Andreas :: Rork: 0. De geesten Integraal 1. Doorgangen Integraal 2. Terugkeer

Met de integrale editie van Rork maakt Sherpa een regelrechte cultreeks weer beschikbaar. Naar goede gewoonte levert de uitgeverij mooie, verzorgde bundelingen af.

De Duitser Andreas Martens tekende de reeks tussen 1978 en 1992, al werd de continuïteit doorheen die periode niet altijd behouden. Dat had voornamelijk te maken met het uitblijven van succes toen de eerste delen verschenen in het magazine Tintin. De redactie van het tijdschrift en de lezers lagen nauwelijks wakker van de mysterieuze avonturen van de witharige tovenaar. Pas toen de verhalen als op zichzelf staande strips op de markt verschenen, vormde zich een kleine groep trouwe fans. Voor het grote publiek bleek Rork te hermetisch: passages en intermezzo’s zijn niet altijd meteen te plaatsen in het grote geheel waardoor meerdere leesbeurten noodzakelijk zijn om door het versplinterde karakter van de strip heen te kijken.

Voor de Rork-ingewijden staat de reeks garant voor vele uren leesplezier én puzzelwerk. Sommigen voelden zich geroepen om de strip te duiden in uitvoerige artikels. Wanneer de verspreiding ook nog te wensen over laat, verwordt de reeks tot cult van mytische proporties. Ook deze uitgave van Sherpa is gelimiteerd: van elk boekdeel worden slechts 1000 exemplaren gedrukt. Een herdruk werd door de uitgeverij meteen uitgesloten.

Het totale pakket bestaat uit drie boekdelen. De reeks werd verdeeld over twee lijvige, fraai uitgegeven hardcovers. Ter gelegenheid van de publicatie van de integraal schreef Andreas recent nog een laatste Rork-strip, het kleurloze 0-nummer De geesten, waarmee deel 1 opent. Hetzelfde verhaal wordt ook afzonderlijk en ingekleurd gepubliceerd in een dunner derde boek.

Toen Andreas 35 jaar geleden de figuur Rork bedacht, had hij geen lang verhaal voor ogen. De eerste kortverhalen zijn dan ook losstaande, beknopte anekdotes die in het niets oplossen voor ze goed en wel begonnen zijn. Tekenstijl, perspectief en bladspiegel zijn opvallend schatplichtig aan Amerikaanse comics. Die voorliefde uit zich in Rork trouwens ook in de keuze van enkele namen van personages die verwijzen naar comic-tekenaars. Zo passeren Bernard Wright (Bernie Wrightson) en Adam Neels (Neal Adams) de revue.

Veel komen we in de eerste strips niet te weten over de figuur Rork: de man beschikt over kennis van bovennatuurlijke krachten en is eeuwenoud. Zijn typische verschijning — spierwit haar en gitzwarte mantel — staat op dat moment nog niet op punt. Pas in 1980 wordt duidelijk dat Andreas uitgebreide plannen heeft. De tekenstijl evolueert richting de Europese strip en vanaf De terugkeer van de vlek komen de verschillende verhaallijntjes met mekaar in aanraking. In De lange nacht, het begin van de oorspronkelijke bundeling Doorgangen (1981), tekent Andreas voor het eerst in functie van een langlopende reeks. Rorks verleden wordt geduid — we leren hem kennen als een filosoof van het bovennatuurlijke — en onsamenhangende verschijnselen maken plaats voor de eerste verwijzingen naar geestelijke en werkelijke realiteit.

Die wending geeft Rork een voorname plaats tussen andere doorwrochte, fantastische en magisch-realistische strips van dezelfde periode: De dorpsgek van Schoonvergeten (Comès, 1979), De Duistere Steden (Schuiten & Peeters, vanaf 1983), De Chninkel (Van Hamme & Rosinski, 1986)… Met Schuiten en Peeters deelt Andreas trouwens Franklin Booth als inspiratiebron. De auteurs loodsen weidse, mystieke landschappen met veel oog voor architecturale details in hun strips binnen.

De invloed van de Amerikaanse graficus Booth wordt heel concreet wanneer Andreas gotische bouwwerken een prominente rol geeft in Het kathedralenkerkhof. De reeks loopt op dat moment bijna tien jaar en de tekenaar heeft zijn stijl volledig laten openbloeien. Andreas ruilt de pen voor een viltstift waardoor zijn lijnvoering veel directer wordt en de tekeningen aan kracht en helderheid winnen. Door met de plaatsing, vorm en richting van de kaders te spelen, gaan ze deel uitmaken van het verhaal — bijv. wanneer Rork over Lévèc heen loopt. Later wordt dat gegeven verder uitgewerkt: in Afdaling (1992) wordt Rorks tocht naar het binnenste van de machine en van zichzelf extra benadrukt door onconventionele kadrages.

Afdaling is het voorlaatste hoofdstuk van de Rork-cyclus en het louteringsmoment. Als jonge man kon Rork Faustgewijs geen genoegen nemen met de hem beschikbare kennis, waarna zijn leermeester hem het mysterie van de doorgangen naar andere werelden onthult. Wat volgt is een zoektocht naar de (on)werkelijkheid van het eigen ik en de wereld rondom, waarmee meteen duidelijk wordt dat o.a. de boeken van H.P. Lovecraft en Philip K. Dick (die ook al een cameo heeft in de vorm van Dr. Pequadet) Andreas hebben beïnvloed. De metafysische ontdekkingsreis komt tot een hoogtepunt in Afdaling waarin Rork (we zijn dan al te weten gekomen dat zijn naam staat voor “de idee”) geconfronteerd wordt met een “aanwezigheid”. Onderweg passeert Rork zijn eigen Styx en komt uiteindelijk herboren terug.

Wat deze strip zo indrukwekkend maakt — stilte, het suggestieve karakter — ontbreekt helaas in het laatste deel. Wegens commerciële redenen werd besloten het aantal pagina’s van het slot beperkt te houden. Het resultaat is een sneltreinvaart die breekt met de rest van de cyclus. Het is een euvel dat met een integrale uitgave overbenadrukt wordt. Dat neemt niet weg dat Rork als geheel een buitengewoon sterke strip is, waarin het verhaal organisch groeit, alsof je als lezer toekijkt hoe de auteur de dingen zelf ontdenkt en laat ontstaan.

De laatste toevoeging, het aparte verhaal De geesten, herneemt grotendeels de thema’s van de volledige reeks. Een fysieke zoektocht blijkt een innerlijke te zijn. De ingekleurde versie is opvallend fel van toon en de zwart-wituitvoering geeft een heel verschillend resultaat: de tekeningen creëren zonder kleur een opener gevoel, maar boeten tegelijk in aan diepte. Zeker bij de bladvullende platen komt Andreas daardoor in de buurt van het werk van Aubrey Beardsley, en hier en daar knipoogt hij zelfs naar de horror vacui van arabesken. De lijnvoering wint door de afwezigheid van kleur tevens aan scherpte. Bijgevolg krijgt een figuur als Nemengar met zijn puntige neus een veel rauwer profiel.

Deze integrale uitgave biedt nog wat extra: een kort essay op basis van een recent interview en enkele grote, ongepubliceerde tekeningen. Voor de deeltjes van de nog lopende reeks Capricornus — sterk verweven met Rork — zorgt u zelf.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =