat voor ons een hoogtepunt was. En Pukkelpop natuurlijk. De optredens waren wel geboekt, maar we zijn er een beetje ingerold en beseften pas op het moment zelf dat we eigenlijk wel heel veel aan het spelen waren. Een uitverkocht DOK in Gent bij de EP-release ook: heel zot. De verschillende soorten optredens en de reacties die je daarbij krijgt waren eigenlijk het leukst om te ervaren.”

enola: Is daarbij alles gelopen zoals jullie het verwacht hadden?
Deman: “Onze EP was normaal gezien veel vroeger uitgekomen, maar door wat vertraging is die uiteindelijk pas verschenen net na de winst van De Nieuwe Lichting. Dat was toeval, maar kwam heel mooi uit, want plots kenden veel mensen ons. Het was verrassend dat plots zo veel mensen onze nummers kenden, en je hen ziet meezingen in het publiek. In de A.B. stonden er een paar op de eerste rij die echt alles kenden(lacht).”

enola: Hoe belangrijk is het voor een band om een wedstrijd als De Nieuwe Lichting te winnen?
Jonathan Van Landeghem: “Heel belangrijk, uiteindelijk. Toen we geselecteerd werden, kregen we het gevoel dat we niet mochten verliezen. We hebben daar veel commentaar op gekregen, omdat we al een redelijk grote fanbase hadden in vergelijking met de andere deelnemers. Dat was een van de redenen waarom we daarvoor niet aan wedstrijden hebben meegedaan: we stonden altijd al verder dan de andere bands. En we hadden ook al een platencontract, twee maand nadat we ons eerste nummer hadden uitgebracht. Dat legt de verwachtingen natuurlijk direct hoog, natuurlijk. Het was een redelijk groot risico om deel te nemen.”

enola: Een vergiftigd geschenk?
Van Landeghem: “Ja en nee, met negatieve commentaren moet je ook om kunnen.
Deman: Als iemand zegt “die hebben al een label”, dan moet je ook goed kijken welk label we hebben. We hebben voor een alternatief, specifiek label gekozen (Unday, jp). We hebben bewust niet gekozen om bij een groot, commercieel label te gaan. Hetzelfde voor onze booker en manager. We hebben een entourage gekozen waarbij we echt onszelf kunnen zijn en waar we niet door gepusht worden. Het is mooi dat we die kansen hebben gekregen en die mensen rond ons hebben kunnen verzamelen.”

enola: Hadden jullie die keuze tussen verschillende grote labels al, toen jullie bij Unday tekenden?
Van Landeghem: “Nee, op dat moment nog niet. Achteraf hebben we wel aanbiedingen gekregen van grotere labels, maar we zitten goed bij Unday. Grote labels zijn tof omdat je dan met grotere budgetten werkt, maar langs de andere kant kun je daar veel van je eigen identiteit kwijt geraken. In de meeste gevallen ben je puur een commercieel product. Ik had Unday en Zeal op mijn persoonlijk lijstje staan. We hebben niemand onze muziek opgestuurd, alleen naar een blog van iemand die blijkbaar stage gedaan had bij Unday. Die mensen begrijpen ons en willen dezelfde richting uit. We zijn nu twee jaar bezig en hebben een aantal releases gedaan, vree op’t gemakske, we krijgen ruimte om te groeien.”
Deman: “Door meer en meer in de business te zitten, ontmoet je artiesten die niet in onze positie zitten, die niet de vrijheid hebben die wij wel hebben: om bijvoorbeeld een cover te kiezen, of een producer.”

enola: De debuutplaat is voor volgend jaar gepland, daar wordt nu aan gewerkt, hoe ver staat het?
Deman: “Het is moeilijk, met zo’n volle concertkalender. Misschien hebben we daar niet heel diep over nagedacht toen de optredens vastgelegd werden. Dat belemmert ons nu wel een beetje. We kunnen er pas echt veel tijd insteken als de concerten afgelopen zijn na februari, maar ondertussen kunnen de ideeën al een beetje rijpen.”

enola: En het schrijven zelf, hoe gaat dat?
Van Landeghem: “We schrijven apart. Ik kan niet schrijven terwijl er iemand anders bij zit…”
Deman: “Ik ook niet! Ik denk dat het interessant is om dat apart te doen, ik geloof niet zo in jammen. Het blijft hoofdzakelijk iets van ons twee, maar als je kijkt naar de EP, heeft Pieter (Beulque, gitarist, jp) aan twee nummers meegewerkt. Er is soms wel inbreng van de andere leden.”

enola: Zijn er bepaalde platen waar jullie veel of vaker naar luisteren tijdens dat creatieve proces?
Van Landeghem: “Als ik aan het schrijven ben, probeer ik zo weinig mogelijk muziek te beluisteren, omdat ik me heel gemakkelijk laat beïnvloeden. Dat is niet altijd even goed. Maar wat ik schrijf zal altijd wel min of meer in dezelfde stijl zijn, ik zal me niet plots laten inspireren door een goeie plaat die net op dat moment is uitgekomen. Het gevaar dat er invloeden binnensluipen is groter bij muziek die ik al jaren ken. Ik luister sowieso niet veel naar muziek. Omdat ik ook zelf muziek opneem heb ik veel geanalyseerd en uiteindelijk kun je niet meer van een optreden genieten omdat je zodanig met de technische kant bezig bent.”
Deman: “Ik luister tijdens het schrijven dan weer wel veel muziek. Ook al hoor ik een nummer per ongeluk, ik ga op dat moment veel meer letten op de zanglijn. Of ik probeer erachter te komen waarom een nummer zo goed is. Wat is dat ene woord of die draai in haar stem dat het chique maakt? Analyseren dus, maar belangrijk: in heel verschillende genres, niet alleen voor de hand liggende nummers.”

enola: Wat altijd aanwezig is in jullie muziek is een zekere melancholie, ik moet vaak aan Jan Swerts denken.
Deman: (knikt) “We zijn heel erg fan van Jan Swerts.”
Van Landeghem: “Inderdaad. Ik heb hem per ongeluk leren kennen via een video op Poppunt. Zoals gezegd, ik beluister weinig muziek maar als er dan iets is dat me echt aanstaat, dan ga ik er ongelooflijk veel naar beginnen te luisteren. Anatomie van de melancholie heb ik bijna een volledig jaar elke dag beluisterd. Dat is echt een geniale plaat.”
Deman: “Als je die man ontmoet is dat totaal geen depressieve persoon, maar een fijne, humoristische man. Ik denk dat dat bij ons ook wel zo is, we hebben allemaal humor, terwijl onze muziek dat niet uitstraalt.”

enola: Fien, de teksten, van waar komen die?
Deman: “Meestal, als er al een basis is van piano of gitaar, dan zet ik mijn dictafoon aan en begin ik te zingen, een keer of vijf na elkaar. Soms zijn dat ook grammaticaal incorrecte zinnen, of zelfs geen Engels, dat maakt niet uit. Uiteindelijk blijf ik corrigeren tot het klopt. Maar ik zeg niet: “vandaag ga ik daar of daar een liedje over schrijven”. Dat gebeurt heel instinctief. Ik vind het niet tof als een artiest spontaan uitlegt waarover een nummer gaat. Dat moet je niet doen. Iedereen kan daar een verschillende invulling aan geven. Voor mij is een favoriet nummer zo speciaal omdat het voor mij iets bepaald betekent. Moest die artiest dan zeggen waar het echt over gaat, zou dat voor mij alles verpesten.”

enola: Tijdens concerten spelen jullie altijd een aantal covers, waarschijnlijk omdat er momenteel nog niet genoeg eigen nummer zijn, maar gaat dat zo blijven?
Van Landeghem: “Minder, maar het gaat wel blijven, ja.”
Deman: “Ik hoop het, altijd wel eentje dat ‘raar’ is. Dat vind ik leuk, als het een nummer is dat totaal niet bij ons past, maar dat wij doen passen. Ik wil het speelse in onze set behouden.”

enola: Jullie lijken me ook een groep die heel hard weet waar hij mee bezig is. Geen overhaast werk, mooie afgewerkte en vormgegeven producten.
Van Landeghem: “We nemen dat zelf graag in handen, gewoon omdat we die mogelijkheid hebben en omdat we met een klein en gemakkelijk team samenwerken. Op die manier moet je zelf veel contacten leggen, dat is heel interessant en het past in onze werkwijze. We weten ook niet altijd waar we mee bezig zijn, maar … we weten wel ongeveer wat we willen doen. Misschien komt dat over als zelfzeker, maar uiteindelijk … “

enola: Niet persé zelfzeker, maar zelfbewust.
Van Landeghem: “Ja, het is ook maar muziek dat we maken, hé, het is niet dat we de wereld gaan verbeteren. Het is allemaal relatief. We proberen gewoon zo nuchter mogelijk over alles na te denken.”
Deman: “Het is leuk om bijvoorbeeld voor het artwork samen te werken met mensen die we kennen, de video’s worden ook gemaakt door mensen die we kennen en die we een kans willen geven. Zoals Spookstad uit Gent, die onze laatste videoclip heeft gemaakt (voor “Fractures”, jp). Het artwork heeft mijn zus gemaakt, met een oude foto van mijn opa. Het is altijd leuker als je niet zomaar iemand moet bellen: “Hey, ik ken u niet, maar maak eens iets.””

enola: Hoe belangrijk is kleinschaligheid? Zouden jullie ooit in Vorst spelen, bijvoorbeeld?
Van Landeghem: “Als ze ons morgen vragen om in Vorst te spelen in het voorprogramma van pakweg Diplo, dan gaan we dat weigeren. Het zal wel tof zijn om voor achttienduizend man te spelen, maar het moet wel een beetje bij ons passen.”
Deman: “Als je kijkt naar wat wij de tofste shows vonden, dan reken ik Dranouter daar zeker bij, dat was een volle tent, maar in een klein zaaltje voor zestig man is ook leuk, de aantallen doen er niet echt toe. Waar ik wel verdrietig van zou worden, is dat er een moment komt dat je de gezichten van je fans niet meer kunt zien.”
Van Landeghem: “Dat is ook het voordeel van met een kleine booker te werken, die zegt: “Als je iets heel kleins wil doen, doe maar, ik moet geen commissie hebben”. In kleine zalen kun je achteraf gemakkelijker met de mensen praten en krijg je directe feedback op de nummers.”

enola: Lezen jullie vaak recensies?
Deman: “Vaak wel, we posten ze ook op onze facebookpagina. En dan bekijken we of we… Ja, we lezen eigenlijk wel veel recensies en zijn tevreden over wat er geschreven wordt. We zijn strenger voor onszelf dan eender welke recensent. We hebben nog nooit een volledig negatieve recensie gekregen. Dat zou misschien wel pijn doen aan ons hart, maar we zouden er wel over nadenken of de feedback die we krijgen interessant is voor ons. En of het ook voor onze fans klopt, want als het van iemand komt die het genre of een bepaald nummer niet snapt, dan kunnen we daar niet veel mee. Het belangrijkste is dat er genoeg mensen zijn die voldoening uit onze muziek halen en ervan genieten. Als je berichtjes krijgt op Facebook van mensen die een nummer op hun huwelijk gespeeld hebben, haal je er veel meer voldoening uit dan van een recensie.”

I will, I swear sluit het eigen concertjaar af op zondag 20 december in de Gentse Handelsbeurs.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − vier =