Tom Robinson :: ”Goeie muziek vinden, daar draait mijn leven nu rond”

Tom Robinson mag dan al enige tijd uit de schijnwerpers verdwenen zijn (zijn laatste studioplaat dateert alweer van 1996), toch blijft de Britse bard ook in de schaduw van zijn pensioen een bezige bij. Hij werkt al jaren bij BBC Radio 6 en straks staat hij ook nog eens in de Antwerpse Roma voor de jaarlijkse Castaway Party. “Het is voor een muzikant nog nooit zo gemakkelijk geweest om muziek te maken.”

Robinson, jaargang 1950, heeft een rijkgevuld leven achter de rug, met veel hoogtes en laagtes. Omdat we graag bergopwaarts werken, beginnen we maar in zo’n dal; toen hij als dertienjarige zoon uit de beschermde omgeving van een goed bemiddeld gezin verliefd werd op een jongen. Niet iets dat in het Groot-Brittannië van de jaren zestig goed viel. Op zijn zestiende probeerde de jonge puber dan ook zelfmoord te plegen, maar gelukkig voor hem en ons liep dat goed af.

Tom Robinson: “Mijn leven begon nadien, toen ik naar Finchden Manor ging, een 16de-eeuws herenhuis in niet al te goede staat waar zo’n 40 à 50 jonge mannen tussen 14 en 23 verbleven. Je moest er overigens niet eens weggaan als je meerderjarig werd, je kon zo lang blijven als nodig was. En soms was het een chaotische boel ook. Die plaats heeft mijn leven gered. Ik kon er ontdekken wie ik was en welke waarden belangrijk waren voor mij.”
“De oprichter van het huis was dr. George Lyward, een erg vooruitstrevend man voor die tijd. Hij bedacht dat het beter was om jongeren te laten samenwonen, zodat ze kunnen functioneren in een normale situatie. We waren allemaal opgegroeid in een omgeving waarin we niet konden aarden, we waren afgestompt. Finchden Manor gaf ons de kans om jong te zijn, zonder druk van buitenaf. We konden ons concentreren op de dagdagelijkse routine, zoals eten, afwassen, opruimen. Je moest om beurten verschillende taken in en rond het huis doen. We deden de afwas dus niet omdat dat opgelegd werd, maar omdat er 40 mensen zaten te wachten op propere borden en glazen. Je bekwaamde je in juister reageren op situaties. Finchden Manor maakte mij bewuster van de buitenwereld. Ik kreeg er mijn zelfvertrouwen terug, en ontdekte de muziek.”

enola: Eén van je muzikale helden was Ray Davies, hij heeft een album van je eerste groep (Café Society) geproducet.

Robinson: “Hij werkte met ons zoals anderen met hem werkten. Als hij een album maakte, had hij niet veel te zeggen over welke liedjes erop kwamen, of over de marketing. En zo ging het ook bij ons. In die dagen hadden muzikanten weinig in de pap te brokken. Het duurde een eeuwigheid vooraleer hij eraan begon en zelfs dan had hij nauwelijks tijd. Op een dag kwam zijn broer Dave langs en toen kwam er ineens schot in de zaak. Echter, een dag of twee later verscheen een schimmige figuur in de achtergrond. Het bleek Ray te zijn. Nog een dag later was Dave verdwenen. En de dag daarna was ook Ray foetsie, want hij moest op tournee met The Kinks. Het was echt frustrerend.”
“Een paar jaar geleden liep ik hem tegen het lijf. Hij vroeg me al lachend of ik bij zijn nieuw platenlabel wou komen. We konden er gelukkig allebei om lachen.”

enola: Daarna kwam de Tom Robinson Band, in het midden van de punkperiode, maar jullie waren geen typische punkers.

Robinson: “Ik was te oud om een punker te zijn, 10 jaar ouder dan The Sex Pistols. Mensen zoals Elvis Costello, Ian Dury en ik waren niet alleen ouder, we waren ook meer rock en new wave. Het is al een hele tijd geleden, maar als ik het mij goed herinner was het een ‘wij tegen hen’ situatie. De muziekindustrie was geschokt over de hele punkattitude, dus ofwel was je voor, ofwel was je tegen. En omdat wij ‘voor’ waren, beschouwden de punkers ons als bondgenoten.”

enola: In het begin van de jaren 80 verhuisde je naar Duitsland.

Robinson: “Het eerste album van TRB, Power in the Darkness, verkocht heel goed. Met de opbrengst maakten we ons tweede album TRB2, maar dat ging al veel minder over de toonbank. Daarna gebruikte ik mijn deel van het geld om een eigen project (Sector 27, kvp) te financieren, maar dat liep slecht af. Toen kwamen de belastingen langs. Mijn manager ging failliet, dus wilden ze mijn geld. Ik ben het land uitgevlucht, anders hadden ze mijn enige bezit, een huis in Hammersmith, in beslag genomen.”
“Toen ik in Duitsland was, schreef ik War Baby, wat een enorme hit werd. Met die opbrengst heb ik al mijn schulden afbetaald en ben ik naar Engeland teruggekeerd.”

enola: Waarom Duitsland?

Robinson: “Omdat het een uitdaging was. Ik was heel goed in Frans op school en ik hou enorm van talen, maar Duits lukte om de een of andere reden niet. Ik was met TRB in Duitsland geweest en het frustreerde me enorm dat ze ons altijd in het Engels aanspraken, alsof wij kleine kinderen waren.”

enola: In de jaren 90 kwamen er nog een paar albums uit, maar voor de rest was het redelijk stil rond jouw persoon.

Robinson: “Als je succes wil hebben in de muziek, moet je getrouwd zijn met je carrière en 24 uur per dag bezig zijn met muziek. Want er staan velen te wachten om je plaats in te nemen. Familie, vrienden, dat is allemaal uit den boze op zo’n moment: een te zware prijs voor succes voor mij. Ik ging kapot aan die druk in de jaren 70: ik heb twee depressies gehad, een zelfmoordpoging en ben 10 jaar in therapie gegaan. Om nog maar te zwijgen van de drugs en de slechte gezondheid. Ik heb geluk gehad; ik heb 3 of 4 grote hits gehad in mijn carrière, dat is meer dan de meeste mensen.”
“Nu geef ik workshops aan jonge muzikanten zodat ze kunnen leren hoe ze met de muziek en de muziekindustrie moeten omgaan. Mijn advies is ‘focus op de muziek, maak je geen zorgen over het succes’.”

enola: Vind je het je plicht om dat te doen?

Robinson: “Niet echt, ik vind het leuk om te vertellen wat ik weet. De ‘oude man’ zijn die zijn kennis doorgeeft, dat geeft me een goed gevoel.”

enola: Stel dat je geen muzikant geworden was, zou je dan in de sociale sector terechtgekomen zijn?

Robinson: “Ik denk het niet. Ik ben een performer, een showman. Ik leg de vinger op de wond, maar doe er niet echt iets aan. Schrijven over bepaalde onderwerpen is niet hetzelfde als je mouwen opstropen en proberen het in orde te brengen.”

enola: Heb jij een publiek nodig?

Robinson: “Ja, ik zoek de aandacht op en door over mijn problemen te vertellen, hoop ik iemand anders te helpen. Dat is de extra bonus, maar niet de belangrijkste motivatie. Ik denk niet dat ik de ganse wereld kan veranderen door muziek te maken, zo werkt het niet volgens mij.”

enola: Wil je mensen bewust maken?

Robinson: “Nee, ik denk dat de mensen best wel weten waar er problemen zijn. Neem nu Live Aid. Iedereen wist dat er hongersnood was in Afrika, dat moest Bob Geldof ons niet vertellen. Hij zorgde er wel voor dat mensen geld gaven om te proberen het probleem op te lossen.”

enola: Je bent altijd heel open en eerlijk geweest over je privéleven. Heb je daar nooit spijt over gehad?

Robinson: “Ik heb me nooit verstopt, ik vind dat ik mij nergens om hoef te schamen.”
“Dat gezegd zijnde; ik heb er wel altijd over gewaakt dat er geen foto’s van mijn kinderen publiek werden. Mijn vrouw daarentegen vindt het niet erg dat mensen weten wie ze is. Er is openheid en openheid. Ik heb er geen problemen mee om te vertellen dat ik biseksueel ben, omdat ik zo misschien anderen kan helpen. Ik weet hoe de muziek mij vroeger geholpen heeft en als ik dat verschil kan maken voor iemand anders, graag.”

enola: Waarom heb je al je muziek online gezet, zodat iedereen het gratis kan downloaden?

Robinson: “Ik had er genoeg van dat mensen klaagden over hoe de piraterij de muziekindustrie om zeep hielp. Ik wou aantonen dat het goed is om muziek te verspreiden. Ik heb liever dat duizend mensen mijn muziek horen en er niks voor betalen, dan dat er maar tien mensen voor betaald hebben.”

enola: Wat vind je van Spotify en andere streaming services?

Robinson: “Dat is een moeilijke. Hoe gaat diegene die de muziek gemaakt heeft eraan verdienen? Bepaalde mensen verdienen veel geld, en het is niet de muzikant. Eigenlijk is het gewoon een platenfirma onder een andere vorm.”

enola: Heeft muziek nog een toekomst?

Robinson: “Het is voor een muzikant nog nooit zo gemakkelijk geweest om muziek te maken, want je hebt zelf alle controle. Je moet alleen maar goed zijn. Toen ik begon, moest je goed zijn, geluk en geld hebben, en de juiste contacten hebben.”

enola: Is dat niet wat kort door de bocht?

Robinson: “Oké, je moet niet goed zijn, ‘you need to be really fucking good’. Maar als je erin slaagt om de volgende Creep of Champagne Supernova te schrijven en je zet het op je Youtube-kanaal, wat denk je dat er gaat gebeuren?”
“Maar natuurlijk, je moet minstens zo goed zijn als Creep, pas dan volgt het succes. Het is een fantastische tijd voor echt talent. Er wordt veel muziek gemaakt momenteel en niet alles is echt goed. Die goede muziek vinden, daar draait mijn leven nu rond.”

enola: Op 31 januari ben je in de Roma in Antwerpen om na 35 jaar Power in the Darkness volledig te spelen. Van wie kwam dat oorspronkelijke idee?

Robinson: “EMI wou een TRB Anthology te maken, met alle albums, concertopnames en BBC-sessies van toen. Het was hun laatste wapenfeit voor ze door Warner Bros. werden opgeslokt.”

enola: Was het gemakkelijk om de groep te overtuigen om terug op te treden?

Robinson: “Voor geen geld in de wereld wil ik met die mensen nog op een podium staan. In 1989 zijn we nog eens samengekomen en dat was het afschuwelijkste jaar uit mijn muzikantenbestaan. Toen de groep ontstond in de jaren 70 was ik niet de gemakkelijkste, we hebben elkaar het leven zuur gemaakt. Ik heb hen niet eerlijk behandeld en zij mij ook niet. Ik dacht dat het na 10 jaar een goed idee was om het goed te maken, maar al wat zij wilden, was wraak. Toen ik dat eindelijk besefte, waren we een jaar verder.”
“Nu breng ik het album met Adam Phillips, Jim Simmons en Andy Treacy. Met hen werk ik al 15 jaar samen en muziek is het enige wat telt voor ons.”

enola: Je hebt een speciale band met België. Listen to the radio was een grote hit hier. Weet je ook waarom?

Robinson: “Geen idee. Soms wordt een bepaald lied in een land opgepikt. Hetzelfde gebeurde in Italië met Still Loving You. Afvragen waarom doe je niet, je zegt alleen ‘dank u’.”
“Ik werd in 1992 gecontacteerd door Jean Tant, die dacht dat hij mijn carrière terug op de rails kon zetten. Eerst deed ik een solotournee in cafés. Dat sloeg aan, er was veel mond-tot-mondreclame. Het laatste concert, in een zaal in Brussel, was volledig uitverkocht. En daarna kon ik ook op enkele zomerfestivals spelen. Ik sta behoorlijk in het krijt bij hem.”
“Sindsdien is er dus die connectie met België. Tijdens de solo-optredens had ik veel contact met de mensen en ik reed zelf van café naar café.”
“En dan zijn er natuurlijk ook de Castaway Parties. Eenmaal per jaar zak ik naar België af. Die optredens worden al jaren georganiseerd door Diethard Monbaliu. Hij was eerst de lichtman, maar gaandeweg begon hij meer te helpen en mee te organiseren. Ik heb jaren gedacht dat hij een nine-to-fivejob had, maar blijkbaar heeft hij een hoge functie in het UZ Leuven en reist hij de wereld rond om op conferenties te spreken.”

enola: Waar komt de naam Castaway eigenlijk vandaan?

Robinson: “Van Robinson Crusoë. Er is natuurlijk het lied Castaway dat op Having it Both Ways staat, maar dat kwam later. Eerst was er Castaway Records, waarop ik mijn platen uitbracht in de jaren 80. We hebben die naam gekozen omwille van de Robinson Crusoë-connectie.”

enola: Wat brengt de toekomst?

Robinson: “Ik amuseer me rot op de BBC (sinds 2002 werkt hij bij Radio 6, kvp), dus zolang ze mij daar willen, blijf ik. Ik schrijf nog liedjes en misschien breng ik ooit nog wel een album uit. Maar dat is niet zo evident, want mijn leven draait bijna volledig rond mijn werk voor de BBC.”
“Ik heb al bij al een goed leven gehad, ik hoop dat het nog lang mag blijven duren.”

Op 31 januari staat Tom Robinson in de Roma in Antwerpen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × een =