San Fermin :: San Fermin

Jonge artiest zondert zich af in de natuur om een gevoelig plaatje te maken over nostalgie, verlangen, verlies van onschuld en de eerste luduvudu. In muziekkringen heet dat dan een “Bon Ivertje doen”. Met diens ingetogen, ruwe For Emma, Forever Ago heeft dit debuutalbum van Ellis Ludwig-Leone uit Brooklyn niets van doen: dit is een excessieve, barokke popplaat die zijn eigen grenzen niet kent.


Songschrijver Ludwig-Leone heeft het dan ook nogal ambitieus aangepakt: strijkerskwartetten, blazers, soprano’s, je kan het zo gek niet bedenken of het staat op dit album. Bovendien heeft Ludwig-Leone de bariton van Allen Tate en soprano’s van Jess Wolfe en Holly Laessig zijn complexe nummers laten inzingen. Klinkt een beetje veel zegt u? Wel, ja.

We zijn nog geen twee minuten onderweg in openingstrack “Renaissance” of we hebben er al een vrouwenkoor, een mini-orkest (in tragische Mahler-modus), een tweetal tempowisselingen en blazers op zitten. Zelfs Sufjan Stevens had het zo gek niet kunnen bedenken. Om maar te zeggen: minimalisme moet je van dit album niet verwachten, wat ook al blijkt uit de tracklist met maar liefst 17 nummers. Het getuigt van ambitie, maar vooral van overmoed en van weinig kritische songselectie.

De plaat telt bovendien een handvol zinloze, overbodige muzikale intermezzo’s en staat bol van de romantische hyperbolen: “I can’t fall asleep in your arms/So tell me a story/And I’ll put myself to sleep”, zo zingt ie in “Casanova”. Het nummer is zo gemaakt tragisch (die vrouwenkoortjes, die diep trieste viool, de drum die invalt naar het einde toe) dat we het tot in onze ribben voelen kriebelen van de lach bij zo veel postadolescente romantiek.

Diezelfde klacht gaat overigens ook op voor “Methusela”, één van de vreemdste vrouwennamen die wij ooit als titel zijn tegengekomen. Ook hier trekt Ludwig-Leone weer een blik strijkers open en aan het einde vallen de blazers weer in, tot vervelens toe. Geef ons dan maar het ruwere “Torero” (ook hier weer die verrekte blazers) of het exuberante, chaotische “The Count”, vol kreunende vrouwenstemmen, een saxofoon die in alle staten verkeert en een zeeziek ritme dat wegvalt en weer optrekt. “I can’t fall asleep in your arms” wordt conceptalbumgewijs hier nog eens herhaald. Jawel, we hebben met een Artiest te maken, dames en heren.

Single “Sonsick” is wel volledig raak: hier vallen de arrangementen, de felle vrouwenzang, de kakofonische elementen en de blazerssectie prachtig samen. In één triomfantelijke, desoriënterende spiraal van een popnummer, grijpt de tekst de verwarring van ouder worden, vrienden en liefdes die uit elkaar groeien stevig bij het nekvel.

Na track 10 “The Count” is het vet al van de soep. We hebben dan nog zeven nummers te gaan, maar de plaat zakt genadeloos in onder zijn eigen copieuze gewicht. “Bar” verzuipt stuurloos naar de diepte en wordt gevolgd door nog enkele zinloze instrumentale intermezzo’s die niets toevoegen aan het geheel. “Daedalus (What We Have)” is wel nog interessant, maar wij moeten ondertussen bekomen van de indigestie na zo veel muzikale excessen en drama. Afsluiter “Altogether Changed” is overigens in canon en, bedoeld of niet, ronduit hilarisch. Wat is die Ludwig-Leone zijn probleem eigenlijk? Was er geen gladjanus van een producer ergens in de buurt die hem had kunnen vertellen dat hij zich wat moest inhouden?

Dit album is eigenlijk het equivalent van een kind dat voor het eerst een doos met 36 potloden gekregen heeft en er zomaar in het wilde weg mee op los begint te krabbelen. Het ontbreekt Ludwig-Leone niet aan creativiteit of gevoel voor arrangementen, wel aan goede songs. Het is gewoon te veel: te veel strijkers, te veel blazers, te veel semitienerromantiek, te veel tempowisselingen, te veel, te veel. Wat rijmt er ook alweer op “This mess is a bore”?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 7 =