Cocaine Piss :: The Pool

Het slechte nieuws? The Pool verscheen een hele tijd geleden op cassette, maar die was binnen de week uitverkocht. Het goede nieuws: de twaalf ontvlambare brokken noisy hardcore zijn sindsdien digitaal aan te schaffen (name your price) en krijgen binnenkort een vinylrelease. Wees erbij.

Waarom? Omdat dit ongetwijfeld een van de beste, meest onweerstaanbare punkreleases is die de laatste jaren in deze regionen verscheen. Pere Ubu-opperhoofd David Thomas mag in een interview onlangs wel verklaard hebben dat punk dezer dagen vooral synoniem is voor clichématig entertainment dat vooral bestaat om merch te verpatsen aan goedgelovige dwazen in verwarde en bedorven culturen, maar David Thomas is natuurlijk ook een contraire zeur die altijd “LINKS” zal roepen als de meerderheid naar rechts neigt, en vervolgens gewoon achteruit loopt. Feit is dat wij ons met graagte omver laten kletsen door de furieuze punk van dit Luikse kwartet.

En we zijn blijkbaar niet de enigen, want voor een bandje dat eigenlijk weinig muziek in de aanbieding heeft (nog geen veertien minuten), konden ze toch al spelen in enkele van de klassieke punkbarakken in Vlaanderen, Brussel en Wallonië, mochten ze aantreden op de recentste Incubate-editie en zelfs in de geliefde rocktempel de AB. Dit is alleszins geen brokje mainstreampunk voor een breed publiek, hier worden geen voetbalslogans gezongen of petjespunk gejengeld. Daarvoor is The Pool te onstuimig, te lawaaierig, te hysterisch. Maar het feit dat er een vrouw aan het roer staat en dat de band uitpakt met een combinatie van arty invalshoeken en absurde humor, zijn natuurlijk wel troeven.

Twee songs zitten rond de twee minuten, vijf blijven fors onder de minuut en er wordt steevast van leer getrokken met een haast infantiele rechtlijnigheid. Songs blijven maar dreunen en dreunen op dat ene akkoord, zijn soms voorbij voor je goed en wel beseft wat er aan de hand is, terwijl het morsige samenspel van bas, gitaar en drums een enkele keer leentjebuur speelt bij de ontregeling van Black Flags Greg Ginn (“Pigeon”), maar net zo goed verwantschap aantoont met een paar generaties crustpunk en zelfs grindcore. Een paar keer pakt het kwartet uit met geschifte versnellingen en tegen de chaos aanleunende pokkeherrie.

En dan is er die zangeres, ergens met de attitude van Poly Styrene, maar dan met de tienermeisjeshysterie van Melt Banana’s Yasuko Onuki, terwijl her en der namen als Yoko Ono of Cindy Wilson van The B-52’s (toch wel, luister maar goed) door je hoofd schieten. Je hebt er doorgaans geen idee van wat het mens op haar lever liggen heeft, maar het levert wel onweerstaanbare bommetjes op als “Waiting” (ergens zit er daar eentje die vast spijt heeft dat hij geen “He’s just a friend of mine” mocht zingen bij Vaya Con Dios) en het vroegtijdig demente “Pussy”. Dat beginluik heeft trouwens nog wel een paar instant classics in de aanbieding, zoals de zesentwintig seconden van “Incest” en “Fuck This Shit”, dat samengevat wordt met, welja, een hele hoop ”Fuck this shit”.

Een enkele keer gaat het er even wat traditioneler aan toe, maar er duiken steeds opnieuw killerriffs (“Family’s Garden”) en moordzuchtige kerfpartijen (“Haute Couture”) op. In “Teapot” moet alles er plots uit in die laatste vijftien seconden, terwijl wordt afgesloten met Pretty Face”, een song die ons als geen enkele andere Belgische song het voorbije jaar goesting geeft om het kot compleet af te breken met een voorhamer. En zo hebben we hier verdomme bijna elke song erbij zitten slepen, wat dan weer voldoende zegt. Een wijzer, completer mens word je er misschien niet van, maar de opwinding, attitude en sound zijn de ideale soundtrack bij de volksrevolutie waar we stilaan klaar voor zijn in deze wannabe politiestaat. Fuck that shit, inderdaad. Word wakker.

De release verschijnt ergens in december bij Hypertension Records, in beperkte 12” vinyloplage. En in februari trekt het kwartet de studio in met Steve Albini.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 10 =