TW Classic 2013 :: Bruce! Bruce! Bruce!

Bruce Springsteen stond op TW Classic. We herhalen: Bruce Springsteen stond op TW Classic. Het was, met andere woorden, geen match voor de tegenpartij; dit konden ze niet winnen. Maakte ook allang niet meer uit, want: Bruce Springsteen stond op TW Classic en maakte elke minuut wachten de moeite waard.

Dankzij de ongenadig brandende zon en allerhande opblaasspeelgoed (tot heelder salons toe), lijkt de wei van TW Classic nog het meest op Blankenberge-zonder-zand-en-water, de ideale plek om bij een lauw geworden pint uw roodverbrand kleurtje bij te werken en ondertussen de gazet te lezen. Dat op het podium Ben Harper & Charlie Musselwhite de aandacht proberen te trekken, doet niet voor iedereen evenveel ter zake (het is toch voornamelijk wachten op Bruce, al zal die pas zes uur later aantreden). De oerklassieke blues waarmee het duo dit aanpakt, is helaas ook niet van die aard dat het publiek erdoor uit zijn halfslaap gewekt zal worden.

Harper staat hier immers niet in zijn gewone hoedanigheid, maar tourt met Charlie Musselwhite, een blanke bluesman van achter in de zestig. De setlist wordt vandaag grotendeels geplukt uit Get Up!, dat het duo dit voorjaar uitbracht, en hoewel de twee onmiskenbare topmuzikanten zijn, klinken de nummers nogal inwisselbaar. Hier een stompend ritme op de podiumvloer, daar een scheurende mondharmonica, wat slidegitaar ertussen, en klaar: dat is zowat het vaste recept voor songs als “I’m In I’m Out And I’m Gone” of “When It’s Good”. Zelfs met een raspaard als Harper in de rangen, mag het toch iets meer zijn.

Gelukkig zit er af en toe een meer memorabele uitschieter tussen: “Homeless Child”, waarin Harper zijn slide mag doen jammeren zoals alleen hij dat kan, en Musselwhite de tekst declameert als was hij dertig jaar jonger, maar vooral ook de ingehouden maar daardoor des te dreigendere slow burner “I Ride At Dawn” (“I was born for battle/I was born to bleed” — bepaald geen liefdesliedje dit). Op die momenten onderscheiden Harper en Musselwhite zich van het leger bluesmuzikanten dat hen met hetzelfde geluid al voorging, en stuwen ze elkaar verder de hoogte in. Dàt hadden we graag vaker gezien, in plaats van de blues by numbers die iets te vaak de bovenhand nam.

Wat staat Santana daar te doen? Maar je kijkt eens rond, en je beseft dat dit net zo goed het strand van Copacabana zou kunnen zijn. Samba en carnaval is dus op zijn plaats, maar dan met toegevoegde notenneukerij. De oude Mexicaan kan nog altijd friemelen met zijn gitaarsnaren als geen ander, maar God, wat is dit vervelend. “Black Magic Woman”, “Maria Maria”, en andere “Smooth”‘s passeren dan ook over de wei, zonder dat een luisterend oor ze echt oppikt. Daarvoor is het te gezellig op het strand, moet er dringend bijgekletst, bier gehaald, of een frietje gestoken worden. “Oye come va?” Comme çi, comme ça.

Dan vergaat het Keane beter. Frontman Tom Chaplin staat er nog scherper op dan zijn al afgekickte zelf op Pukkelpop vorig jaar en de band achter hem met songschrijver Tim Rice-Oxley op toetsen is een gerodeerde hitjesmachine geworden die een wei kan inpakken en dat ook doet vanaf opener “You Are Young” en het met een dansende piano gezegend “Bend And Break”. Natuurlijk; het blijven ietwat te beleefde upper-class twits, maar je vergeeft het hen wel. Dit is een band die noopt tot meezingen uit volle borst, met zijn kristalheldere ABBA-achtige melodieën als in het meeslepende “Silenced By The Night” of “Everybody’s Changing”.

Met een ingetogen “We Might As Well Be Strangers” herschept Chaplin de weide tot een gezellige woonkamer, maar alles wel beschouwd: dat salon van daarstraks stond toch al klaar. Even brommen we nog even “Niet te veel slows, jongens!” wanneer de groep daar nog “Nothing In My Way” achter aan gooit, maar een slot met kleppers als “This Is The Last Time” en “Somewhere Only We Know” en een euforisch “Crystal Ball” zetten dat dipje recht; eindelijk is het publiek een beetje opgewarmd.

En dan is het tijd voor The Boss. “Can you feel the spirit of the night?” galmt hij van uit de coulissen vooraleer The E-Street Band het nummer inzet als begin van een eucharistie die alle menselijke emoties zal verkennen. Woede in een stampend, folky “Death To My Hometown” en een massaal meegebruld “Born In The U.S.A.”, lust in een feestelijk “Hungry Heart”, en zoveel meer. Naar een Springsteen concert gaan is lid worden van een kerk, je overgeven aan de voorganger die met zijn kortverhalen het Leven Zoals Het Is zin geeft; je optilt uit de ellende waarin “The River” je achterlaat; kapot van de wanhoop van dat finale “Down to the river though I know the river is dry”. En dus is het “Shackled And Drawn”, met zijn talrijke starts en stops, meegezongen, meegeklapt en meegestampt, dat de essentie vat: een concert van Bruce Springsteen & The E-Street Band onderga je niet, dat beleef je; je bent er deel van. Dit draait om de kortstondige gemeenschap van dat moment; een massa mensen, hoe divers ook, verenigd in hun liefde voor ‘s mans oeuvre en wat het betekent voor hen. “The Rising” was altijd bedoeld als catharsis; toen voor het Amerikaanse volk, post 9/11, nu voor iedereen, voor wat dan ook. Het “Lalala”-refrein, hoe leeg ook, is net daardoor dat: verlossing.

Meer en meer laaft The Boss zich ook aan de invloeden van gospel en soul. Wanneer hij met Ben Harper de wanhoop van “Atlantic City” vertaalt naar een Seeger Sessions-achtige folkversie, eindigt dat met de bijna religieuze mantra “Maybe everything that dies, someday comes back” uit duizend kelen; even later breit hij een flard “People Get Ready” van Curtis Mayfield aan “Land Of Hopes And Dreams”. Maar net zo goed worden vandaag uitzonderlijk veel oude rock-‘n-rollhelden geëerd. Elvis tot tweemaal toe, met een aanvraag uit het publiek voor “Jailhouse Rock” en “Follow That Dream”, en in de bisronde passeren nog een furieus “Twist And Shout” van The Top Notes (Rockmuziek was pas geboren, maar veel beter dan dit werd het nooit meer) en “Shout” van The Isley Brothers.

Dat kun je ook alleen maar met veelzijdige, als een uurwerk spelende muzikanten als de “heart-stopping, pants-dropping, house-rocking, earth-quaking, Le-gen-dary E – Street – Band!“. Zij spreiden het bed waarop The Boss zich in alle vertrouwen alles kan permitteren; wordt van op het afgekraakte Human Touch “A Man’s Job” aangevraagd via een knuffelbeer (“By God, he’s gonna hear it!”, aldus de zanger), dan zet de groep dat zonder problemen in. Het toont ook de diversiteit van ‘s mans oeuvre: wat voor jou niet echt had gemoeten, is andermans lievelingsverzoekje. Een ouder koppel steekt je net voorbij, een jong meisje mag even op het podium meezingen met “Waiting On A Sunny Day”, en je vraagt je onwillekeurig af hoéveel generaties Springsteen ondertussen al geraakt heeft.

Vanavond geen integrale platen zoals op de concerten van de voorbije maanden. We hadden nochtans kaarsen gebrand voor Darkness On The Edge Of Town, maar op een daverend “Badlands”, dat het vuur traditioneel aan de lont steekt, na wordt die plaat vandaag genegeerd. Liever brengt The E-Street Band vandaag met “Darlington Country” en “Bobby Jean” wat minder evident werk.

Kippenvel in de eindspurt nog met een loeiend “Tenth Avenue Freeze-Out” waarin de schermen hulde brengen aan overleden saxofonist Clarence Clemmons; zo’n “Big Man” dat hij tegenwoordig wordt vervangen door een complete blazerssectie, met neefje Jake Clemmons om de grote schoenen op overtuigende wijze te vullen. Springsteen ontfermt zich over zijn kuiken, laat hem schitteren, en stuurt hem zelfs vrouwen, wanneer een boordje “Jake, Let’s Dance” daar om vraagt. En dan is het echt gedaan met een intens, akoestisch gebracht “Thunder Road”; “show a little faith, there’s magic in the night”. Er is geen woord van gelogen.

The Boss was maar één ding vandaag naast alweer — sorry — geniaal; te kort. Krap twee uur en een half is niet genoeg om iedereen tevreden te houden. Maar zo is het misschien goed; je moet de mensen een beetje hongerig houden. Die vier uur die echte E-Street Bandconcerten tegenwoordig al eens kunnen duren houden we wel te goed voor een volgende keer. Toch, Bruce?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 10 =