Tinneke Beeckman :: Door Spinoza’s lens

Benedictus de Spinoza (1632 – 1677): Bertrand Russell typeerde hem als “the noblest and most loveable of the great philosophers”, Einstein schreef in een gedicht zijn adoratie voor hem uit, Herman De Dijn doet er al een ganse loopbaan gedegen onderzoek naar, Etienne Vermeersch las, na zijn eerste hartaanval, in diens Ethica om op zijn ziekbed tot rust te komen. Irvin Yalom goot de ideeën van de denker in romanvorm, Jaron Beekes verstripte ze. En al wie ooit een basiscursus filosofie volgde, herinnert zich wellicht de term ‘pantheïsme’. Ook filosofe Tinneke Beeckman getuigt op een puike en inspirerende wijze hoe haar geestelijke compagnon de route uw denken grondig kan beïnvloeden en wijzigen.

Door Spinoza’s lens (Spinoza verdiende de kost als lenzenslijper) behandelt vanuit een spinozistische blik zes thema’s in evenveel hoofdstukken, telkenmale voorzien van een heldere intro en een meer dan degelijke samenvatting: vrij debat en geloof, revolte en manifestatie, politiek en moraal, meditatie, Darwins evolutietheorie en ter afsluiting seksualiteit. Het is een boek dat je niet in een ruk uitleest. Je moet het af en toe een poosje wegleggen om de ideeën die erin staan te laten inwerken. Beeckman wijst erop dat de hoofdstukken ook afzonderlijk gelezen kunnen worden en de herhaling van de vele, vaak abstracte spinozistische inzichten of begrippen, of het nu gaat om ‘conatus’ of ‘potentia’, is bovendien heel nuttig omdat de lezer constant bijgespijkerd wordt.

Beeckman bespreekt de tegenstellingen van Spinoza tot filosofen als Hobbes, Locke, Thomas Aquino of Thomas More en diens bewondering voor Machiavelli en treft doel met haar eigen inzichten over het uitzinnige neoliberalisme en de daaraan gekoppelde onmacht van regeringen en politici. Tevens houdt ze de hedendaagse marxistische visie van Negri en Hardt tegen het kritische licht van Spinoza. Het moge duidelijk wezen dat Beeckman in de nabije toekomst haar stempel in het maatschappelijke debat zal drukken. Ze geeft vaak ook een korte doch stevige historische achtergrond mee. Daaruit blijkt dat Spinoza het theologische en normatieve denkkader van zijn tijd moeiteloos oversteeg.

Hoewel Spinoza, die leefde in de Gouden Eeuw, niet altijd een makkelijk bestaan kende — hij werd uitgespuwd voor zijn ideeën en verstoten uit de Joodse gemeenschap van Amsterdam en hij droeg een zegelring met het woord ‘caute’ (‘voorzichtig’) erop — streefde hij ernaar onverstoord en opgewekt te leven. Hij was allerminst een idealist, maar stond als vastberaden denker met beide voeten in een werkelijkheid die niet door een god bestierd werd. Hij was een democraat, een naturalist, een causale determinist en een antirevolutionair. En, tot onze grote vreugde, een party pooper: hij slaat vlotjes enkele wanen en perfide beloftes zoals de maakbare maatschappij of ongebreideld eigenbelang aan diggelen, maar is en blijft daarbij volop blijmoedig en lebensjahend. De leegte van het bestaan ervaart Spinoza niet als tragisch. Zelfverwezenlijking, gestimuleerd door vrijheid van denken, is een centraal begrip bij Spinoza. Hij relativeert ook de macht van de rede en ziet in dat de mens onvermijdelijk ook aan zijn passies onderworpen is.

De Spinoza-vorser (Beeckman was eerder al eindredactrice en coauteur van het boek Spinoza. Filosoof van de blijheid) laat zien hoe Spinoza’s naturalisme verenigbaar met Darwin is (Leefde de wijsgeer nu, hij was een briljant wetenschapper) en in weerwil van zijn eigen rationalistische, droge imago (de Ethica werd geschreven als een geometrisch bewijs) weet Spinoza met zijn denkbeelden via Beeckman heel wat zinnigs over passie en seksualiteit te melden. Zonder zweverig te worden last Beeckman ook haar persoonlijke ervaringen met vipasanna-meditatie in en demonstreert ze hoe Spinoza kan helpen tegen zelfbedrog en zelfoverschatting.

Ze zijn al een poosje en vogue, de boeken die beschrijven hoe Proust, Nietzsche of Kant uw leven kunnen veranderen. Het wijst op een zoektocht naar houvast in tijden van onzekerheid, geloofsverval en het achternahollen van valse profeten. Door Spinoza’s lens is een uitgelezen opstapje voor Spinoza-onwetenden en Beeckman maakt met verve duidelijk waarom Spinoza er in het contemporaine tijdsgewricht meer dan ooit toe doet en hoe een abstract en niet altijd even eenvoudig te interpreteren filosoof, een pakket heel praktische filosofie achterliet die aangewend kan worden om de grillen van Dame Fortuna te counteren. Spinoza dwingt je onverbiddelijk tot zelfanalyse.

Beeckman staat ietwat summier stil bij Spinoza’s bizarre opvattingen over dierenrechten en de uitsluiting van vrouwen aan het politieke leven en enkele onderdelen binnen de thema’s (bijvoorbeeld over meditatie) verdienden nog wat meer uitdieping of smeken om een boek op zich. Door Spinoza’s lens is een sterk boek: we betrapten onszelf als lezer erop dat we op den duur met Spinoza mee gingen redeneren. Kwesties die niet rechtstreeks in het boek besproken worden zoals de Armeense genocide, het huidige klimaat van vakbondbashing, GAS-boetes, Facebook-privacy, ‘normen en waarden’-puriteinen die in wezen de boel belazeren, de Westboro Baptist Church van haatprediker Fred Phelps, Natascha Kampusch of onze eigen ervaring met liefdesverdriet, we gingen ze spontaan linken aan de beschouwingen van Spinoza. Dit verhelderende en meeslepende boek is uiteraard niet vrij van speculaties — en dat weet Beeckman zelf ook — maar we kijken uit naar een volgend boek met nog meer concrete voorbeelden en toepassingen van de ideeën van de grootste filosoof van Nederland. Spinoza uit de academische toren sleuren en — dit is geen vies woord — debottoniseren, het mag en moet als tegengif tegen deze mad world vol angst, wanhoop, fanatici en rivaliteit. Ook al omdat in diezelfde wereld — om de beroemde slotzin uit de Ethica te parafraseren — “al het voortreffelijke even moeilijk als zeldzaam is”.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 17 =